Hoodcommentaar

Stille onmacht

Sommige mensen willen geen discussie meer voeren over de oorlog in de Gazastrook. Zeker niet met meer dan één persoon. Ze zijn bang meegezogen te worden in een heilloos twistgesprek.
‘Dus jij vindt het wel best dat Israël zich verdedigt ten koste van honderden dode Palestijnse burgers; als jij Israël het recht op zelfverdediging ontzegt, praat je de jarenlange bombardementen van Hamas goed; jij weigert in te zien dat de toegeeflijkheid tegenover het Israëlische geweld het moslimterrorisme aanwakkert; jij bent te dom om te zien dat Israël niet alleen Hamas bestrijdt, maar ook Iran, dat Israël wil vernietigen; dan vergeet jij dat het de Israëlische regering vooral te doen is om de verkiezingen in eigen land; jij bent blind voor de tactiek van Hamas om eigen burgers als doelwit in te zetten om zo Israël in diskrediet te brengen.’ En zo verder en zo voort, vaak doorspekt met scheldwoorden, en op de persoon gespeeld.
Zij die hun mond liever houden, willen niet meer worden meegezogen in het joodse of in het Palestijnse kamp, in een wedstrijd om het morele gelijk, in een onontwarbare historische kluwen van oorzaak en gevolg, in schuldgevoelens, in een religieuze oorlog, in goed of fout. Ze willen dat het geweld stopt.
Ze willen zelfs niet meer praten over het waarom van die emotionele betrokkenheid, over de vraag waarom in Nederland het conflict in het Midden-Oosten zoveel losmaakt. Is het vanwege de Tweede Wereldoorlog, omdat we ons schuldig voelen, omdat altijd wel iemand iemand in Israël kent of er zelf is geweest, omdat we ons generen omdat we zo lang geen oog hebben gehad voor de Palestijnse zaak? Want ook daarover kan ruzie ontstaan.
Ze sluiten zich ook af voor het politieke debat in de Tweede Kamer. Ze hebben genoeg van het binnenlandse politieke gehakketak. Van het in de mond nemen van het woord ‘intifada’ door SP-Kamerlid Harry van Bommel; van de pogingen coalitiegenoten PvdA en CDA van elkaar los te weken; van de vraag of het Israëlische geweld nu wel of niet veroordeeld moet worden als disproportioneel en of het predikaat oorlogsmisdaad op zijn plaats is of niet; van het juist nu afreizen van CDA-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken naar Azië, of van de vraag of het Deens-Nederlandse voorstel een waarnemersmissie te organiseren aan de grens tussen Gaza en Egypte wijst op verdeeldheid in de Europese Unie of niet.
Ze weten ook dat ook hun zwijgen over de oorlog in Gaza weer aanleiding kan zijn tot ruzies, oordelen en verwijten. Maar ze willen echt niet meer meedoen. Ze geven zich over aan stille onmacht. Dat is iets anders dan dat ze inmiddels onverschillig zouden zijn.
Hoe paradoxaal het ook klinkt: juist voor deze zwijgende groep kan de hardop worstelende PvdA wel eens de positie innemen waarin zij zich kan vinden. Niet omdat de PvdA-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen, Thijs Berman, het woord ‘oorlogsmisdaad’ in de mond heeft genomen voor het bombardement op de VN-school in Gaza en de fractie die kwalificatie niet wil gebruiken. Niet omdat de fractie het optreden van Israël buitensporig noemt en het smaldeel in het kabinet daarin niet meegaat. Maar omdat de PvdA er als coalitiepartij voor heeft gekozen het meningsverschil binnen de eigen partij en met het CDA over het kwalificeren van het optreden van Israël nu niet op de spits te drijven. Ze laat de interne worsteling bij de christen-democraten aan henzelf over.
Die houding van de PvdA is gemakkelijk te duiden als dubbel, niet principieel en gericht op eigen belang en het in stand houden van de coalitie.
Maar ze kan ook worden gezien als voortkomend uit praktisch idealisme: omdat het geweld moet stoppen en er nu geen Kamermeerderheid is die het geweld van Israël veroordeelt. Vergelijk het met de financiële crisis, ook al kan die vergelijking ongepast lijken omdat in die crisis geen doden vallen waardoor de vergelijking aanleiding kan zijn voor een emotioneel verwijt, hetgeen dan de aandacht weer van de zaak afleidt. Maar ook in de kredietcrisis wordt er eerst en vooral gezocht naar een oplossing voor de acute problemen. En dat het geweld moet stoppen en moet plaatsmaken voor een duurzame vrede vindt de hele PvdA, en ook het CDA en de derde coalitiepartner, de ChristenUnie.
Met die opstelling kan de PvdA minister Verhagen blijven aanzetten tot het nakomen van zijn beloften. De CDA’er Verhagen wil beëindiging van de vijandelijkheden in het Midden-Oosten en van de wapenhandel aan Hamas om herhaling van zetten te voorkomen. Hij wil dat de grens met Gaza weer open gaat, niet alleen voor hulpgoederen om de nood van nu te lenigen, maar ook omdat hij wil dat de bewoners van de Gazastrook een volwaardig leven krijgen, waarbij ook een normaal personenverkeer hoort. Hij ziet in dat bij de daarvoor noodzakelijke grenscontrole tussen Gaza en Egypte Arabische waarnemers onontbeerlijk zijn.
Door net als de PvdA niet van het CDA en Verhagen te eisen dat ze het geweld van Israël veroordelen, loopt de groep die inmiddels liever zwijgt het risico het verwijt naar het hoofd geslingerd te krijgen dat ze de Palestijnse doden niet belangrijk vindt of over het hoofd ziet dat een veroordeling een middel is om het geweld te stoppen. Net als de PvdA kiest die groep nu voor een praktische oplossing. Maar het debat over proportionaliteit en hoe je te verdedigen tegen aanvallers die burgers als schild gebruiken, komt terug.