Stilte voor de storm

De vraag is niet meer of, maar wanneer de militairen zullen ingrijpen. Want het Indonesische regime lijkt vastbesloten de oppositie onder de duim te houden. Maar of Suharto daarmee zijn Nieuwe Orde van de ondergang weet te redden…?
JAKARTA - Nee, de bestuurder van de Bemo wil me niet voor de deur van het PDI-partijkantoor afzetten. Je weet maar nooit. Maar honderden andere Jakartanen zijn minder bang en komen dagelijks naar het hoofdkwartier van de Partai Demokrasi Indonesia, dat zich begin juli heeft ontpopt tot een politieke vrijpaats waar kritiek op het militaire regime openlijk en ongekend fel wordt geuit.

Het gebouw staat aan een drukke weg die genoemd is naar de leidsman van het verzet tegen de koloniale overheersing. Onder verwijzing naar de strijd die deze Diponegoro voerde, stelt de spreker vanochtend vast dat het volk nieuwe helden nodig heeft die de weg naar vrijheid wijzen. Zijn gehoor begrijpt hem en scandeert luid de naam van Megawati. Onder het zeildoek dat het voorerf overspant, is een sprekersplatform opgericht. De harde kern van de aanhang brengt hier de hele dag door. Anderen blijven slechts enkele uren, maar zij worden bij hun vertrek door nieuwe sympathisanten vervangen.
Aan de overkant van de straat staan in kleine groepjes de meer voorzichtige toeschouwers van dit politieke toneel. Deze langslopers blijven een tijdje wachten, alert op tekenen van actie van de militairen die op nog grotere afstand klaar staan. De vraag is immers niet of, maar wanneer zij zullen ingrijpen.
De PDI vormt met de Verenigde Ontwikkelings Partij, de Islamitische PPP, de legale oppositie in het parlement. Zij bezetten samen nog geen kwart van het totaal aantal zetels waarvan het overgrote deel (282) in handen is van de regeringspartij Golkar. Nog eens 75 zetels zijn direct, buiten elke verkiezing om, aan de militairen toegewezen. Oppositie is eigenlijk een misplaatste term, want de PPP en PDI zijn allerminst autonoom in het regelen van hun interne huishouding. Verboden is bijvoorbeeld het kiezen van een partijvoorzitter die niet de instemming heeft van de Indonesische krijgsheren. De opkomst van Soekarno’s dochter Megawati tot politiek leider van de PDI was dan ook tegen de zin van de machthebbers.
Megawati Soekarnoputri speelt handig in op de nooit verdwenen populariteit van haar vader. Zijn naam en het daarmee verbonden charisma is haar voornaamste poli tieke kapitaal. Zij is natuurlijk niet de eerste Aziatische vrouw die zich geroepen voelt in de voetsporen van haar vader te treden. Het is langzamerhand een eerbiedwaardige rij geworden: Benazir Bhutto in Pakistan, Indira Gandhi in India, Chandrika Kumaratunga in Sri Lanka, Sheikh Hasjim Wajed in Bangladesh en Aung San Suu Kyi in Birma. In navolging van de laatste spreekt ook Megawati haar volgelingen rechtstreeks toe en roept zij, eveneens in de dreigende nabijheid van de militairen, op tot herstel van de macht van het volk. Soekarno’s dochter werd nog maar kort geleden weggezet als iemand met meer politieke ambities dan talenten. Maar net als Corazon Aquino van de Filippijnen is zij in haar rol gegroeid.
IS MEGAWATI’S PDI echt opgewassen tegen de goed geoliede Golkar-machinerie waarmee het staatsapparaat de samenleving in bedwang houdt? Maar weinigen geloven dat oprecht. Politieke partijen zijn in Indonesie geen staande organisaties met een eigen achterban. Het probleem van de floating mass, de formule waarmee het regime de bevolking gedepolitiseerd houdt, is dat ook de machthebbers niet weten wat er in het brein van hun onderdanen omgaat. Daartoe worden er nu geheime opiniepeilingen gehouden. De laatste daarvan wees afgelopen voorjaar tot schrik van de militaire opdrachtgevers uit dat de PDI maar liefst veertig procent van de stemmen scoorde - evenveel als Golkar. Volgens betrouwbare bronnen moet Suharto toen hebben bevolen: die vrouw moet weg en snel ook!
De uitvoering van dit commando was bij het leger in goede handen. Een ‘spontaan’ bijeengeroepen partijcongres - de afgevaardigden werden met geld en dreigementen naar Medan ontboden - zette Megawati aan de kant en wees als haar opvolger Soerjadi aan. Die leende zich in ruil voor een royale beloning voor deze judasrol.
De afzetting van de wettige PDI-voorzitter bleek een blunder van de eerste orde. Het is tekenend voor het isolement van het regime dat haar politieke strategen met verzet geen rekening hielden. Terwijl over het lot van Megawati in Medan werd beslist sprak zij in Jakarta op 20 juni een gemobiliseerde aanhang van vijfduizend mensen toe. Haar rede besloot ze met een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. 'Ik kan miljoenen stedelingen op de been brengen, een woord van mij is voldoende om kantoren en fabrieken te sluiten’, zo dreigde zij. Aan het einde van haar toespraak formeerden de toehoorders zich tot een stoet, die op weg ging naar het partijkantoor. Bijna meteen werd de optocht bloedig uiteengeslagen door politie en leger, omdat vanuit de stoet met stenen zou zijn gegooid. Maar volgens de partijleiding waren de rellen het werk van provocateurs.
Die laatste lezing strookt met andere recente voorvallen waarmee de Nieuw Orde in Indonesie in stand wordt gehouden. Het regime beschikt over illegale knokploegen die worden ingezet als het gebruik van legaal geweld al te riskant is, zoals bij de verwijdering van Timorese asielzoekers van het Nederlandse ambassadeterrein enige tijd geleden. Deze bendes zijn nauw gelieerd met de Golkar. Achter de trotse naam Pemuda Pancasila gaan hardhandig opererende criminele elementen schuil.
Wat ook de achtergrond was van het geweld waarmee de aanhang van Megawati te maken kreeg, het heeft vooralsnog niet tot een verloop van het verzet tegen het regime geleid. Enkele dagen later volgden nieuwe demonstraties en het partijgebouw wordt ook ’s nachts bezet gehouden om een aanval door huurlingen van de ongevraagde en ongewenste voorzitter te voorkomen. Megawati weigert het veld te ruimen voor de door de overheid als haar opvolger erkende Soerjadi en staat nu aan het hoofd van een tegenbeweging die veel groter is dan zij op eigen kracht op gang had kunnen brengen.
In een regio die faam geniet om de onophoudelijke reeks van corruptieschandalen spant Indonesie de kroon wat betreft steekpenningen, smeergelden en 'bemiddelingscommissies’. De hebzucht is aan de top van de staat het grootst en de naakte verschijningsvorm ervan bedreigt direct de politieke stabiliteit. De overleden vrouw van Suharto, Ibu Tien ('Ibu Tien Procent’ in de volksmond) heeft haar zes kinderen het zaken doen geleerd. Suharto heeft altijd zijn ik-weet-van-niks-houding volgehouden, maar in het licht van de ongehoorde geldzucht van zijn kinderen mist deze pose elke geloofwaardigheid.
Bambang, de oudste zoon, heeft het als zakenman het verst geschopt. Hij is eigenaar van diverse de markt beheersende bedrijfsconglomeraten. Vastbesloten niet voor hem onder te doen heeft zijn jongste broer Tommy het nationale-autoproject gelanceerd. De bedoeling is dat zijn 'nationale auto’, de Timor, in Indonesie gemaakt wordt, maar zo ver is het nog niet. De eigenlijke producent is in Korea gevestigd en daar zijn dus Indonesische arbeiders heen gestuurd. Hun aankomst is nooit bevestigd, maar de pretentie dat Indonesische handen de wagen fabriceren is voldoende voor belastingvrijstelling. Dit tot grote verontwaardiging van de Japanse, Amerikaanse en Europese autoindustrie. Japan, dat zich nooit erg druk heeft gemaakt om schending van de mensenrechten, dreigt zelfs met een aanklacht tegen Indonesie bij de Wereldhandelsorganisatie.
SUHARTO’S kleinzoon bedacht een aardige bijverdienste door de gouverneur van Bali over te halen een extra heffing in te stellen op bier dat toeristen plegen te drinken. De oudste dochter Tutut geniet ook royale inkomsten, onder andere als exploitant van tolwegen, maar heeft vooral politieke ambities. Zij is voorzitter van het Golkar-partijbestuur en onderhoudt goede banden met het leger. Volgens de roddels zou Suharto haar graag als zijn opvolger zien.
De staat is geprivatiseerd, tot een instrument verworden in handen van een kleine elite die macht behoeft om haar illegaal verkregen rijkdom verder uit te bouwen. De volkswoede over deze praktijken is verder aangewakkerd door de nationale collecte die wordt gehouden om Habibie, de minister van Technologie, zijn speeltje te gunnen: een eigen vliegtuigindustrie. Omdat zijn collega’s in het kabinet niet langer voor dit geldverslindende project willen opdraaien, moet nu iedereen 'vrijwillig’ vijfduizend rupiahs schenken. Een klein bedrag dat niemand zal weigeren te betalen, zo zei de president. Het illustreert de kloof tussen de elite en het volk; vijfduizend rupiahs is het dagloon van een fabrieksarbeider en is zelfs tweemaal het bedrag waarvan de massa dagelijks moet zien rond te komen.
Met de opkomst van het marktdenken is de staat niet teruggetreden en evenmin toleranter geworden voor afwijkende meningen en oppositionele organisaties. De pers wordt gecensureerd en bladen worden verboden als zij onwelgevallig nieuws brengen. Maar via de nieuwe communicatietechnieken - fax, e-mail en Internet - verspreiden dissidenten informatie die als subversief geldt, strijdig met de belangen van land en volk. De harde hand waarmee het regime zich handhaaft, verklaart waarom Megawati en haar PDI op veel meer bijval kan rekenen dan uit een misplaatst heimwee naar het Soekarno-tijdperk valt te begrijpen.
Abdurrahman Wahid, de leider van de Nahdatul Ulama - de partij van het verlichte deel der islamitische bevolking - heeft laten weten dat de strijd die Megawati voert ook de zijne is. In antwoord op een opmerking dat niet meer dan veertig procent van de inhoud van kranten 'echt’ en 'waar’ nieuws bevat, waarschuwde hij dat dit percentage in de nabije toekomst nog zal dalen. Hij houdt rekening met meer in plaats van minder onvrijheid.
DE ORDE BARU, de Nieuwe Orde, heeft sinds haar vestiging in 1965 aan elk openlijk verzet een hardhandig einde gemaakt. Niet alleen in Oost-Timor, Noord- en Zuid-Sumatra en West-Irian zijn militairen ingezet. Het geweld van de staat keerde zich ook tegen straatbetogers in Jakarta, demonstrerende studenten in Bandung, boeren op het Javaanse platteland die tegen grondonteigening protesteerden, vrouwen die weigerden zich te onderwerpen aan gedwongen sterilisatie, migranten die uit achterbuurten werden verdreven en stakende arbeiders.
Meestal is intimidatie en het gebruik van al of niet legale knokploegen voldoende om de verstoorde 'orde’ te doen terugkeren. Kenmerkend voor de huidige golf van onrust is echter het brede draagvlak ervan. De demonstraties blijven niet tot Jakarta beperkt maar vinden ook elders in het land plaats. De afgelopen tijd heeft de industriele gordel rond de hoofdstad te kampen met stakingen van arbeiders die een betere behandeling en hogere lonen eisen. Aan het begin der Olympische Spelen is een ontslagen fabrieksarbeidster naar de Verenigde Staten afgereisd om te getuigen van haar miserabele arbeidsomstandigheden. Zij maakte de Nike-schoenen waarmee de wereldrecords worden gebroken. De moederonderneming heeft de produktie uitbesteed aan kleinere bedrijven met Koreaanse eigenaars. De vrouw werd ontslagen toen zij als een van de stakingsleiders vroeg om de lonen op te trekken tot het legale minimum - op dit ogenblik minder dan vier gulden per dag. Een Amerikaanse actiegroep heeft haar reis geregeld en bereidt een ontmoeting tussen haar en Michael Jordan voor. Dit alles tot groot ongenoegen van de ge lijkgeschakelde vakbond, die vindt dat arbeiders niet het recht hebben hun problemen aan buitenstaanders voor te leggen. En tot woede van vooral de autoriteiten die verklaren dat buitenlandse ondernemingen investeren om hoge winsten te maken en dat de werkende massa de keuze heeft tussen lage lonen of helemaal geen.
Wat grote indruk moet hebben gemaakt, is de protestmars op 8 en 9 juli van twintigduizend stakende arbeiders in Surabaya. De organisatoren ervan waren studenten en stafleden van plaatselijke universiteiten, het milieu waaruit vele activisten gerecruteerd worden. Zij maakten zich bekend als leiders van de Partai Rakyat Demokrasi, de Democratische Volkspartij. De drie kopstukken van deze sociaal-democratische beweging zijn inmiddels in hechtenis genomen op beschuldiging van staatsondermijnende activiteiten.
In een poging het tij te keren, zetten de machthebbers tegendemonstraties op touw en worden verklaringen gepubliceerd waarin met Golkar verbonden massaorganisaties eisen dat er tegen de politieke destabilisering wordt opgetreden. De autoriteiten spreken op hun beurt van een georkestreerde campagne en suggereren dat er sprake is van een overeenkomst met de communistische agitatie voorafgaande aan 'de gebeurtenissen’ in 1965. Er zouden na de recente stakingen pamfletten verspreid zijn waarin het leger samen met kapitalistische krachten wordt beticht van de moord op twee miljoen landgenoten in de nasleep van de staatsgreep die het einde van de Oude Orde markeerde. Maar wat volgens de officiele uitleg een poging tot het opstoken van onversneden klassenhaat was, is volgens anderen legerpropaganda om de leiders van de arbeidsonrust verdacht te maken. Met dit soort provocaties placht de bevolking te worden voorbereid op de noodzaak tot herstel van orde en gezag.
WANKELT HET regime? Die wens zou wel eens de vader van de gedachte kunnen zijn. Aangeslagen lijkt echter geen overdreven term. Die kwalificatie wordt niet in de laatste plaats ingegeven door de gezondheidsklachten van Suharto. Het moet om meer dan een gewone check-up zijn gegaan die hem zo onverwacht deed besluiten om, samen met vier van zijn kinderen en een omvangrijk gevolg, naar Duitsland te reizen. Is de leider van de staat moe van de last die hij al dertig jaar torst en heeft hij nog de energie om voor een zevende termijn president te zijn? Zijn overhaaste vertrek leidde tot een koersval op de beurs - vooral van de aandelen van bedrijven die in handen van zijn kinderen zijn - en tot een waardevermindering van de rupiah.
Een foto van Suharto als een bejaarde hippie op een Harley Davidson in de paleistuin - de vergelijking van Mao op hoge leeftijd zwemmend in de grote rivier is onontkoombaar - suggereert grote vitaliteit. Maar volgens de paleisroddel is de oude heer moe en mist hij zijn vrouw. Die hield bij haar kinderen de wind eronder, terwijl het Suharto maar niet wil lukken hun onderlinge rivaliteit binnen de perken en achter de schermen te houden. Het is het probleem van de erfopvolging waaronder ook de oude Javaanse vorstenhuizen gebukt gingen. Vrijwillig terugtreden nu het nog kan, de macht uit handen geven, zet de belangen van het familie-imperium op het spel. In zijn politieke entourage zijn veel pretendenten te vinden, maar geen erkende kroonprins. Bij elke ambtstermijn heeft de wantrouwige en berekenende Suharto zich van een andere vice-president voorzien. Geen gouverneur en generaal wordt benoemd dan door hemzelf en ook hun overplaatsing valt onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Het leiderschap lijkt sterker op drift dan de massa.
DE VRAAG DIE commentatoren bezig houdt, is waarom het leger niet eerder heeft ingegrepen. De betrekkelijke terughoudendheid die tot eind juli aan de dag werd gelegd, lijkt aanvankelijk te zijn voortgekomen uit onderschatting van het verzet. Vervolgens ontstond binnen het machtsapparaat onenigheid over de vraag hoe te reageren en ten slotte weerhield de aanwezigheid van beleidsmakers van het verbond van Zuidoost-Aziatische landen, de Asean, die vorige maand in Jakarta vergaderde, het regime ervan Megawati’s aanhang uit het partijgebouw te knuppelen. Enkele dagen na afloop van de Asean-bijeenkomst bestormden militairen en door Soerjadi gehuurde knokploegen het PDI-kantoor en was 'de onwettige bezetting’ voorbij. In reactie op de zeer gewelddadige ontruiming braken in verschillende delen van de stad rellen uit waarbij tientallen doden moeten zijn gevallen, maar die zijn heimelijk afgevoerd en onbekend gebleven.
Het doek is even opgelicht, maar staat op het punt weer te vallen. Wanneer de miljoenen waarvan Megawati rept toch zullen aarzelen om aan haar oproep gevolg te geven en de straat op te gaan, dan is dat vooral uit angst voor een herhaling van het drama van 1965. Het leger insinueert dat er sprake is van een communistisch komplot dat moet uitlopen op een volksopstand. Die propaganda vindt geloof in binnen- noch buitenland en heeft zelfs tot gevolg dat er steeds meer getwijfeld wordt aan de officiele versie van de aanloop tot de machtsgreep dertig jaar geleden. De komende dagen zullen uitwijzen of de autoriteiten na de gevangenzetting van de vakbondsleider Pakpahan en de top van de PRD - voorzover die niet ondergronds is gegaan - ook Megawati zelf durven aanpakken, en zo ja, hoe haar aanhang daarop zal reageren. Met spanning wordt uitgezien naar 17 augustus, de nationale feestdag.
Een groot verschil met het begin van de Nieuwe Orde is dat dit keer internationale steun voor de militairen is uitgebleven. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben protest aangetekend tegen het uitschakelen van de democratische tegenbeweging. De pers in buurlanden als Singapore en Thailand toont zich bezorgd. Zeker, over de bandeloosheid in de straten van Jakarta, maar toch ook over de politieke manipulaties door een kleine machtskliek. Voor het regime zijn deze kritische geluiden van buitenaf een teken aan de wand.
Volgens een pessimistisch scenario zal Suharto volgend jaar niet terugkeren als president, maar door een andere generaal worden vervangen. De grote mogendheden, Japan niet in de laatste plaats, willen misschien wel een democratischer bestel, maar niet wanneer dat samengaat met een sociale instabiliteit die de enorme investeringen in de Indonesische economie op het spel zetten. Optimistischer is de voorspelling die meer gewicht toekent aan de groeiende druk van binnenuit en onderop. Volgens die laatste gedachtengang - hoop doet leven - is de strijd voor meer vrijheid en gelijkheid in een nieuwe fase gekomen.