Universitair hoofddocent bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam

Steven Van de Walle

Verambtelijking van maatschappelijke problemen

Als bestuurskundige wil ik het in mijn bijdrage niet hebben over een specifiek maatschappelijk probleem. Wel over de manier waarop overheden in Nederland met maatschappelijke problemen omgaan. Normale problemen worden opgeschaald tot bijzondere problemen, en hieruit volgt onvermijdelijk de vraag naar nieuwe handhavingsinstrumenten en een grotere bevoegdheid voor handhavers.

Preventief fouilleren, gebiedsverboden, achter de voordeur kijken, en hinderlijk volgen zijn maar een paar voorbeelden van nieuwe methoden en instrumenten die overheden gebruiken om maatschappelijke problemen aan te pakken. Een voetbalwet wordt nu ook ver van stadia gebruikt, administratieve boetes komen in de plaats van rechterlijke uitspraken, en stadstoezichters krijgen meer bevoegdheden. Middelen die aanvankelijk werden ingezet om uitzonderlijke situaties aan te pakken worden steeds vaker gebruikt in normale situaties. Fixers, zoals Tilburgse bestuurskundigen Hendriks en Tops ze noemen, staan hoog in aanzien. Figuren als stadsmariniers en frontlijnwerkers worden aangesteld om buiten de bestaande procedures om functioneren.

Veel van deze functies en instrumenten suggereren een gevoel van urgentie en strijd. Het zijn voorbeelden van een overheid die elk maatschappelijk probleem wil oplossen, zonder veel reflectie voor de proportionaliteit van de ingezette middelen. De pragmatiek waarmee reële en vermeende maatschappelijke problemen worden aangepakt creëren een impressie van daadkracht. Deze pragmatische benadering zorgt echter ook voor een verambtelijking van politieke en juridische processen, en geeft ambtenaren ongeziene bevoegdheden en macht.

Ondanks deze toename aan beleidsinstrumenten en bevoegdheden klaagt de overheid over een gebrek aan bestuurskracht. Gemeenten, scholen, ziekenhuizen en politiediensten worden steeds opnieuw weggezet als te klein om echt effectief en efficiënt te functioneren. De drang van bestuurders en ambtenaren om het arsenaal beleidsinstrumenten verder uit te breiden past binnen wat Willem Trommel van de VU ‘gulzig bestuur’ heeft genoemd - Een bestuurlijke bemoeizucht die steeds minder grenzen kent. En het is een gevaarlijke bemoeizucht, want gebaseerd op het idee dat de overheid het goed voor heeft met jou, en het uiteraard ook beter weet. Een idee dat in veel andere landen tot wenkbrauwfronsen leidt.

De groei aan instrumenten en bevoegdheden verandert de machtsrelatie tussen burger en overheid, en geeft overheden ook een nooit gezien arsenaal aan middelen om individuele burgers te 'targeten’, ja zelfs te pesten. Verantwoording gebeurt nu op basis van resultaten, ongeacht het proces waarmee deze worden behaald. De overheid, gedreven door een drang problemen aan te pakken, vergeet hierbij al te vaak dat ook zij zich aan grenzen te houden heeft. Wanneer de overheid fouten maakt dan kan het leven van een burger in een hel veranderen. Door de manier waarop maatschappelijke problemen worden 'opgelost’ dreigt de overheid een hardvochtige overheid te worden. Een overheid die in beginsel altijd gelijk heeft. Indien dit niet zo is, dan moet de burger dit maar aantonen. Omkering van bewijslast wordt dan ook steeds normaler gevonden. Hierdoor komt een individuele burger alleen te staan tegenover een groot en machtig overheidsapparaat.

Vooral in een maatschappij als de Nederlandse is dit problematisch. Waarom? Om twee redenen. Ten eerste omdat Privacy International Nederland bestempelt als een land dat n 'systematisch faalt wanneer het gaat om het beschermen van de persoonlijke levenssfeer, wat de overheid ongekende mogelijkheden biedt. Ten tweede omdat de Nederlander veel vertrouwen heeft in zijn overheid en zijn ambtenaren. Het vertrouwen ligt weliswaar wat lager dan vroeger, maar uit vergelijkingen op basis van de European Social Survey en de Eurobarometer enquêtes blijkt dat het vertrouwen van de Nederlander in de instellingen bijna op Scandinavische hoogten ligt. De Nederlander heeft ene grenzeloos vertrouwen in zijn bestuurders. Door dit vertrouwen wordt de verambtelijking van maatschappelijke problemen weinig in de weg gelegd, en is de controle op machtsmisbruik door burgers miniem.


Bekijk ook de website van Steven van de Walle