Stilte op rode sokken

Dupe is te zien tot en met 15 april in Theater Bellevue, tel. 020-6247248.
Wie Ecstasy van Toneelgroep Amsterdam te cynisch en afstandelijk vond, kon afgelopen weekend in De Balie terecht. Daar presenteerde de Israelische theatergroep Akko een ritueel dat veel zachter van toon was dan de sjamanen-house van Gerardjan Rijnders. Het publiek werd in de foyer gevraagd niet alleen jassen en tassen af te geven, maar ook de schoenen uit te doen en rode sokken aan te trekken. Sokken om het geluid van je voetstappen te dempen - de ‘waarde’ die centraal stond in dit ritueel was de stilte. Sokken om de overgang tussen de buitenwereld en de theaterruimte te markeren. Rode sokken, zodat je voeten zich alvast thuis zouden voelen in de rode ruimte waarin de grote zaal van De Balie was getransformeerd.

In dit rode hart van de voorstelling vond het eigenlijke ritueel plaats, maar de toeschouwers konden ieder voor zichzelf bepalen hoe ver zij mee naar binnen wilden gaan. Je kon in de zijkamers blijven, om alles via tv-monitoren met meer afstand te volgen. Je kon het rode hart betreden (een acteur van het Akko trok met zijn doortastende uitnodigingen ook de twijfelaars over de streep) waar je een eigen kussentje kreeg toegewezen. Daar kon je kijken en luisteren naar een soefi-meditatie die werd uitgevoerd door het echtpaar David en Smadar Maayan, de centrale figuren van het Akko. En naar prachtige, rustgevende New-Age-muziek, live gespeeld door een aantal musici. En als je de gesproken aanwijzingen van David Maayan volgde, kon je meedoen en meegaan in de verschillende stadia van deze zoektocht naar innerlijke stilte.
Smadar Maayan was in deze voorstelling het (voor)beeld. Ze bevond zich in het binnenste van het rode hart, in een aparte ruimte met wanden die fungeerden als een one-way screen. Het publiek op de kussentjes zat om haar heen en kon haar bekijken. Zij zag om zich heen alleen de oneindige verdubbeling van haar eigen beeld. Intrigerend was de rol van de televisie, die dieper in de voorstelling was verweven dan de ‘berichten uit de buitenwereld’ op de monitoren boven Rijnders’ Ecstasy. De summiere handelingen van Smadar Maayan werden gevolgd door een cameraman die wel bij haar in de ruimte mocht, en deze beelden waren in de zijkamers te zien. Daar kon je ook voortdurend het publiek om haar heen in de gaten houden, via een aantal bewakingscamera’s. Misschien stonden deze camera’s symbool voor het wantrouwen waarmee wij moderne westerlingen een ritueel als dit bekijken. In de zijkamers was je de koele observator van je medetoeschouwers. In het rode hart was je niet alleen observator, maar werd je tegelijkertijd bespied. Dat verhoogde de drempel om mee te gaan hummen en shaken, het plaatste het warme ritueel in een kil kader.
Nog veel ingrijpender is de rol van de televisie in de (rituele) reis naar binnen die de Amerikaanse theatermaker Roy Dupree maakt in zijn virtuoze, geestige en rake solovoorstelling Dupe. Hier is de tv niet het venster naar de buitenwereld, en ook niet een afstandelijk observatie-instrument. Dupree heeft zichzelf omsloten met opname- en afspeelapparatuur, hulpmiddelen waarmee hij, in het personage van een overspannen filmregisseur, grip probeert te krijgen op zijn verwarde geest. Op de monitoren zie je Dupree zelf in bizarre vermommingen. Voor een deel heeft Dupree deze afsplitsingen in de hand: hij heeft ze op videotape staan alsof het acteeroefeningen zijn. Rusteloos spoelt Dupree de tapes door, alsof hij op zoek is naar zijn ware ik. Op een bepaald moment lijken deze (zelf)beelden het initiatief over te nemen, en wordt Dupree door zijn eigen beeld ondervraagd alsof hij bij de psychiater is. Pas als Dupree aan het einde van de voorstelling de rust vindt om zo'n talking head uit te laten spreken, blijkt dat zij met elkaar in stukjes het verhaal vertellen van een wonder. Live gelooft de overspannen filmregisseur nergens meer in. Alleen in vermomming en met een raar stemmetje kan hij nog iets kwetsbaars vertellen.