Herzbergs teksten oogsten lof in Duitsland

Stille rouw zonder zakdoeken

Onder de titel Über Leben gingen deze maand drie stukken van Judith Herzberg in première bij het prestigieuze Deutsches Theater in Berlijn. De Duitse pers rukte massaal uit.

ERGENS in het openingsdeel Leas Hochzeit neemt Riet het woord. Riet is de onderduikmoeder van Lea. Ze staat in het grote verhaal van deze joodse familie voor de buitenstaander, de nuchtere poldermoed van anonieme Nederlanders die na de oorlog vooral geen lintje wilden wegens betoond heldendom en die van hun oeverloze hart een vijver vol argeloze vertellingen maken, verhalen die af en toe op het randje van onschuldig antisemitisme balanceren. Op het bruiloftsfeest herinnert Riet zich plotseling een Franse film met een man van wie ze denken dat hij jood is. Riet: ‘Is-ie niet, maar dat kan hij niet bewijzen. Op het laatst pakken ze ’m toch en dan verdwijnt hij, dan wordt hij samen met al die joden toch op transport gesteld. En hij was helemaal geen jood, hij was totaal onschuldig.’
Riet wordt in de Berlijnse voorstelling gespeeld door de actrice Christine Schorn, een stevige vrouw die monumentaal geaard kan stáán op een toneel. Ik heb haar in dit toneelhuis zien spelen als de oude huishoudster Marina in Tsjechovs Onkel Wanja in de regie van Jürgen Gosch uit 2008, een voorstelling die nog altijd op het repertoire staat. In Über Leben is Christine Schorn onmodieus gekleed in uit de tijd gevallen vesten, truien en sjaaltjes en speelt ze met een stem die een mengeling is van de soubrette-sopraan die Mary Dresselhuys kon opzetten en de proleten-alt van Adèle Bloemendaal, alles goed gemikt en steeds raak. Haar met lichte verontwaardiging geplaatste tekst 'Aber der Mann war überhaupt kein Jude, er war völlig unschuldig’ oogst bij het publiek een spontaan lachsalvo, door een Berlijnse criticus omschreven als 'het opklinken van een lach met de koude rilling die je vaak hoort bij teksten van George Tabori’. Simon, de vader van Lea, die met zijn vrouw Ada het kamp overleefde, sluit de scène af met de zin: 'Riet hat ein Herz aus Gold’, een tekst die door de toneelspeler Christian Grashof ook heel precies wordt geplaatst, stirred, not shaken. Aan zo'n kleine reeks diamantjes hoor, zie en voel je dat de teksten van Judith Herzberg bij deze toneelspelers in zeer goede handen zijn.
Het initiatief om de drie stukken van Judith Herzberg op één avond te spelen komt van regisseur Stephan Kimmig (1959), die de twee eerste delen elf jaar geleden al eens in Stuttgart regisseerde, onder dezelfde titel, toen geschreven als Überleben. Van 1988 tot 1996 werkte hij als freelance regisseur in Vlaanderen en Nederland. De vrouw met wie hij toen was getrouwd scheurde in 1982 de kaartjes bij de Amsterdamse wereldpremière van Leedvermaak en zag de voorstelling vervolgens 48 keer. Kimmig: 'Ze kende de tekst uit haar hoofd.’ De nieuwe verzameltitel van de voorstelling die op 8 en 9 april in Berlijn in première ging, Über Leben, is van hem. Herzberg bevalt die titel goed: 'Leedvermaak is de samenvatting van een huwelijk, Rijgdraad gaat over een ongewenst kind, Simon over sterven en niet sterven, uiteindelijk een afdruk van leven, net als de geboorte van een zoon die niet welkom is.’
De Berlijnse uitgever van het werk van Judith Herzberg, Maria Sommer, heeft zich jarenlang sterk gemaakt voor dit project. En Kimmig heeft zijn eigen artistieke team meegenomen, onder wie voor het decor zijn vaste ontwerper Katja Hass. Zij ontwierp een vormgeving die aanvankelijk lijkt te bestaan uit louter achterwanden van een 'echt’ decor dat we nooit te zien krijgen, op een speelvloer van oneffen over elkaar gesprokkeld ruw hout, in een schrale, af en toe steriele belichting. In het openingsdeel treffen we een groep feestgangers in wonderlijke sur place posities, die in versplinterde, korte en heftige scenische fragmenten laag voor laag hun familiegeschiedenis afpellen. De toneelspelers zijn in het hele eerste deel allemaal permanent op de scène, verplaatsen zich uitsluitend in minimale en soms merkwaardige dansjes naar elkaar toe en vooral van elkaar weg, en als ze even niks te zeggen hebben staan ze rug zaal.
Zo ook de figuur van Lea, gespeeld door de rijzige toneelspeelster Susanne Wolff (1973). Twee jaar geleden kwam ze naar Berlijn, met de nieuwe directeur hier, Ulrich Khuon, mee uit Hamburg. Daar zag ik haar twee prachtrollen spelen, de koele glamour van Ulrike Meinhof in Urike Maria Stuart van Elfriede Jelinek, en de originele Maria Stuart van Schiller in de bejubelde regie van Stephan Kimmig, een enscenering die door dit toneelhuis is overgenomen. In Über Leben is ze het kloppend hart van de voorstelling, ook in het tweede deel Rijgdraad (hier Heftgarn), waar ze haar onthechte bestaan verdedigt met giftige uitvallen, zoals in een kernscène van het stuk waarin Lea haar schoonzus Dory de naam betwist die is bedacht voor het kind dat zij draagt van haar vader Simon: ze gaan hem Isaac noemen, de naam die Lea ooit had bedacht voor het kind dat zij nooit heeft gekregen. Simon legt uit waarom juist dié naam: zo heette de in het kamp gestorven vader van Dory. Lea: 'Dann hat Dory wieder einmal gewonnen. Ich wollte es nur wegen Isaac Stern.’ Susanne Wolff speelt die zin met het woedende maar berustende verdriet dat de Herzberg-personages zo bijzonder maakt - stille rouw zonder zakdoeken en zonder tranen.

IN DIT TWEEDE deel duiken, als tekstprojectie op een gaasdoek, enkele teksten op uit de koorzangen van Leedvermaak, adviezen aan de ouders die hun kind afstaan, bindende regels voor de ouders die het kind tijdelijk opnemen. En die intermezzi werken, als zout in wonden, als commentaar van buiten. Het decor van Katja Hass beweegt in dit tweede deel ruim anderhalf uur lang. Op een van de grootste draaitonelen van Europa draait en draait het huis van Simon en Ada, en toont steeds een nieuw perspectief op de grote kamers met meubels die met witte lakens zijn afgedekt en op lange gangen, van waaruit de ontheemde personages af en toe naar voren stappen om over hun groeiende verwarring te vertellen.
Als oermoeder Ada is gestorven keert ze als joods spook terug op het voortoneel, een dibboek in rood mantelpak, nog altijd kibbelend met haar dochter Lea, maar nu als doodsengel met komisch commentaar, nog altijd lachend, nu misschien omdat alles eindelijk achter haar ligt. Gespeeld wordt Ada door Almuth Zilcher (1974), vaste kracht in dit toneelhuis (ik zag haar eerder als Atossa in Perzen van Aechylos), te jong voor de rol van Ada eigenlijk, maar zo helder en overtuigend gespeeld, een fonkelend ijspaleis.
Voor het slotdeel, Simon, waarin we in de tijd bijna een kwart eeuw verder zijn, heeft de afdeling schmink van het Deutsches Theater ware wonderen verricht. Met name Dory (Maren Eggert) en Lea zijn hier getekend ouder geworden, mooier ook en nauwelijks milder. In dit deel onderstreept de Berlijnse uitvoering de waarde en het unieke karakter van het hele project: we zijn een lange (vierenhalf uur, twee pauzes) avond bij deze mensen gebleven, als het ware met ze meegegroeid, zoals zij vergroeiden in hun geschiedenis, hun pijn, hun wrange grappen en hun overlevingshumor. De tristesse-tango uit het eerste deel keert hier vlak voor het einde even terug, als een intense herhaling van het melancholieke dansje op de droevige muziek van de evergreen Besame Mucho, 'Besame, besame mucho/ Como si fuera esta noche la última vez’, kus me lang en veel, omdat deze avond toch echt de laatste zal zijn.
De Frankfurter Rundschau schreef over dit slot: 'De dood is het probleem. Hoe treed je de dood tegemoet? De dood van anderen, de eigen dood. Het stuk lukt hier iets waarin de enscenering ook slaagt: om de schoonheid in het bittere te behouden, een loflied op het leven te zingen en tegelijkertijd het bittere in de schoonheid te verankeren. Zo is nu eenmaal het leven. Het is mooi. Het duurt voort. En het loopt ten einde.’ De Duitse kranten, die massaal op de première van Über Leben zijn afgekomen - in tegenstelling tot de Nederlandse, die schitteren door afwezigheid - zijn vol lof over de spiritualiteit en de humor in deze teksten, die, zo concludeert de Süddeutsche Zeitung, in Duitsland te weinig gespeeld worden: 'Er komen zinnen voorbij, die men net als bij Tsjechov nauwelijks opmerkt als ze gesproken worden, en die misschien pas dagen later in het bewustzijn blijken opgeslagen.’ En de Berliner Zeitung sluit haar recensie als volgt af: 'Es ist ein Anfang, sich für die Wunden zu interessieren. Dafür wäre man gern auch an drei Abenden ins Theater gegangen.’


Über Leben is op 1, 13, 29 mei en 14 juni te zien in het Deutsches Theater te Berlijn, online kaarten via www.deutschestheater.de, waar maandelijks de nieuwe speeldata worden gepubliceerd, ook in het komend toneelseizoen. Voor meer over de geschiedenis van Über Leben zie de Kroniek van kunst en cultuur