Groen

Stier

Verjaarsvisite, met glaasjes dubbeldrank en stukjes augurk in boterhamworst gerold. Een verhaal. Een boer aan de dijk ging op vakantie en schakelde dus de boerenhulp in, hoewel dat tegenwoordig geloof ik ‘Bedrijfsverzorging’ heet. Een nog tamelijk jonge man kwam de koeien en andere beesten verzorgen. Op de een of andere manier raakte de stier los. Nadat er al een hele tijd niets van de betreffende boerenhulp was vernomen, ging iemand eens poolshoogte nemen en werd hij gevonden. Of liever: de stier werd aangetroffen, licht nabriesend boven de boerenhulp. Hoe lang de stier er al zo bij gestaan had, weet niemand. Niemand heeft enig idee hoe de laatste uren van die man geweest zijn. Zijn kleren lagen overal in de schuur, schoenen tientallen meters uiteen. Iedereen zuchtte, nam een slok dubbeldrank en pakte nog een boterhamworst-augurkrolletje.
Een mannetjesdier blijft een mannetjesdier. De stier die tijdens een fotosessie in de lente heel lief en gedisciplineerd achter mij stond, terwijl ik gehurkt in het gras zat, joeg twee dagen later mijn broer en de veearts de sloot in, terwijl ze voor hun leven renden. Nog eens een paar dagen later lag het beest al op allerlei etensborden. Die had tenminste nog het geluk dat hij vereeuwigd werd, ik kwam hem zelfs tegen op een reusachtige foto op de Frankfurter Buchmesse, een foto die zó was opgeblazen dat ik toen pas zag dat ik prutknieën had en vuile vegen op mijn jek. Hoewel, geluk, wat kan het zo’n beest schelen of hij op een foto staat.
Voor de boerenhulp mag je hopen dat hij bij de eerste stoot het bewustzijn verloren heeft en niet gemerkt heeft dat hij langzaam vertrappeld werd door stierenpoten, stapsgewijs murw gebeukt door een stierenkop. Ik hou altijd mijn hart vast als ik op de tv mensen zie die leeuwen of tijgers aaien alsof het huiskatjes zijn. Nou ja, het zijn een soort huiskatjes, want met de fles grootgebracht, maar het blijven wilde, verscheurende dieren. Eén hap en die strelende handjes zijn verdwenen. En dan nog verbaasd kijken ook, die mensen.