Opheffer

Stilstand

Er zijn twee opvattingen die aan elkaar tegengesteld zijn, maar die toch het huidige tijdsgewricht typeren: de tegenstelling links en rechts bestaat niet meer, en rechtse partijen staan voor zaken waar vroeger linkse partijen voor stonden, zoals emancipatie van de homo en de vrouw en de vrijheid van meningsuiting.

Er zijn wel meer vreemde veranderingen. Zo durft een deel van mijn kennissenkring niet te vertellen waarop ze stemmen. Automatisch dacht ik dat ze dan Wilders gingen stemmen of Verdonk, maar dat is niet zo. Het is inderdaad erger: ze stemmen CDA. Waarom?

‘Geen gedoe.’

Het zijn mensen die niet gelovig zijn, minimaal een hbo-opleiding hebben, eigenlijk PvdA of D66 zouden moeten stemmen, maar gevlucht zijn naar het CDA. Want: ‘Geen gedoe.’

Is er dan gedoe?

Ja, vinden mijn kennissen. En kort samengevat redeneren ze zo: ‘De islam is misschien wel gevaarlijk, de vrijheid van meningsuiting staat misschien wel onder druk, de huizenprijzen zijn misschien te hoog en het gaat slecht met het onderwijs, maar links en rechts zijn te klein om dat te veranderen, trouwens we willen geen verandering, en ook het liberale midden is daarvoor te klein en wil te veel, dus stemmen wij op het CDA.’

Het CDA staat voor: op de plaats rust.

En dat is ook wat ik om me heen zie: er is nergens een gepassioneerde beweging merkbaar. De kunst staat nagenoeg stil – in Amsterdam voel je dat als je langs het Stedelijk of het Rijks loopt, die gesloten zijn, omdat er moet worden ‘verbouwd’ terwijl er niet verbouwd wordt. De media lijken ook stil te staan. Het gaat slecht met de dag- en weekbladen. Ze kunnen nog even blijven voortbestaan, maar dat is het dan ook. Hun invloed is afgenomen, lijkt het. En nieuwe kranten hebben nog te weinig allure. En in de politiek wordt eigenlijk ook niets gedaan. Zo’n zin is altijd gevaarlijk, want lijkt op ongemotiveerd onderbuiksentiment, maar zelfs als je er dicht op zit, kun je toch niet zeggen dat het een inspirerende tijd is.

Wie wint op het ogenblik? Rita Verdonk. Waarmee? Met het feit dat zij juist geen programma heeft. Beter kun je de wens tot stilstand niet karakteriseren. Links en rechts zijn twee poezen geworden die je moeilijk uit elkaar kunt houden, omdat ze het resultaat zijn van jarenlange kruising.

Het is het resultaat van betrekkelijke welvaart; de strijd om het bestaan is verworden tot iets dat gaat over een paar euro’s meer of minder, ondanks het feit dat er absoluut ergens armoe zal zijn. Ons avontuur halen we uit vakanties en de media, maar niet meer uit het leven zelf. Dat moet stil blijven staan, anders gaat het misschien verloren.

Laatst had ik met een jonge vrouw een discussie over het schrijverschap. Ze wilde wel schrijver worden, maar dat had volgens haar totaal geen zin. ‘Wie leest mij? Misschien een paar honderd man. Ik kan er dus geen geld mee verdienen. Ik krijg er ook geen aanzien mee, want schrijvers hebben eigenlijk geen status. Daarbij vind ik ook dat de verkeerde schrijvers vaak populair worden. En de goeie schrijvers ziet men niet.’

Ik kon haar niet motiveren. Goed, misschien was zij geen ‘echte schrijfster’, maar waarom eigenlijk niet? Ze was jeugdig en intelligent. Twee masters, leuk werk als redactrice, goed inkomen, knap uiterlijk, mooie vriend, 28 jaar, ballet en volleybal, cello en een abonnement op NRC Handelsblad. Zij stemde dus CDA.