Christenen in Egypte

Stiekem bouwen aan een nieuwe kerkzaal

Ondanks het vele geweld zijn de kerken in Egypte nog steeds bruisende ontmoetingsplekken. Voorzover de gelovigen al angstig zijn, drijft het hen eerder in dan uit de kerk. ‘God gaf ons het geschenk van de martelaren. Zij mogen schijnen en stralen in de nabijheid Gods.’

Medium coveregypte1

De kartonnen borden met gegrilde vis en de plastic zakjes met aish baladi, het traditionele Egyptische platte brood, worden haastig doorgegeven. ‘Eet toch’, moedigen de priesters me met volle mond aan. Er worden grapjes gemaakt over mijn smalle omvang en beperkte eetlust. Tot ze zien hoe ik me op de vis stort. ‘Ah heya bint baladna fahlan, ah ze is waarlijk een meisje van ons land’, lacht Abouna Habib die links van mij zit en hij port me plagerig in de zij. Hij heeft een wilde grijze puntige baard die niet veel onder doet voor de baarden van de oerconservatieve islamitische salafisten.

‘Scheer hem toch af’, roep ik.

‘Ja, neem een baard zoals de mijne’, giechelt Abouna Auchostinos terwijl hij op zijn nette getrimde baard wijst. ‘Net zoals de Moslimbroederschap.’

‘Zie je nou met wat voor broeders ik ben opgescheept?’ verzucht priester Malak Wahba Farag die zelf gladgeschoren wangen en slechts een klein goed verzorgd hiphopbaardje heeft. Helemaal baardloos is toch wel erg kaal voor een man van het geloof.

Het is een hele eer om in het privé-vertrek van Abouna Auchostinos bij de maaltijd aan te mogen schuiven. De priesters die alle drie uit de geteisterde provincie Minya komen – het plattelandsgebied net ten zuiden van Caïro waar in de afgelopen maanden de meeste kerken afbrandden, christenen uit hun dorpen werden verdreven of simpelweg gedood – ontvangen me als een van hen. Mijn opa, Abdel Messih (letterlijk: dienaar van Christus) en zijn vader Somaïl (de naamgever aan mijn familie Samuel), hebben ooit geholpen bij de stichting van een rooms-katholieke kerk in de volkswijk Khoalily in Caïro, waar de mollige en uitbundige priester Auchostinos jarenlang voorging. Ik ken hem nog van mijn kindertijd toen ik op de grote feestdagen deze kerk bezocht. Door de jaren heen is een deel van mijn familie Koptisch-orthodox geworden, maar familietradities en respect voor de voorvaderen overstijgen denominale verschillen. Dus op dergelijke feestdagen zijn de religieuze en geografische verschillen binnen mijn familie naar de achtergrond verdrongen en vullen we minstens de helft van de kerkbanken.

Sinds een jaar of twee leidt de priester de kleine rooms-katholieke congregatie van al-Kenisa A’ala Muqadassa of de Heilige Familiekerk, enigszins verscholen in een van de hoofdstraten van Zeitoun. Deze middenklassewijk is bekend van de A’adara, een grote Koptisch-orthodoxe kathedraal recht tegenover een kleinere Koptisch-orthodoxe kerk. Beide staan iets verderop in de straat. Het was op het dak van de oude basiliek dat Maria in de jaren zeventig verscheen en niet alleen honderdduizenden Caïrenen naar de kerk trok maar ook president Saddat. Haar verschijning werd wereldnieuws. In het voorvertrek van de kleine basiliek tonen de gelovigen me trots de voorpagina van The New York Times naast de video-installaties en foto’s van de verschijning.

De enorme kerk aan de overkant van de straat werd met persoonlijke goedkeuring van Saddat gebouwd als eerbetoon aan de Heilige Maagd. Op het kerkterrein van de modernistische kathedraal is het een drukte van jewelste. Kinderen spelen op het basketbal- en voetbalveld achter de stevige muren. Uit de open ramen van de hoge bijgebouwen klinkt het gedreun van psalmen en gebeden geproduceerd door hoge kinderstemmen. Tieners en adolescenten staan dicht tegen elkaar aan en flirten openlijk op de trappen van de kerk. Vrijdag is de drukste dag, want dat is de nationale vrije dag in het islamitische Egypte. Maar op deze zaterdagochtend is het al even druk. Op hun paasbest geklede vrouwen keuvelen gemoedelijk terwijl ze van en naar de kerk lopen. Mannen op weg naar hun werk slaan haastig een kruisje bij het passeren van de grote gebouwen met prominente kruizen op het dak.

De muren van de kerk zijn de vorige dag nog ondergeklad door zo’n duizend demonstrerende Moslimbroeders met teksten als ‘Sisi is een hond’, ‘Sisi is een jood’, en vooral: ‘Egypte is islamitisch.’ Om de twee weken trekt een stoet boze aanhangers van ex-president Morsi door deze gemengde wijk. Ze komen van buiten en verzamelen zich bij het kleine metrostation waarna ze luid schreeuwend door de straten trekken en christelijke gebouwen, winkels, kerken en scholen onderspuiten.

Medium ap146245770139 2

Mijn oom Samir (45) rijdt me even later met zijn auto door de wijk om me de leuzen op de muren te laten zien. Vermoeid leest hij ze voor. Hij heeft een klein airconditioningswinkeltje even verderop in de straat maar zit sinds de zogeheten ‘eerste revolutie’ van 25 januari 2011, waarbij Hosni Mubarak het veld moest ruimen, nagenoeg zonder werk. De ‘tweede revolutie’ van 30 juni 2013, waarbij Mohammed Morsi van het pluche werd verdreven, bracht weinig verbetering. De enorme geweldsuitbarsting in de daaropvolgende maanden dreef zijn onderneming, die zo afhankelijk is van de hete zomers, juist verder in het slop. Oom Samir kent de wijk Zeitoun als geen ander en somt punctueel de lange lijst van incidenten op. Twee weken eerder op een onstuimige vrijdag moest hij zich urenlang met zijn dochtertje in een kerk verschuilen, terwijl honderden Moslimbroeders met lokale omwonenden op de vuist gingen. De boze demonstranten probeerden de kerk aan te vallen en in de fik te steken, maar dit werd hun door de lokale islamitische wijkbewoners belet.

Na de vele berichten en beelden van geweldsuitbarstingen en uitgebrande kerken in de hete zomer en woelige herfst van 2013 ben ik teruggekeerd naar de volkswijk van mijn teta (oma) in Ezbet al-Nakhl om te kijken hoe het de Koptische christenen zoals mijn familie vergaat. Al snel kan ik opgelucht concluderen dat de Egyptische kerk verre van op sterven na dood is, maar er heerst grote onrust in Egypte. Het nieuws schettert en galmt uit de miljoenen televisies en radio’s van Caïro. Berichten van bommeldingen en al dan niet succesvolle aanslagen zijn niet van de lucht. Dagelijks is er wel ergens een opstootje of demonstratie. Daarbij worden zelfs de jongste kinderen ingezet.

Met verbazing kijk ik naar een demonstratie op een kruispunt in de volkswijk Ain Shams waar zo’n honderd kinderen van vier tot zes jaar onder aanvoering van gesluierde leraressen luid om de terugkeer van hun president roepen. Het is de verplichte pauze-invulling van de islamitische school in deze straat die de kinderen om de zoveel tijd met groene vlaggen en spandoeken op het kruispunt zet om de sociale pressie op te voeren en meteen een van de belangrijkste verkeersaders plat te leggen. Het drijft de murw geslagen stadsbewoners tot waanzin. Zeker op vrijdag na het middaggebed als opgeschoten jongeren en boze mannen en vrouwen zich op verschillende plekken rond de Azhar-universiteit, de rijkere wijk Nasser City en arme sloeberbuurten als Giza verzamelen. De sfeer is niet zelden grimmig en er vinden met regelmaat vernielingen plaats. Hier een afgebrand politiekantoor, daar vernielde reclameborden, kapotte auto’s of de gemolesteerde toegang tot een stadspark.

Terwijl het Egyptische leger het geweldsmonopolie langzaam terugwint en de interim-regering de economie weer op gang probeert te krijgen, verkiezingen voorbereidt en het grondwettelijk referendum uitschreef dat van 14 tot 16 januari zal plaatsvinden, worden de demonstraties van de Moslimbroederschap en haar radicale zusterbewegingen steeds wanhopiger. De harde kern laat zich iedere vrijdag opnieuw horen. Maar de grote massa heeft zich al lang van de Moslimbroederschap afgekeerd. Zij sprak zich uit op 30 juni en de dagen daarna, in de miljoenendemonstraties tegen Mohammed Morsi. De tegenstanders van Morsi deinsden terug voor het massale protest van de Moslimbroeders en gaven het Egyptische leger carte blanche om eens en voor altijd een eind te maken aan de in hun ogen militante beweging. De minder fanatieke aanhangers van de Moslimbroederschap schoren hun baard af en trokken zich uit het woelige strijdtoneel terug.

Een politieke oplossing bleef ondertussen uit. De leiding van de Moslimbroederschap weigerde iedere vorm van samenwerking of dialoog. De twee ministersposten in de interim-regering en de zetel in de constitutionele raad die de beweging aangeboden kreeg, werden afgewezen. Hier sponnen de oerconservatieve salafisten en hun Nour-partij, de voormalige coalitiepartner van de Vrijheid en Gerechtigheidspartij van de Moslimbroederschap, garen bij. In ruil voor steun aan de nieuwe interim-regering kreeg zij een prominente stem in het grondwettelijk proces en werd ze het legitieme politieke alternatief voor het conservatieve en meer religieuze deel van de bevolking. ‘De salafisten worden het volgende probleem’, verzucht priester Auchostinos, ‘maar voor nu onthouden ze zich in ieder geval van geweld. Dat kunnen we over de Moslimbroederschap helaas niet zeggen.’

De woede van de aanhang van de Moslimbroederschap richtte zich primair op de Kopten, waarvan iedereen wist dat zij nooit voorstander van president Morsi en zijn islamitische regering waren geweest. Door hun afwijkende kledij en getatoeëerde kruisjes zijn zij vaak eenvoudig als zodanig te herkennen.

Er zat duidelijk een strategie achter de aanvallen’, vertelt Fadi Taher (42) me later in zijn kantoor in Maadi. Fadi is manager van het videoproductiebedrijf MediaHouse dat naast informatieve en taboe doorbrekende documentaires en commercials ook heimelijk Koptische programma’s voor christelijke zenders produceert. ‘De jihadistische groeperingen die zich aan president Morsi hadden gelieerd en de fanatieke aanhangers die in de dorpen van Midden- en Zuid-Egypte te vinden zijn probeerden duidelijk een interreligieuze strijd uit te lokken. Hun hoop was waarschijnlijk dat wanneer de christenen met geweld op de aanvallen zouden reageren het land in een burgeroorlog zou afglijden. De vergelijkingen die de officiële woordvoerders en bekende kopstukken met Syrië maakten waren opvallend. Maar Egypte gleed niet af in een sektarische burgeroorlog. Het geweld was eenrichtingsverkeer. Wat dat betreft heeft het kerkelijke leiderschap wijs gehandeld. Het is ze gelukt de gelovigen in toom te houden. Hadden we met aanslagen of geweld gereageerd, dan was waarschijnlijk al snel het beeld ontstaan dat de christenen waren begonnen en was er een enorm schisma in de samenleving ontstaan, waarbij de Moslimbroederschap als vertegenwoordiger van “islamitisch Egypte” haar legitimiteit terug had kunnen winnen.’ Het gevolg was dat het directe geweld tegen christenen afnam en zich verplaatste naar aanvallen en aanslagen op politiekantoren en militaire konvooien.

‘We wisten dat iedere oppositie tegen hun regering ons direct zou treffen’, zegt priester Malak Wahba Farag terwijl hij na de lunch rustig de pagina van de pro-revolutionaire krant Masr al-Youm (‘Egypte vandaag’) omslaat. ‘Dit was de prijs die we als kerken moesten betalen, maar ik dank God dat het aantal doden en gewonden beperkt is gebleven. De gewelddadige acties hebben slechts de Moslimbroederschap en religieuze fundamentalisten verder ontmaskerd en ons de kans gegeven de liefde van Christus te laten zien.’

De christelijke minderheid van Egypte reageerde met inzamelingsacties en eindeloze reeksen foto’s van biddende gelovigen in compleet uitgebrande kerken. De videoclip Minya Song van jonge Kopten, die zingen in een kerk in Minya die op 14 augustus werd aangevallen en geheel uitbrandde, ging de hele wereld over en was opnieuw een teken van met trots gedragen martelaarschap. ‘In het midden van de tranen van ons hart. As, stof en wonden. Komen we met een boodschap van liefde. Vrede en vergeving aan de hele wereld.’

‘Het probleem met de Koptisch-orthodoxe kerk is dat één man alles bepaalt’

Ondertussen zijn de kerken in Egypte nog steeds bruisende ontmoetingsplekken. Voorzover de gelovigen al angstig zijn, drijft het hen eerder in dan uit de kerk. Naast de urenlange diensten is er iedere dag wel wat te doen in de vorm van jeugdclubs, scouting waar vrijwel alle christelijke jongens en meisjes tot ver in de twintig naartoe gaan, zondagschool (meestal gegeven op vrijdag), bijles, kinderopvang, voorhuwelijkse cursussen, praatgroepen voor getrouwde koppels, ouderraden, armenzorg, voedseldistributie, medische zorg, gebedsbijeenkomsten en bijbelstudiegroepen. Maar bovenal is de kerk een laatste toevlucht voor een minderheid op drift, die sinds de jaren zeventig door massa-emigratie, geboortebeperking, geweldsuitbarstingen en aanslagen in snel tempo afneemt. Tegenwoordig wordt het aantal christenen geschat op tien tot vijftien procent van de totale populatie. Volgens de officiële statistieken ligt hun aantal slechts op vijf procent, maar dat is wishful thinking van een staat die zichzelf bij voorkeur als een soennitisch islamitische republiek definieert. De Koptisch-orthodoxe kerk telt zo’n twaalf miljoen zielen en nog eens anderhalf tot drie miljoen in de diaspora. De protestantse kerken hebben naar schatting één miljoen gelovigen en zijn verdeeld in anglicaanse kerken en meer charismatische bewegingen. En dan is er ten slotte de relatief kleine rooms-katholieke kerk die in Egypte ongeveer 250.000 gelovigen kent, maar door haar befaamde ziekenhuizen en scholen het grootste stempel op het land heeft gedrukt.

De kerk functioneert voor velen als een maatschappelijk centrum waar wordt gebeden, geleerd, geleefd, gegeten, gesport en ge-date. Zo vraagt de christelijke taxichauffeur Rami (32) me op een gegeven moment of ik niet een vriend van hem wil ontmoeten. Zelf is Rami getrouwd en heeft twee jonge kinderen. ‘Ik kan een ontmoeting regelen’, dringt hij voorzichtig aan. Ik ben al een dag met hem op stap en nadat we samen luid met de muziek van popartiesten als Elissa en Tamer Hosney hebben meegezongen is de sfeer broederlijk geworden.

‘Waar dan, in een café?’ vraag ik weinig enthousiast.

‘Nee, nee, zo doen we dat hier niet! Dat is aib, onfatsoenlijk! Ik ga naar dezelfde kerk als je oom. Je gaat gewoon naar de dienst aanstaande vrijdag, ik zorg dat hij er is, stel hem aan je voor en jullie praten even en nou ja, als je hem leuk vindt, dan kan hij je een keer bij je familie bezoeken en nou ja, als God het wil… bezoeken jullie dan een keer zijn familie.’

‘Wie zijn jullie?’

‘Jij, je oom en je oma natuurlijk. Wie anders?’ vraagt Rami verbaasd.

Medium ap936391358813 1

Getrouwd wordt er zeker in de kerken. Iedere donderdagavond is het raak en klinken de zaghrouta’s (vreugdekreten) en het getoeter van de tientallen versierde auto’s luid boven de gebedsoproep uit. Een christen dient natuurlijk een christen te trouwen, bij voorkeur van de eigen denominatie, dus wat is een betere plek om een potentiële huwelijkskandidaat te ontmoeten dan in de kerk, waar de families vaak tot generaties terug bekend zijn?

Des te pijnlijker was dan ook het gewelddadige incident op 12 oktober toen bij een bruiloft bij de kerk Malek al-Wara’aq naast de beruchte volkswijk Imbaba het vuur geopend werd op een bruidsstoet. Er kwamen vijf mensen bij om, één moslim en vier christenen. Onder de slachtoffers bevonden zich twee meisjes, Mariam Nabil en Mariam Asjraf, respectievelijk twaalf en acht jaar oud.

De smalle toegangspoort op enige afstand van de kerk wordt zwaar bewaakt. Argwanend nemen vijf agenten en twee militairen mij op, waarna ze me zonder vragen doorlaten. De kogelgaten in de poort zijn gerepareerd en het bloed op de tegels is grondig weggeboend. Zodra ik de kerk betreed ruik ik verf en hoor ik bouwgeluiden. Er komt een man die zich voorstelt als Zakaria Fouad (42) en me uitgebreid rondleidt. ‘Er wordt een nieuwe kerkzaal gebouwd!’ zegt hij verheugd. ‘We hebben een bouwvergunning kunnen omzetten in een restauratievergunning en zijn direct met de bouw van een nieuwe kerkzaal begonnen.’

Hij toont me de nieuwe zaal, recht boven de oude. Het is onmogelijk het kerkterrein uit te breiden dus bouwen ze maar omhoog. In de Heilige Familiekerk in Zeitoun was dat ook al het geval. In beide gevallen hebben de kerken hun papieren niet helemaal op orde. ‘Het is onmogelijk om nette vergunningen te krijgen’, legt Zakaria me uit terwijl hij haastig om zich heen kijkt. ‘Maar door de revolutie ligt de overheid toch plat, dat was onze kans.’

Alle kerken door het hele land zijn begonnen met het inhalen van jarenlang achterstallig onderhoud en het uitvoeren van geplande uitbreidingen. Omdat het bouwen van nieuwe kerken nog steeds vrijwel onmogelijk is, worden bestaande kerken stiekem uitgebreid en in woon- en werkruimtes nieuwe kerkzalen gemaakt.

Net als de orthodoxe basiliek in Zeitoun is Malek al-Wara’aq een kerk die nationale faam heeft vanwege een Mariaverschijning, op 11 december 2009. Grote foto’s prijken aan de muren. Op een van de foto’s is te zien hoe een half miljoen Egyptenaren zich om de kerk verdringen waar boven op de grote koepel een witte gestalte staat. Zakaria neemt me zelfs mee naar de copyshop van zijn jongere broer waar in allerijl een dvd’tje met videomateriaal, foto’s en krantenartikelen wordt gebrand. En ik krijg het politierapport van de schietpartij. De broers stonden vlak naast de bruid toen het vuur werd geopend en laten me de foto’s op hun mobieltjes zien.

De priester van de kerk Abouna Dawoud Ibrahim ziet de tragische gebeurtenissen echter als een reden tot blijheid. ‘We zijn uitverkoren’, zegt hij terwijl hij zijn handen in zijn schoot vouwt. ‘Eerst gaf God ons het geschenk van het Heilige Bezoek van Maria, toen gaf hij ons het geschenk van de martelaren – mogen zij schijnen en stralen in de nabijheid Gods.’

Ik kijk hem verbijsterd aan.

‘Natuurlijk is het moeilijk voor ons allemaal’, haast de priester zich te zeggen. ‘Maar we zijn dankbaar dat ze in de hemel zijn.’

De relaties tussen de kerken waren eeuwenlang stroef. De Koptisch-orthodoxe kerk is een van de eerste kerkelijke afsplitsingen in de christelijke geschiedenis. De kerk maakte zich van de hoofdkerk (en latere rooms-katholieke kerk) los vanwege de goddelijkheid van Christus. De Kopten – een afgeleide van het Griekse Qubt of Egyptenaar – hingen twee millennia de monofysische leer aan waarbij Jezus uitsluitend God en geen mens was. De christelijke doctrine die later in de Geloofsbelijdenis van Nicea in 325 na Christus werd vastgelegd stelt echter dat Jezus zowel God is als mens. Met de afsplitsing ontstond er een onafhankelijke kerk in de havenstad Alexandrië, het culturele en religieuze hart in de klassieke Oudheid waar met de komst van de apostel Marcus omstreeks 49 na Christus een van de eerste en daarmee ook oudste kerken ter wereld ontstond. De Koptisch-orthodoxe kerk ontwikkelde zich door de eeuwen heen tot een oerconservatieve maar levendige kerk waar zelfs oudtestamentische bijbelse tradities gedeeltelijk worden geëerd en veel elementen uit de joodse tempeldienst werden geïntegreerd.

Het toenemende geweld en de toenemende discriminatie van Egyptische christenen in de afgelopen decennia en de vele politieke pogingen de Moslimbroederschap te paaien, drukten de Koptische kerk steeds verder in de hoek. Dit resulteerde in enkele interessante ontwikkelingen. Zo werd onder leiding van wijlen patriarch Shanouda III de monofysische leer opgegeven en hangt de Koptisch-orthodoxe kerk na tweeduizend jaar zogeheten ketterij opeens de duale leer over Christus als God én mens aan. Diensten werden ook losser, de jeugd kreeg een grotere rol en de buitenkerkelijke activiteiten werden uitgebreid. De kerk probeert in te spelen op de veranderende seksuele moraal en sociaal-politieke werkelijkheid in het land maar houdt in de meeste gevallen vast aan oerconservatieve richtlijnen. Scheiden blijft nagenoeg onmogelijk.

‘Denk je dat het het leger iets kan schelen als er een paar Kopten van de daken worden gegooid?’

Tegelijkertijd had de Koptisch-orthodoxe kerk als belangrijkste van Egypte allerlei politieke voorrechten en onderhield zij nauwe banden met de wisselende presidenten, vooral met ex-president Hosni Mubarak. Het beeld van Baba Shanouda III als schoothondje van de dictator werd in de eerste dagen van de massale volksprotesten in 2011 versterkt toen de kerkleiding ertoe opriep de president te steunen.

Vooral jongeren raakten gedesillusioneerd over het leiderschap van de kerk en besloten de impliciete kerkordes te negeren. De katholieke en de evangelische jeugd waren al vanaf de eerste dag betrokken bij de protesten op het Tahrirplein. De aansluiting van Koptisch-orthodoxe jongeren bij de massa op straat vormde een dringende wake-up call voor de oude mannelijke kerkleiding. De lange grijze baarden vinden met hun behoudende gedachtegoed steeds minder aansluiting bij de jonge generaties die door de demografische explosie feitelijk de meerderheid vormen binnen de kerk. Hoewel er massaal werd gerouwd om het overlijden van de 88-jarige Baba Shanouda III op 17 maart 2012 werd er door sommige gelovigen ook voorzichtig opgelucht ademgehaald. Zijn opvolger patriarch Theodoros II wist bij zijn aantreden direct alle kerkelijke stromingen van Egypte aan tafel te krijgen en voor het eerst te verenigen.

‘Hij is een geschenk uit de hemel’, verzucht mijn tante Manal (43), die zich sinds haar huwelijk met een Koptisch-orthodox christen verplicht bij de kerk heeft aangesloten. ‘Zijn stijl is veel losser en vrijer’, zegt mijn nicht Marlene (24), ook Koptisch-orthodox. Beiden wilden nooit een kwaad woord over de kerk horen maar ze zijn nu aanmerkelijk kritischer. ‘Baba Shanouda was veel te conservatief’, zegt mijn tante. ‘Te oud ook. We hadden een nieuwe leider nodig.’

De gelovigen willen hervorming en hebben steeds grotere vragen bij afwijkende geloofstradities. Zo viert de Koptisch-orthodoxe kerk Kerst op 6 januari en niet op de wereldwijde feestdag 25 december. ‘Ik zou willen dat alle christenen tegelijk Kerst vieren’, zegt Marlene luidkeels in de metro. ‘Het slaat nergens op, waarom moeten de orthodoxen hierin eigenzinnig zijn? Niemand weet wanneer Jezus precies geboren is. We vieren niet de dag, maar de gebeurtenis.’ Waarom de dag niet wordt aangepast, weet Marlene wel: ‘Politiek. Na decennia vragen heeft de Koptisch-orthodoxe kerk vijf jaar geleden eindelijk de Egyptische overheid zo ver gekregen om van 6 januari een nationale feestdag te maken. Dat was een doorbraak, want voor het eerst hadden we een landelijke christelijke feestdag. Natuurlijk gaat de kerkleiding dat nu niet veranderen.’

‘En de andere christelijke groeperingen dan?’ vraag ik.

‘Die vieren Kerst op 25 december net zoals de rest van de wereld, maar ze moeten gewoon werken. Zij hebben geen politieke invloed.’

‘Het probleem met de Koptisch-orthodoxe kerk is dat één man alles bepaalt.’ De krant is uit en priester Malak Wahba Farag gaat over op zijn favoriete onderwerp: kerkelijke politiek. Ik kijk naar de foto’s van de paus die aan de muur hangen. De kwieke priester volgt mijn blik. ‘De rooms-katholieke kerk herbergt meer dan één miljard gelovigen. Wij kunnen ons geen dictatuur permitteren. Priesters hebben veel lokale vrijheid en er zijn allerlei inspraakorganen. De orthodoxen hebben dat niet.’ De priester lacht. ‘Er zijn in Egypte naar schatting twee miljoen salafisten, maar ik tel de meeste salafisten binnen de orthodoxe kerk.’

Het is een grap die ik vaker hoor. Zelf bekruipt me in ieder geval een diep gevoel van rebellie bij mijn bezoek aan de Malek al-Wara’aq-kerk. De bebaarde priesters berispen me omdat ik hun hand weiger te kussen. Ook zij nodigen me uit om de lunch met hen te delen en laten koekjes en thee brengen, maar bij hen aan tafel aanschuiven is uitgesloten. Alle vrouwen en lagere religieuze functionarissen zitten in een hoek van de kamer. Gelachen wordt er niet. Onderdanig lopen gelovigen in en uit. Er worden buiginkjes gemaakt, handen gekust, er wordt eerbiedig geknikt. Als de priesters spreken zijn de gelovigen stil. En als ik iets te wijdbeens sta om een foto van de statige geestelijken te maken, krijg ik een stichtelijke vermaning. ‘Ben je een jongen? Zo staat een meisje niet.’ Snel klap ik mijn benen stijf tegen elkaar en neem plaats op de stoel aan de overzijde van het enorme bureau terwijl ik op mijn audiëntie bij priester Dawoud wacht.

Er broedt meer onder gelovige jongeren dan onvrede over de datum van een religieuze feestdag. Het Egyptische leger stak de kerkleiding de afgelopen maanden een ruimhartige hand toe. Generaal Sisi verkondigde aan ieder die het horen wilde dat hij de christenen tegen de terreuraanslagen zou beschermen en met een nationaal steunfonds de uitgebrande kerken zou helpen te restaureren. In sommige gevallen werd de kerkleiding zelfs van tevoren over een mogelijke aanval ingelicht en geadviseerd de relikwieën en iconen in veiligheid te brengen. ‘Laat ze uitrazen, handel niet en we bouwen de kerk weer op’, was het publieke devies.

‘Egyptenaren houden van Egypte. Wij eerbiedigen God en de gelovigen. Ons land zal nooit verdeeld raken’, is ook de boodschap van gelikte reclamespotjes voor het nationale steunfonds waar om financiële steun voor de restauratie van kerken en moskeeën wordt gevraagd en de symbolen van kruis en halve maan gebroederlijk in elkaar overgaan. De actie is een unicum in een land waar iedere wijziging, restauratie of opbouw van een kerk lange formele procedures vraagt en vrijwel altijd wordt afgewezen. In zeker twee gevallen is het leger ook daadwerkelijk begonnen met de opknapbeurt van afgebrande kerken: in Suez en Port Said.

Dankbaar reageerden de kerken op de zetels die zij in de constitutionele raad mochten innemen en op de benoeming van twee christelijke ministers. Dat geen christelijke partij maar de kerk als orgaan zelf politieke vertegenwoordigers kent, zorgt echter wel voor zeer directe banden tussen geloof en politiek. Egyptische christenen kennen geen andere representatie dan hun religieuze leiders die zich massaal achter de interim-regering en het leiderschap van generaal Sisi hebben geschaard.

‘Wat is dit?’ vraag ik verbouwereerd aan de drie katholieke priesters terwijl ik op een poster met de Egyptische vlag met daarin de gezichten van Nasser en Sisi wijs. De politieke poster is de enige niet-religieuze afbeelding in het kantoor en het aansluitende woonvertrek, dat vol staat met Mariabeeldjes, crucifixen en afbeeldingen van de Heilige Familie. ‘Sisi is een goede man, een geschenk van God, hij houdt van Egypte en staat voor net zo’n verenigd Egypte als onze grote leider Gamel Abdel Nasser’, zegt Abouna Auchostinos terwijl hij zijn duim omhoog steekt. ‘Hij is een generaal!’ roep ik. ‘Nee, hij is een man van het volk’, berispen de priesters me. ‘En in deze moeilijke tijden moeten we hem steunen.’

‘We hebben een pittige documentaireserie gemaakt over de rol van de kerk tijdens de revolutie’, vertelt Fadi Taher terwijl hij me meeneemt naar de montagestudio een verdieping boven zijn kantoor. Trots toont hij me een aantal van de belangrijkste producties waaronder de uitgebreide documentaire die in het Engels online te zien is op theroleofthechurchindemocracy.com. ‘De kerkleiding is bang en kiest steeds weer voor veiligheid en continuïteit. Terwijl de massa’s de straat op gingen, moedigde vooral de orthodoxe kerk haar gelovigen aan thuis te blijven en in sommige gevallen zelfs voor president Mubarak te bidden. Ik ben bang dat ze nu opnieuw diezelfde fout maakt.’

Die angst wordt gedeeld door de jongeren. Terwijl mijn oma urenlang praat over Nasser en de vele vergelijkingen die de nieuwe generaal met de oude deelt, en mijn ooms en tantes weliswaar liever een civiele president zien maar het bij gebrek aan beter toch maar voor Sisi opnemen (die vooralsnog het presidentschap in duidelijke bewoordingen afhoudt), willen mijn vrienden en jonge familieleden niets van hem weten en koesteren ze een gezond wantrouwen tegen het Egyptische leger. ‘De kerk?!’ meesmuilt Mina (25), een goede vriend van mijn vriendin Marlene. Hij valt direct uit als hij hoort dat ik werk aan een artikel over de Koptische kerk. ‘Schrijf dit maar op: onze kerkelijke leiders zijn ongelooflijk laf en te dom om zelfs maar de gevolgen te zien van wat ze doen.’

De andere twee Koptische jongeren met wie ik aan een klein tafeltje in het fastfoodgedeelte van de gigantische shopping mall City Stars aanschuif, knikken ernstig. ‘Dat mag je niet zo zeggen’, fluistert er een nog, maar daar blijft het verzet ook bij. Het ontbreek hun aan vertrouwen in welke gezagsdrager ook: leger, politie, politici en hun eigen religieuze leiders. Ze kijken niet met weemoed terug naar de hoogtijdagen van Nasser, ze willen vooruit: een derde weg, los van leger en Moslimbroeders. Mijn islamitische vrienden denken er overigens net zo over.

Medium ap879021423511 0

‘Egypte is in deep, deep shit’, roept mijn vriend Ahmed Marii (26) terwijl hij me over het Tahrirplein rijdt. Verbaasd kijk ik naar de bloemperkjes, de nieuw geplante bomen, het opgeknapte wegdek en het nieuwe monument voor de twee revoluties: 25/1 en 30/6. ‘Gebouwd door het leger’, zegt hij. ‘Niemand heeft ook maar enige inspraak gehad.’

Het Saddat-metrostation recht onder het plein is ondertussen al sinds 30 juni gesloten en legt de hele stad plat. Woedend slaat Ahmed met zijn hand op het stuur. ‘De boodschap is duidelijk: de zogeheten “revolutie” is gewonnen, Morsi is afgezet, het leger ruimt de boel op en nu moet iedereen weer aan het werk. Geen protesten en demonstraties meer, geen miljoenenmassa’s op Tahrir. We mogen bloemetjes leggen bij een fucking monument en klaar.’

‘Egypte wordt een gigantische sweatshop, waar jongeren zonder kritisch denkvermogen sneakers in elkaar naaien’

Is mijn vriend Ahmed boos en pessimistisch, de blogger en journalist Wael Abbas is ronduit razend en cynisch. Nerveus neemt hij een slok van de neppe koffie in de gloednieuwe maar nu al foeilelijke Seven Stars Mall in Nieuw Caïro en gaat in razend tempo de feiten langs. Ze zijn weinig rooskleurig. ‘Laten we eerlijk zijn: Egypte wordt uiteindelijk een gigantische sweatshop, waar spotgoedkope jonge mensen zonder kritisch denkvermogen sneakers in elkaar naaien. Met het huidige niveau van corruptie, achterstand, slecht onderwijs en gebrekkige infrastructuur is dit land tot niets anders in staat.’ Hij haalt zijn schouders op en kijkt geërgerd voor zich uit.

Wael maakte faam als frequente gast bij Al-Jazeera, waar hij luid tegen het Egyptische leger tekeerging. Hij werkte enige tijd voor de Duitse persdienst en enkele internationale media, maar raakte al snel omstreden vanwege een blog waarin hij Hosni Mubarak direct in verband bracht met de moord op Anwar Saddat. Wael is formeel moslim, maar in feite zelfverklaard atheïst. Hij heeft een afschuwelijke hekel aan de Moslimbroederschap, maar tegelijk sympathiseert hij er openlijk mee. Wael lijkt het Arabische gezegde ‘met mijn broer tegen mijn neef en met mijn neef tegen de vijand’ hoog te houden. Ieder die tegen het Egyptische leger in verzet komt kan op zijn steun rekenen. Deze blogger met zijn grote afrokapsel en Bob Marley-shirt geeft op zijn blogs misrdigital.com en waelmasry.com iedereen met enige macht en invloed ervan langs, dus ook kerkelijke gezagsdragers.

‘De christenen in dit land zijn dom en gek’, roept hij. ‘Gisteren schreef ik over beelden van een evangelische kerkdienst waarin de voorganger bidt voor Egypte en Hem dankt omdat Jezus onze grondwet schrijft. Jezus… tsss. De Kopten maken steeds weer dezelfde fout, ze denken dat de overheid hen beschermt en houden zich braaf en koest. Ondertussen zijn ze een speelbal van de regering en geeft niemand om hen. Moet je zien hoe het leger met zijn eigen militairen omgaat, denk je dat het hen iets kan schelen als er een paar Kopten van de daken worden gegooid en wat meisjes worden verkracht?’

Wael wijst op de rol van het leger, dat niet zelden dubieus handelde en doodleuk aan de zijlijn stond terwijl het vuur op hele families werd geopend. Tegelijkertijd doet hij luchtig over het geweld. Volgens hem heeft de Moslimbroederschap geen plan. ‘Het zijn gewoon domme Egyptenaren. De mensen in het zuiden zijn achterlijk. Die maken iedereen af.’ Het is dezelfde simplistische visie die ik ook bij andere islamitische vrienden terugzie. Ze maken zich overal druk om, maar het geweld tegen Kopten staat laag op hun zorgenlijstje. En dat is nu net de reden waarom christenen steeds meer in de armen van het leger worden gedreven, omdat de belangrijkste legerleiders tenminste openlijk hun zorgen uitspreken in emotionele televisietoespraken.

‘Voor dit moment hebben we het leger nodig, we hebben geen andere optie’, zegt mijn nicht Margot (27) terwijl ze een trekje van haar waterpijp neemt. Het is vrijdagavond en we zijn stiekem naar een dakterras van een aftands hotel in het centrum van de stad geglipt. De bediendes van dit afgelegen café hoog tussen donkere lege kantoorgebouwen en uitgewoonde woningen zijn niet gewend aan vrouwelijk bezoek. Na een uur merk ik voorzichtig op dat we de enige vrouwen zijn op het nu door mannen gevulde terras. Iedereen drinkt bier, zij het enigszins ongemakkelijk en half verholen. Maar het is de enige plek waar we even ongestoord kunnen praten.

Margot is sinds enkele jaren het hoofd van de International Organization of Catholic Students en reist in die functie de hele wereld over. Ook werkt ze als jeugdcoach in achterstandswijken en strijdt ze binnen de kerk om meer openheid van zaken. Trots vertelt ze me over haar nieuwste overwinning. ‘Na een lange strijd heb ik eindelijk van de katholieke kerk waar ik actief voor ben toestemming gekregen voor het geven van seksuele educatie.’ Denk hierbij niet aan condooms of uitleg over voorbehoedsmiddelen. ‘Die hebben ze toch niet nodig tot hun twintigste, eerder dan dat hebben jongeren hier echt geen geslachtsgemeenschap’, zegt ze met duidelijke tegenzin. ‘Ik geef les aan kinderen van twaalf tot veertien. Onze trainingen beginnen bij algemene maatschappelijke discussies over de vrouwencoupé in de metro bijvoorbeeld en of meisjes een vechtsport kunnen beoefenen en natuurlijk praten we veel over seksueel geweld op straat. De echte gesprekken over seks komen veel en veel later pas. Maar ze leren hoe een zaadcel een eicel bevrucht en hoe ongesteldheid werkt. Er wordt zelfs uitgebreid gesproken over hiv en aids zonder dat daar een oordeel aanhangt.’

Aan boodschappen als geen seks voor het huwelijk doet Margot niet: ‘Via de secretaris van de katholieke scholen heb ik een onderwijsmethode gevonden die rechtstreeks uit het Frans is vertaald en daardoor redelijk waardenneutraal is. De methode is aangepast aan de Egyptische context maar is gelukkig algemeen gebleven. Zo kan ik eindelijk een groot vooroordeel en hardnekkig gerucht uit de wereld helpen: van masturberen word je echt niet blind.’

We lachen en nemen nog een flinke trek van onze waterpijp. Dan gaan onze mobieltjes af. ‘Blijf daar, ga niet weg’, luidt de boodschap van mijn angstige familieleden. Er zijn opnieuw onlusten uitgebroken in de stad. ‘Er wordt geschoten tussen Ain Shams en Ezbet al-Nakhla, reclameborden en tramhaltes staan in brand in Masr Kadida en er zijn demonstraties in Medinat Nasser.’ Opgeschoten jongeren uit de achterstandswijken rellen erop los, maar Margot lijkt weinig geïmponeerd. ‘Kun je dit nou geloven? Ze willen dat we hier blijven, in dit louche mannencafé, ze moesten eens weten…’

We bestellen nog maar een biertje. In wast al-ballad, het centrum van de stad, is het rustig. Uit de winkeltjes en de marktkraampjes beneden op straat galmt slechts vaderlandslievende volksmuziek uit de gloriedagen van Nasser. De Egyptische vlag wappert overal. De oude volksliedjes zijn de nieuwe protestsongs en politieke liederen van deze woelige tijd. Slechts uit de zware speakers van een verlaten kraam met auto-onderdelen en flessen smeerolie dreunt pro-Morsi-muziek. ‘Egypte is islamitisch en zal dat altijd blijven’, buldert een dreigende stem op militante marsmuziek. De voorbijgangers stoppen hun vingers in de oren en lopen stug door.

Dan wordt mijn nicht opnieuw gebeld, ditmaal door mijn bange oma. We maken nog wat grapjes, maar dan kijkt ze me ernstig aan. ‘Mensen praten over de grondwet en hoe die alles gaat verbeteren. Toegegeven, we krijgen meer rechten dan ooit, maar wat heb je aan een stapel mooie woorden als het systeem onveranderd blijft? Dit blijft een land dat geregeerd wordt door corrupte soennitische mannen met promilitaire sentimenten. Mensen lijken maar niet te begrijpen dat ons grootste probleem niet de oplossing kan zijn. Het leger biedt geen uitweg, zij is de weg terug.’

nadat ik een aantal uren met de katholieke priesters heb doorgebracht en ze me hebben omarmd is het moment daar om te vertrekken. Abouna Auchostinos stopt zijn hand in zijn pij en haalt er wat snoepjes uit. ‘Voor jou, mijn dochter’, zegt hij terwijl hij me een warme handdruk geeft. ‘Ik hoef geen zoetigheid, ik ontvang liever uw zegen’, antwoord ik beleefd.

Hij glimlacht en haalt een houten kruisje uit de andere zak van zijn pij. De priesters vormen een kring om me heen en terwijl de priester het kruis op mijn voorhoofd legt spreekt hij uit: ‘Dat de eeuwige God met je mag zijn, het licht van Christus in je hart mag leven en de Heilige Geest je met vrede omringt. Dat je de woorden mag vinden om de wereld de waarheid te vertellen en de mensen het licht van Egypte mogen zien.’ Waarna hij zijn ogen sluit en met open handen de overbekende tekst uit het bijbelboek Jesaja uitspreekt. ‘God zegene Egypte, zijn volk. God zegene jou, kind van Egypte en jouw volk.’

En even is het heel stil in dit werk- en leefvertrek, hoog in de kerk. Dan hoor ik de bouwers instructies naar elkaar roepen en galmen bouwgeluiden recht uit de kerkzaal onder ons op.

Martelaarschap met opgeheven hoofd

Nergens lijkt het oudchristelijke gezegde ‘het bloed der martelaren is het zaad der kerk’ zo op te gaan als in Egypte, waar in navolging van Jezus en zijn beroemde Bergrede het martelaarschap met opgeheven hoofd wordt gedragen. Dit komt onder meer tot uiting in de blauwe getatoeëerde kruisjes die trots op pols of duim worden gedragen. De kleine kruisjes zijn niet alleen een onderling herkenningsteken, maar symboliseren ook het offer van Christus en zijn martelaarschap. Het is veelzeggend dat de Koptische jaartelling niet met de geboorte van Christus maar met de troonsbestijging van de Romeinse keizer Diocletianus in 284 na Christus begint. Onder zijn bewind werden vele duizenden christenen in Egypte omgebracht. Vandaar de jaarteling A.M. Anno Martyri.

De Romeinen vervolgden de Egyptische christenen actief. Toen keizer Constantijn het christendom tot officiële staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk verhief, werden de Kopten opnieuw vervolgd, ditmaal omdat ze een ketterse leer zouden aanhangen. In het Byzantijnse Rijk was hun positie al niet veel beter. Toen vierduizend moslimstrijders vanuit het Arabisch schiereiland in de naam van een nieuw geloof – de islam – Egypte in 639 na Christus binnenvielen, boden de Egyptenaren nauwelijks verzet. Binnen drie jaar (639-642) was heel Egypte veroverd.

Af en toe waren er (gedwongen) bekeringsgolven, of kortstondige geweldsuitbarstingen, maar in principe leefden moslims en christenen vreedzaam samen. De Kopten vormden tot ver in de zestiende eeuw zelfs de religieuze meerderheid in Egypte. Wel moesten ze in ruil voor bescherming een dhimi – een minderhedenbelasting – betalen en werden ze uit bestuurlijke en intellectuele functies geweerd.

Tussen sommige moslims en christenen bestaan tot de dag van vandaag etnische verschillen die door veel Kopten graag worden benadrukt. Moslims zijn van Arabisch of gemengd bloed, terwijl de Kopten beweren tot de oorspronkelijke inwoners van Egypte te behoren. Voor sommigen is het woord ‘Arabier’ dan ook een scheldwoord.


Human Rights Weekend

Van 31 januari tot en met 2 februari wordt in De Balie in Amsterdam het Human Rights Weekend gehouden met films en debatten. Journalisten van De Groene Amsterdammer verlenen hun medewerking aan dit festival. Zo neemt Monique Samuel op zondag 2 februari deel aan een gesprek met fotograaf Roger Anis die voor de Egyptische krant Al-Shorouk de omwentelingen in Egypte sinds 2011 registreerde. Anis’ foto’s staan ook bij dit artikel over de christenen in Egypte. Op vrijdag 31 januari interviewt Casper Thomas na afloop van de film Pussy Riot: A Punk Prayer een van de makers. Evert de Vos gaat op zaterdag 1 februari na de film A World Not Ours in gesprek met vluchtelingen en op zondag 2 februari leidt Joost de Vries een discussie over frontline journalism naar aanleiding van de film Which Way Is the Frontline from Here? The Life and Time of Tim Hetherington. De voertaal is Engels. Meer informatie: debalie.nl


‘Reflecting Change’, zondag 2 februari 15.30 uur met fotograaf Roger Anis tijdens HRW