Theater

Stilte na de explosie

Theater: Volkert van der G. & Mohammed B.

Ger Beukenkamp, auteur van de stukken Landgenoten, Beatrix spreekt en Onze jongens (over de Nederlandse soldaten in Uruzgan) en televisieseries als Klem in de draaideur en De kroon, hoorde vorig jaar dat de moordenaar van Pim Fortuyn en de rituele slachter van Theo van Gogh tijdelijk in dezelfde gevangenis in Scheveningen zaten. Hij vroeg zich af wat ze tegen elkaar zouden zeggen als ze bij elkaar in de cel zouden zitten en hij werkte dat idee uit tot een zeer spannende dialoog. Johan Doesburg van Het Nationale Toneel in Den Haag was onmiddellijk enthousiast. Hij vond Pieter van der Sman bereid Volkert te spelen en Khaldoun Elmecky om zich als Mohammed te verkleden.

Daar hield echter de moed van het meest prestigieuze Nederlandse toneelgezelschap zo’n beetje op. Om te beginnen werd de titel toegespitst tot Volkert van der G. & Mohammed B. (we bedoelen echt niet de Profeet!). Bang voor aanslagen of bedreigingen werd er voor bewaking gezorgd, werd de publiciteit – naar het oordeel van de schrijver – ernstig teruggeschroefd en de speelperiode uiterst beperkt gehouden. Vlak voor de zomer werd in een kleine ruimte aan de Scheveningse haven het nieuwe stuk gespeeld; na die paar weken in Scheveningen volgde geen tournee, alleen een kleine speelweek in Amsterdam, in theater Bellevue.

Is het materiaal dan zo explosief? Ja zeker, en toch niet. De voorstelling heeft bij recensenten bevreemding en verwarring gewekt. Je voelt niet mee met de twee daders, maar ook de slachtoffers (Fortuyn en Van Gogh) worden niet gerehabiliteerd. De plot is zeer heftig, maar enigszins onwaarschijnlijk. De nadruk ligt te zeer op de – onbewuste – homoseksualiteit van de hoofdpersonen. Veel blijft er vanzelfsprekend in deze confrontatie ongezegd, maar het einde is zeer spectaculair en letterlijk explosief.

Dat vind ik allemaal ook, maar ik vind nog iets meer. Ger Beukenkamp stelt in zijn tekst belangrijke onderwerpen aan de orde die betrekking hebben op de aard van het terrorisme. Onder het motto «Eerst het bloed en dan de reden» laat hij zien dat het individueel gebruik van geweld eerder psychologisch dan rationeel gemotiveerd is. Volkert met zijn kwezelachtige dierenliefde en Mohammed met zijn onvoorwaardelijke onderwerping aan wat hij als Allahs wil beschouwt zijn verwrongen mensen, geen politiek handelende individuen. Ger Beukenkamp laat in zijn tekst ook zijn eigen angst voor een religieus gefundeerd terrorisme zien. Met een grote, wereldwijde beweging en een goddelijke instemming achter zich, voelt Mohammed zich vele malen sterker dan Volkert. Uiteindelijk is de eenzame, individualistische aanslagpleger een mietje tegenover degene die zich de vertegenwoordiger acht van de imposante islam.

In het stuk wordt het beeld opgeworpen van een oorlog tussen islamitisch extremisten en homoseksuelen. Juist omdat (in de ogen van Volkert, maar hij vertegenwoordigt hier waarschijnlijk ook de schrijver) de moslimfundamentalisten hun homoseksuele gevoelens onderdrukken, uiten ze die op een perverse, gewelddadige, destructieve en suïcidale manier. Het is een aanvechtbare stelling, maar een belangrijk discussiepunt, dat intelligent en hardhandig naar voren wordt gebracht en zijn apotheose krijgt in een apocalyps van tegelijk politiek, erotisch, terroristisch en pervers geweld.

Dat vraagt om een inhoudelijke discussie, niet om een wegstoppen uit angst voor de reacties. De tekst van Ger Beukenkamp is gevaarlijk, omdat die op zijn beurt tot stereotypering kan leiden. Is daar, vanuit wederzijdse angst, geen discussie over mogelijk? Dan heeft de schrijver gelijk. Dat zou vreselijk zijn.

Volkert van der G. & Mohammed B., van 22 tot en met 25 augustus, Theater Bellevue, Amsterdam