POPMUZIEK

Stijlevolutie

Ty Segall

Een klassieke opvatting is dat garagerock het best tot zijn recht komt in kleine zweterige ruimtes die moeten ruiken naar sigaretten en bier. De band speelt het liefst vlak voor je neus en de grof afgestelde apparatuur zorgt voor het ongepolijste geluid dat de rauwe energie extra uitvergroot. Veel bands blijven op hun platen trouw aan een bewust franjeloze productie. Toch zie je bij verschillende andere artiesten (vaak de meer succesvolle) iets wat lijkt op een stijlevolutie, waarmee ze hun genre uiteindelijk ontstijgen.

Bijvoorbeeld de begin dit jaar op 29-jarige leeftijd overleden Jay Reatard. Al ruim tien jaar is hij een van de grootste artiesten uit de scene. Muzikaal wordt hij dit jaar herdacht met een uitgebreide heruitgave van Teenage Hate, zijn eerste lp met de Reatards uit 1998. Alsof je in een afgekeurde roestbak met 180 kilometer per uur over de snelweg raast. Zo ruw, onstuimig en vol samengebalde adrenaline klinkt deze trip van achttien nummers. De meeste klokken tussen de 1,5 en 2,5 minuten en geven je na afloop het gevoel dat je ook nog eens geen voorruit in je auto had. Zijn laatste album Watch Me Fall verscheen in 2009 op het grote label Matador. Hoewel de geest van zijn garagepunk hoorbaar aanwezig is, werkt Reatard hier ook met pop, radiovriendelijke productie en zelfs violen.

De drie bandleden van The Black Lips zijn nog twintigers, maar ook al jaren een gevestigde naam in het garagegenre. Het recente Arabia Mountain is hun zesde album in negen jaar. Voor een extra groezelig geluid hingen ze ooit een master-cassette voor een paar weken aan de achteruitkijkspiegel van hun auto om deze zoveel mogelijk nicotine te laten opvangen. Op de laatste plaat werken ze voor een groot deel samen met de beroemde hitproducer Mark Ronson. Zowel gruis als ruis is verdwenen en met helder klinkende en vrolijke rock-‘n-roll doet de band zijn zonnige thuisstaat Californië eer aan. Zo klinkt Raw Meat, over de bijna-vergiftiging van Ronson, als een pepnummer in de beste traditie van The Ramones.

De jonge Ty Segall (23) maakte als tiener met verschillende garagebands (Epsilons, Traditional Fools) naam in kleine kring. Ook solo brengt hij in snel tempo nieuw werk uit, waarbij hij het garagegeluid steeds meer achter zich laat. Vorig jaar gooide hij nog hoge ogen met Melted, nu komt hij al met Goodbye Bread. Met zijn rafelige sixties-sfeer is California Commercial nog een knipoog naar ouder materiaal, maar hij kijkt veel verder dan dat. Zo laat hij My Head Explodes uitgroeien tot een bijna ideale psychedelische rocksong. Op het heerlijk slepende You Make the Sun Fry lijkt hij wel een bastaardzoon van John Lennon. Goodbye Bread is een spannende en evenwichtige rockplaat waarop Segall weer een grote stap zet als talentvolle songschrijver. Is de woeste energie dan helemaal gekanaliseerd? In de studio misschien, maar op de ook dit jaar uitgebrachte concertplaat Live in Aisle 5 hoor je dat hij er nog genoeg van in huis heeft.

Ty Segall, Goodbye Bread, label: Drag City/Konkurrent