Televisie: Pollo de Pimentel

Steunkous

Bejaarden rukken op. De tandem Nagel-Krol jaagt menigeen stuipen op het lijf die meent dat democratie meer inhoudt dan belangenbehartiging van een deelgroep.

Groep die ook nog eens in zijn totaliteit het stempel ‘vertrapt’ en ‘uitgebuit’ meekrijgt in het land van de grote spaartegoeden. En dan is er het uitdijend heelal van Jan Slagter, alleenheerser van omroep max – een extra Tros voor laaggeschoold bejaard wit Nederland. In korte tijd zo gegroeid dat hij het zich kan permitteren zelfstandig te blijven waar anderen verplicht samenwerken: de krankzinnigheid van het bestel ten top.

max is, behalve bij Z@pp, overal te vinden – van Radio 4, de laatste plek waar een bejaardenomroep nodig en wenselijk was, tot massazender Nederland 1 waar sinds kort weer Krasse Knarren loopt: Big Brother voor en met ‘oudjes’. Vorig jaar met uitersten Mimi Kok en Ed van Thijn, dit seizoen met Pommetje Horlepiep (armzalige opvolger van Swiebertje) en Bram Stemerdink. Daar komt zoveel lek en gebrek aan bod van niet eens hoogbejaarden dat het buitengewoon troostrijk werkt voor massa’s zeventigers die het nog zonder stok redden. Relatief nieuw is dat max qua kijkcijfers succesvol op de markt is met tv-drama. Noch in Dokter Deen, noch in Moeder, ik wil bij de revue stonden bejaarde personages centraal want de meeste oude kijkers vinden ‘bejaard’ net zo sexy als jongelui dat vinden – ‘duh’. Het artistiek zwakke Deen speelde in het nu, maar was diep ouderwets dankzij de dorpse setting van een eilandgemeenschap. De revue ging terug in de tijd – niet alleen middels inspiratiebron Wim Sonneveld, maar ook in tekening van urbanisatie, nette armoe en het begin van consumentisme. Met een geweldige rol van Huub Stapel, die wel het ouder worden voelbaar maakte en bijbehorende moeizame omgang met een veranderende samenleving waarin vaste verhoudingen en vanzelfsprekendheden niet langer gelden.

Maar nu komt max dan eindelijk met een Telefilm die werkelijk losgaat op bejaardenvlak: Nooit te oud. Met een groot acteursensemble van bijna uitsluitend positieve personages op leeftijd, onder aanvoering van Aart Staartjes, die zich verzetten tegen gekoeioneer, neerbuigende betutteling, ja zelfs terreur van de kant van alle niet-bejaarde personages – van hun eigen volwassen kinderen tot directie en personeel van het verpleeghuis waarin ze zijn opgenomen. Uitmondend in ‘opstand in het bejaardenhuis’. Geen mens kan tegen een film zijn die opkomt voor waardigheid van ouderen en voor goede voorzieningen en zorg als ze hun zelfstandigheid verliezen. Mits goed bedacht en gemaakt. Is dit een origineel idee? In 1973 kwam Home Sweet Home van de Waalse regisseur Benoît Lamy uit waarin exact hetzelfde gebeurde. Inclusief betuttelende verzorgster die het licht ziet en de kant van de revolutie kiest. Sindsdien is het concept vaker ‘bedacht’ en uitgevoerd, zoals in de meesterlijke zwanenzang van Jiskefet. Is Nooit te oud leuk? Tja, het is comedy en dat is het aller-moeilijkste genre. Dat meer vereist dan de stereotypische personages, voorspelbare wendingen en flauwe grappen die we hier krijgen. Maar in het simpele feit dat het comedy is schuilt een ander probleem. Kennelijk is het gegeven dat mensen met steunkousen, rollators en vergeetachtigheid in verzet komen al genoeg om je te bescheuren. Nooit te oud doet het meest denken aan een ouderwetse kinderfilm met bordkartonnen karakters, waarin kwaad en goed absoluut zijn en waarin ‘de oudjes’ zich dan ook als kinderen gedragen. Waarom deden Courbois, Laseur, Van der Vlugt, Lambregts, die in zoveel prachtproducties stonden, mee? Omdat het vast een verrukkelijke reünie was op de set. Maar het is in wezen een neerbuigende productie over neerbuigendheid jegens ouderen. Typisch max.


Pollo de Pimentel, Nooit te oud, Telefilm, EO, zaterdag 27 april, 20.20 uur, Nederland 2