De prijs van lekker

Stijf van het vet

Voor de industrie zijn het wondermiddelen, voor de mens kunnen ze behoorlijk schadelijk zijn. Toch zitten ze nog in veel voedingsproducten: transvetten.

Een plak kerststol met boter, amandelkransjes bij de thee, of een groot stuk banketstaaf: het hoort er allemaal bij de komende weken, en het liefst zo veel mogelijk. Dat Kerst ongezond is en slecht voor de lijn is algemeen bekend. Dat bovenstaande producten vaak schadelijke transvetten bevatten, weten minder mensen.

Hoogleraar gezondheidszorg en cultuur Ivan Wolffers schreef een boek over afvallen: Het dikke afvalboek. Hij waarschuwt daarin voor transvetten, die ontstaan in een chemisch proces waarbij plantaardige, vloeibare vetten gehard worden. Transvetten zijn goedkoop en bruikbaar in allerlei koekjes en gebak omdat het product er mooi stevig van blijft. Kant-en-klaarmaaltijden en vooral fast food staan vaak letterlijk stijf van de transvetten.

De prijs die wij daarvoor moeten betalen is hoog. Ivan Wolffers: ‘Ons lichaam kan transvetten niet aan. Dus worden ze opgeslagen, voornamelijk in de buik. En transvet is nauwelijks afbreekbaar, dus met veel beweging krijg je het niet weg.’ Behalve esthetische bezwaren zijn er ook medische. Als iemand zijn inname van transvet met twee procent verhoogt, heeft diegene 23 procent meer kans op hart- en vaatziekten. Geschat wordt dat zo’n 1750 hartinfarcten voorkomen kunnen worden als transvet uit het dieet geschrapt wordt.

Het ministerie van vws heeft een keurige richtlijn opgesteld om dit te bewerkstelligen. Niet meer dan één procent van een willekeurig product mag bestaan uit transvet. Wolffers bevestigt dat: ‘Dat is door experts en bijvoorbeeld de World Health Organisation vastgesteld. Het probleem is dat dit in Nederland een richtlijn is, en geen wet. In Denemarken bestaat zo’n wet wel, sinds 2004. Daar is hij geruisloos ingevoerd, burgers hebben er vrijwel niets van gemerkt. Het is dus niet zo dat alles er opeens anders uitziet of vreemd smaakt zonder transvet.’

Ook New Yorkers zullen het vanaf 1 januari zonder transvet moeten stellen; een net aangenomen wet verbiedt het gebruik ervan in alle restaurants. Dat zal stress veroorzaken bij de McDonald’s-keten: een onderzoek uit 2005 zegt dat gemiddeld vijftien procent van de door hen gebruikte vetten transvet is. Bij de Nederlandse McDonald’s was dit zes procent, nog veel te veel. ‘Daar komen heel wat buikjes vandaan’, aldus Wolffers.

Waarom is het gebruik van transvet nog niet verboden? Ivar Noordenbos van de persvoorlichting van vws laat desgevraagd weten dat ‘zelfregulering vanuit de industrie hier duidelijk aantoont effectief te kunnen zijn’. Met andere woorden: we bemoeien ons er niet mee. Hij verwijst naar www.vetzuursamenstelling.nl, een website waar betrokken partijen zoals de Vereniging voor Bakkerij- en Zoetwarenindustrie en Koninklijke Horeca Nederland een heuse Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling bestieren. Ook hier is de één-procentnorm bekend. De Task Force streeft naar ‘het verlagen van de hoeveelheid transvetzuren in de voeding zodat een inname van maximaal 1 energieprocent in de voeding gerealiseerd kan worden, conform de doelstelling van de Nederlandse overheid’.

Wat is dan het probleem? Wolffers: ‘Iedereen weet dat het slecht is en dat er makkelijk iets aan gedaan kan worden, maar de industrie heeft natuurlijk verschrikkelijk veel macht. Die beginnen dan over hoe moeilijk het is om een recept aan te passen en hoeveel de smaak van een product wel niet kan veranderen. En dan gaat het langzaam, zo’n verandering.’ En inderdaad, de Task Force voegt er in de kleine lettertjes aan toe dat transvetzuren een grote invloed hebben op producten, en dat het niet de bedoeling kan zijn dat die opeens veranderen. Daarom behouden ze zich het recht voor om flink de tijd te nemen om nieuwe receptuur uit te proberen.

Wolffers: ‘Het is helemaal niet moeilijk om transvetvrij te produceren. De overheid moet het gewoon verbieden! Helemaal omdat transvet ook veel wordt gebruikt door kleine ondernemers; banketbakkers of patatboeren. Daar heb je als consument geen controle meer over, je kunt niet zien of er transvet in zit. Als het verboden wordt, is dat probleem opgelost.’ Maar verbieden gaat lastig, omdat Nederland nu eenmaal graag overlegt, en de industrie geen zin heeft om alles meteen over een andere boeg te gooien.

De consument wil goedkoop, mooi en makkelijk en heeft daarmee de industrie de macht gegeven transvet te gebruiken. Volgens Wolffers is de enige methode om transvet snel tot het verleden te laten behoren dan ook: niet meer kopen. Lees de labels goed, het staat er verplicht op. Soms duidelijk, als transvetzuur, soms vermomd als ‘gedeeltelijk gehard plantaardig vet’, of zelfs als ‘gedehydrogeneerde plantaardige vetten’. ‘En als het erin zit, mieter je de verpakking gewoon terug in de schappen’, zegt Wolffers.