Steve Ditko, 2 november 1927 – circa 29 juni 2018

Niet bereid tot nuances tussen wit en zwart bleef de tekenaar van onder anderen Spider-Man en Doctor Strange uiteindelijk alleen.

1956

In mijn boekenkast staat een kostbaar bezit: een dikke, inmiddels vergeelde en kapot gelezen collectie in paperback van de allereerste Spider-Man-comics van schrijver Stan Lee en tekenaar Steve Ditko. Zoals gebruikelijk bij dit soort collecties zijn de verhalen in zwart-wit, maar dat maakt de kunst in de zes of zeven kaders per pagina alleen maar visueel scherper en emotioneel pakkender, vooral in de wijze waarop de figuren constant pijn lijken te ervaren. Dit is de essentie van Ditko’s stijl, als volgt beschreven door de Engelse comics-auteur Alan Moore: ‘Ditko’s personages hebben een gekwelde elegantie, in hun lichaamshouding, in de manier waarop ze hun handen strekken. Zijn strippanelen beelden claustrofobie en paranoia uit. Het werk heeft iets koortsachtigs.’

Hoewel hij sinds de jaren zeventig nauwelijks grote titels illustreerde, was Steve Ditko’s invloed op de ontwikkeling van comics als kunstvorm even groot als die van Stan Lee en Jack ‘King’ Kirby die zo ongeveer alle belangrijke superhelden van na de oorlog creëerden, van The Avengers tot X-Men. Inmiddels zijn titels als deze veel meer dan strips afgedrukt op goedkoop papier; ze zijn producten in een miljardenindustrie beheerd door Marvel Entertainment. Van de winsten behaald met bijvoorbeeld de Avengers-films zag Ditko misschien wel helemaal niets, hoewel de precieze situatie onbekend is. Sinds hij in de jaren zestig na een ruzie met Lee het kantoor van Marvel voor altijd verliet, gaf hij geen interviews en leefde hij als een kluizenaar in New York, volgens Moore in ‘zeer behoeftige omstandigheden’. Terwijl Ditko altijd heeft volgehouden dat hij en niet Lee de werkelijke schepper van Spider-Man was.

In ieder geval is duidelijk dat de Spider-Man die Ditko voor het eerst in augustus 1962 tekende, in dienst van Atlas, dat later Marvel werd, als een mokerslag op de cultuur insloeg. Hier stond een anti-superheld, geen brave borst met een brede kin zoals Superman of Batman, maar een bebrild scharminkel genaamd Peter Parker, een middelbare-schoolleerling die tijdens een uitje door een radioactieve spin gebeten wordt waardoor hij bovenmenselijke krachten krijgt. Zo begint de ellende. Zoals Moore in de bbc-documentaire In Search of Steve Ditko (2007) vertelt, lijkt het of Ditko’s figuren constant in pijn verkeren, niet alleen Peter als adolescent en in de gedaante van de superheld, maar ook personages als zijn tante, Aunt May, zijn vriendin Mary Jane en de aartsvijanden Green Goblin en Sandman.

Waarom doe ik anderen pijn? Is dit de prijs die ik betaal als... Spider-Man?

Ditko’s werk in de jaren zestig was spectaculair. Naast Spider-Man creëerde hij Doctor Strange, een magiër die avonturen beleeft in mystieke werelden. De psychedelische setting maakte deze comics tot een hit bij de mensen van de counter culture. In The Electric Kool-Aid Acid Test (1968) schrijft Tom Wolfe hoe auteur Ken Kesey, ‘jong en sereen’, tijdens zijn beroemde busreis met de Merry Pranksters urenlang comics las, ‘absorbed in the plunging purple Steve Ditko shadows of Dr. Strange attired in capes and chiaroscuro (…) it remains all Kesey. Dr. Strange!’

Dat Wolfe de jonge Kesey als Doctor Strange zag, was een bittere vergissing. In werkelijkheid was Ditko een man met denkbeelden die allerminst strookten met die van de hippies. Na zijn tijd bij Marvel uitte zich dat in superheldencomics waarin het gedachtegoed van Ayn Rand centraal stond. Maar ook dit radicale element in zijn kunst droeg bij tot de schoonheid ervan. Hij creëerde helden genaamd Mr. A en later The Question, die allebei het objectivisme van Rand belichaamden. Mr. A, een gietvorm voor Moore’s extremistische crimefighter Rorschach in het baanbrekende Watchmen uit midden jaren tachtig, heeft een gezicht zonder definieerbare kenmerken.

© Steve Ditko / Marvel Comics

Moore vertelt dat Ditko bij gelegenheid in zijn appartement boven een kringloopwinkel in New York uitlegde wat de ideologie van Mr. A zou zijn. Met een viltstift kleurde de kunstenaar de ene helft van de achterkant van een visitekaartje in en zei: ‘Kijk, je hebt wit en je hebt zwart… en tussen deze twee dingen zit er géén licht!’ Dat Ditko de absolute morele integriteit van Mr. A als het hoogst haalbare voor de mens zag, was het begin van het einde van de kunstenaar. Moore: ‘Hij raakte de kids kwijt.’

Of dat klopt, is maar de vraag. De bizarre Mr. A leeft voort in de populaire films van Marvel en concurrent DC Entertainment. Alleen zijn en harde morele beslissingen nemen zijn schering en inslag voor helden als Captain America en Hulk, Superman en Batman en alle anderen. Met dit verschil: waar de onverzettelijke instelling bij de hedendaagse helden slechts via suggestie zichtbaar is, vaak op het hypocriete af, daar verdoezelde Ditko geen moment het extremisme van figuren als Mr. A. Gevolg: Ditko bleef de rest van zijn leven alleen.

Zo blijft er een mysterie kleven aan Ditko’s artistieke nalatenschap, duidelijk zichtbaar als je de vroege Spider-Man-verhalen leest, de Amazing Stories afgedrukt in zwart-wit als deel van Marvel Essential. Op deze prachtige pagina’s is er juist geen sprake van rigiditeit; hier worstelt de tiener Peter Parker niet alleen met zijn ongecoördineerde lichaam, maar ook met paranoia en onzekerheid. Zelfs als de soepele Spider-Man twijfelt hij, verwoord in een tekstballon geschreven door Stan Lee: ‘Waarom gaat het nooit goed met mij? Waarom doe ik altijd anderen pijn? Is dit de prijs die ik moet betalen als… SPIDER-MAN?’

Je kunt Peter Parker zijn, onzeker, empathisch, zwak, of je kunt Spider-Man zijn. Zo luidt de kernvraag volgens Steve Ditko, de keuze die we allemaal moeten maken. En dat is, inderdaad, een kwelling met een schitterende elegantie.