Film

Stikken in het bijna-gewone

FILM Mon fils a moi

Wanneer Julien thuiskomt doet hij zijn hemd in zijn broek en kamt hij zijn haar in een scheiding. Tiener speelt brave zoon – niets bijzonders. Zijn vader is professor, hij heeft een goede relatie met zijn studerende zus en zijn moeder adoreert hem. Wat wil je nog meer, zou je zeggen. Nu, om te beginnen wat privacy. Zijn naaktheid is niet privé, en dat geldt voor meer. Moeder is niet in staat Julien ook maar iets te gunnen dat buiten haar om gaat. Ze opent zijn post, hekelt zijn kledingsmaak, wordt woedend als ze ziet dat hij zich geschoren heeft. Als hij niet direct na school naar huis komt haalt ze hem op en vernedert hem tegenover zijn vrienden. Zijn pianolessen en voetbalclub moet hij opgeven (want wil hij niet liever gaan zwemmen met zijn moeder, nou?). Dit gezin is dus niet zo standaard als het lijkt. Of moeten we ons afvragen wat zich achter andere gewone voordeuren afspeelt?

Regisseur Martial Fougeron beperkt zich knap tot ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen. Juist de opeenstapeling van het bijna-gewone roept een enorme spanning op. Door sommige dramatische gebeurtenissen (zoals de dood van een van de hoofdpersonages) buiten beeld te laten plaatsvinden en pas achteraf mee te delen, door nergens te overdrijven en binnenshuis steeds vanaf dezelfde standpunten te filmen, creëert hij een benauwde, bijna verstikkende sfeer.

Natalie Baye heeft een moeilijke rol als moeder. ‘Julien?’ – ze zegt het vaak, vleiend, maar altijd dwingend. Ze danst met haar zoon, kijkt hem flirtend aan, strijkt zijn haar glad, maar slaat en schopt hem net zo makkelijk als hij zich niet gedraagt zoals haar kleine jongen dat zou moeten doen. Wat bezielt haar? Oma geeft een aanwijzing als ze, voor een dichte deur – Julien mag haar inmiddels ook niet meer zien – zegt dat haar dochter nooit normaal is geweest. Meer komen we niet te weten. Dat past in de spaarzaamheid van Fougeron en in het perspectief van Julien van waaruit de film verteld wordt, maar meer informatie had haar, en daarmee het verhaal, meer diepte gegeven.

Victor Sevaux maakt indruk als Julien. Zijn manier van lopen, een lachje: alles straalt geremdheid uit. Op momenten lijkt hij wat onwennig voor de camera; tot tweemaal toe kijkt hij er, betrapt, bijna in. Maar dit bewust-zijn heeft het verrassende effect dat we ons als kijker net zo voyeuristisch voelen als we zijn moeder verwijten dat ze is.

De vader van Julien houdt zich op de achtergrond. Eventuele problemen – Julien eet slecht, huilt vaak en praat nauwelijks – doet hij af als puberaal gedrag. Net als moeder is hij zich van geen kwaad bewust. De zus van Julien maakt zich zorgen, maar is dolblij als ze op kamers mag. Ieder personage doet op zijn of haar manier het mogelijke, maar dat is duidelijk niet genoeg.

Mon fils a moi. Draait in diverse steden