Steve Stevaert, 12 april 1954 – 2 april 2015

Als burgemeester maakte hij het stadsvervoer gratis. Hij, socialist mét charisma, wilde mensen bij elkaar brengen. Met zijn verbeeldingskracht verschoof hij de grenzen van het mogelijke, maar zelf liep hij er hard tegenaan.

Bij de dood van de Vlaamse socialist Steve Stevaert komt deze gedachte op: de romanticus in de politiek is even onmisbaar als riskant. Hij is onmisbaar omdat hij het zoutend zout is. Met hem komt het avontuur, de energie, de creatieve kracht van het beeldende woord, en zo vormt hij het tegenwicht tegen de tendens naar technocratie die politiek reduceert tot het beheer der dingen. ‘De beste vorm van evenwicht is plat op de grond liggen. Dan kun je niet omvallen’, zei Stevaert zelf over de stilstand waarin politiek vervalt als ze alle risico’s mijdt.

Aan de andere kant brengt een romanticus die met politieke macht is bekleed zijn eigen gevaren met zich mee. Hij kent de verlokkende uitwerking van het goed gekozen woord en het grote gebaar, een effect dat hem het wapen van de manipulatie in handen geeft. Omdat politiek gaat over de uitoefening van macht is altijd tegenmacht geboden, ook in dit geval. Bij elk briljant idee moet iemand toch de vraag stellen of er tussen droom en daad geen praktische bezwaren staan, zoals een wet of geldgebrek. Kritiek is het dagelijks brood van een politicus, zei Helmut Kohl eens, omdat anders het gevaar dreigt dat hij zijn taak als een missie gaat zien, waarvan anderen de zinnigheid alleen niet doorgronden doordat zij zich vergissen.

Met zelfrelativerende opmerkingen toonde Steve Stevaert, telg uit een groot katholiek mijnwerkersgezin, zich wel bewust van dat gevaar. Aan het einde van zijn politieke loopbaan was hij gouverneur van de koning in de provincie Limburg, een ambt waarin de voormalige kroegbaas uit Hasselt met veel plechtstatigheid was omgeven. In een gesprek met schrijver Benno Barnard zei hij ervoor te waken zichzelf even serieus te gaan nemen als die functie: ‘Als je als gouverneur plechtig door de gangen begint te schrijden, dan is het gedaan, dan moet je ermee ophouden.’

Niettemin constateerde Bart Sturtewagen, de onbevangen politiek commentator van De Standaard, dat de aanraking van de macht Stevaert in de loop van de tijd driester, onvoorzichtiger had gemaakt, minder zelfkritisch ook. Een hem onwelgevallig artikel in de krant was voor hem wel eens aanleiding de hoofdredacteur te bellen. Zoals vaker gebeurt met politici die met Sturm und Drang in het leven staan, leken de formele en morele grenzen van het betamelijke hem te benauwen. Er ontstond schimmigheid over mogelijke vermenging van zakelijke en politieke belangen, hoewel gezegd moet worden dat bladen als Knack daarover wel rook verspreidden maar nooit het vuur aanwezen.

Over zijn misstappen in de omgang met vrouwen, volgens Sturtewagen ‘door machismo getekend’, kon geen twijfel bestaan. Hij bleek zich chantabel te hebben gemaakt door een affaire met een grande horizontale, een prostituee uit Brussel, die hem met de openbaarmaking van een in het geniep geschoten video trachtte af te persen. Zonder twijfel droeg de uitgelekte kwestie bij aan zijn besluit, eind 2011, om zijn publieke functies neer te leggen. Enige druk van buitenaf zal bij dat besluit hebben meegespeeld, maar ook de depressieve crisis waarin hij belandde na de zelfmoord van zijn broer Tony, zijn vertrouwensmaatje, eerder dat jaar.

Socialisme zal gezellig zijn of het zal niet zijn, luidde Stevaerts oneliner

Door zijn eigen zelfmoord, op 2 april in het Albertkanaal, dreigt een roemloos einde, maar dat zou aan zijn betekenis als politicus geen recht doen. Met zijn verbeeldingskracht en onconventionele wijze van redeneren verschoof hij de grenzen van het mogelijke. Zo doorbrak hij als burgemeester van Hasselt (1995-2005) het automatisme om de verkeerscongestie met een nieuwe, derde ringweg te bestrijden, door in plaats daarvan de stadsbus gratis te maken. ‘Met dingen gratis maken verdien je soms geld’, redeneerde hij. Gratis stadsvervoer maakte nieuwe investeringen in wegen overbodig, leverde de Hasseltse middenstand talloze nieuwe klanten op en bevorderde de doorstroming voor wie nog wel met de auto ging. In de gratis bus zaten negen keer meer passagiers dan daarvoor. Ook het bezoek aan het ziekenhuis verdrievoudigde. ‘Ik zoek altijd mogelijkheden om mensen bij elkaar te brengen’, zei Stevaert over het sociale doel van dit pioniersproject. ‘Met de auto ontmoeten mensen elkaar niet, daarmee botsen ze tegen elkaar.’ Socialisme zal gezellig zijn of het zal niet zijn, was zijn bekendste oneliner, en daarop viel hij ook terug als tegenstanders hem in een debat over het busproject met financiële argumenten in het nauw dreven. ‘Ja, maar gratis is toch ook plezant, hè?’ zei hij dan.

Nederland maakte in 2002 kennis met hem. Na de grote bleekbeurt van acht jaar paars pragmatisme stond links woordloos tegenover Fortuyn. En opeens was daar die man uit Vlaams Limburg die even kraakhelder als Fortuyn over zijn politieke idealen sprak, met dat verschil dat hij zich zonder aarzeling ‘socialist’ noemde. ‘In zijn handen werd fletsrood tot ieders verbazing fel en hip’, zo vat Sturtewagen het magische effect van Stevaerts optreden samen.

In 2014 kwam een einde aan de gratis busdienst in Hasselt. Een simpele aftelsom van de directe kosten en baten deed het project de das om. De tegenstem die wees op de bespaarde kosten op het terrein van het milieu en de verkeersveiligheid miste deze keer overtuigingskracht, bij gebrek aan retoriek van het kaliber Stevaert.

‘Ik heb mij voorgenomen op mijn 87ste uit een kokosnotenboom te vallen’, zei Stevaert ooit over de manier waarop hij wilde sterven. Hij pleegde zelfmoord op zijn zestigste, in een koud kanaal, op de dag dat het Belgisch parket bekendmaakte hem voor verkrachting te vervolgen. Een tragisch einde, voor hem, wiens schuld aan verkrachting op Twitter al vaststond nog voor de rechter had gesproken, maar ook voor de vrouw in kwestie die nu nooit het oordeel van de rechter zal horen en voorgoed is belast met het trauma van Stevaerts zelfgekozen dood.


Beeld: Steve Stevaert, 2004 (Tim Dirven / HH)