Opheffer

Stijlfiguren

De politicoloog professor Fennema zegt behartenswaardige zaken over de vrijheid van meningsuiting, maar debiteert eveneens eigenaardige opvattingen. Zo vindt hij dat ‘beledigen’ bestraft moet worden. Hij zegt, en ik hoop dat ik hem juist parafraseer: wanneer Theo van Gogh veroordeeld was voor zijn gebruik van ‘geitenneukers’, dan hadden moslims meer vertrouwen gehad in de rechtsstaat.

Ik heb daarover een paar opmerkingen.

Het recht op vrijheid van meningsuiting hoef je niet te omschrijven wanneer je niet mag beledigen. Anders gezegd: als iedereen zich beschaafd gedraagt, heb je geen wet nodig op de vrijheid van meningsuiting. Juist beledigen moet mogen – in alle openheid. De reden is dat je nooit precies kunt omschrijven wat beledigen is. Het is altijd een stijlmiddel. Als ik in een recensie lees dat ik een bloedeloze stijl heb, dan vind ik dat beledigend, maar het blijft een mening. ‘Moslims zijn geitenneukers’ is ook een mening, alleen een verduveld slechte. Het is natuurlijk een generalisatie, maar ook een hyperbool, ook een vorm van satire, want het heeft tot doel de moslims belachelijk te maken. Je kunt er dus geen algemene uitspraak over doen en daarom moet de wet dit soort uitspraken beschermen. Het is iets anders dan: ‘Fennema is een kinderverkrachter.’ Dat is niet waar en tast Fennema aan, daarom is dat terecht strafbaar.

Over de geitenneukers van Theo twee zaken. Theo schreef over geitenneukers naar aanleiding van een tekst van Khomeini waarin die stelde dat wanneer de vrouw ongesteld was je haar niet mocht bekennen, en als je het dan met een geit had gedaan, mocht die geit niet worden gegeten. Theo was hogelijk verbaasd over deze tekst. ‘Nu zeggen ze het zelf’, was zijn reactie. Theo heeft het ook altijd in die zin gebruikt. (Terzijde: na de moord op Van Gogh heeft men pas in de Nederlandse pers geschreven dat deze tekst waarschijnlijk een hoax was.) Mohammed Bouyeri zei overigens expliciet in de rechtszaal dat hij Theo niet had vermoord omdat hij sprak over ‘geitenneukers’, maar omdat hij de profeet had beledigd.

In een gesprek met Fennema zei het pvda-kamerlid Aleid Wolfsen – voormalig rechter – dat hij de vrijheid van meningsuiting voor kunstenaars expliciet in de wet wil vastleggen. Dat is onzin. Wie is een kunstenaar en wie niet? Iedereen is kunstenaar. Dat vastleggen in een wet is eerder een beperking van de vrijheid van meningsuiting. Immers: je brengt kaders aan waarbinnen je wel iets mag zeggen en waarbuiten je minder rechten hebt. Het is net zoiets als dat vermaledijde ironieteken dat nutteloos is. Als je een ironieteken voor een ironieteken zet, is dan wat je vervolgens zegt waar of niet? En wat als je vervolgens een zin hebt met een dubbele ontkenning?

Een cabaretier moet net zo veel – dus alles – kunnen zeggen als een tuinman. Beledigen heeft trouwens ook een reinigende functie, vooral als je de belediger kunt bevragen. Wat bedoelde je met geitenneuker, waarom zeg je dat, wat is de subtekst?

Ik beweerde daarnet dat beledigen en schelden eigenlijk stijlfiguren zijn: neem Van Deyssel. Of Kloos’ De onbevoegdheid der Hollandsche literaire kritiek – heerlijke scheldpartijen. Om te beledigen moet je in de taal als het ware forceren en daarom is een belediging of een scheldwoord altijd literair. ‘Opheffer is een arrogante slijmerige kwal die zijn bekendheid dankt aan de moord op zijn vriend die hij tot op het dode bot afkluift en uitbuit en te gelde maakt’, is een beledigende zin, maar zit vol literaire verwijzingen en vondsten, hoe goedkoop ook, en hoort daarom tot het domein van de literatuur, waar iedereen vrij is.

Trouwens, het gaat kunstenaars tegenwoordig niet om het feit dat de staat ze geen vrijheid geeft. Als wij iets beweren – al of niet serieus of grappig bedoeld – lopen we de kans vermoord te worden door fanatici. Dat is de reden waarom kunstenaars tegenwoordig niet ‘all out’ durven gaan. En dat klimaat van zelfcensuur wordt alleen maar groter, en dus gevaarlijker, wanneer mensen als Donner, Rouvoet, Balkenende, Van Mierlo – en zo kan ik nog even doorgaan – die vrijheid van meningsuiting eigenlijk willen inperken.