Stinkende dweil

WIM VAN ROOY
DE MALAISE VAN DE MULTICULTURALITEIT
Acco, 424 blz., € 29,50

Er zijn van die boeken die een kern van waarheid bevatten, een waarheid die gehoord moet worden, maar die er zelf van alles aan doen om onopgemerkt te blijven. Niet zelden komt dat door de verongelijkte toon, die al snel gaat tegenstaan. Het vorig jaar verschenen pamflet van de Nederlandse journalist Carel Brendel, Het verraad van links, was zo’n boek. De malaise van de multiculturaliteit van de Belgische publicist Wim van Rooy is een ander voorbeeld.
Het zal geen toeval zijn dat beide boeken hetzelfde onderwerp hebben: de lamzakkerige, kortzichtige en verraderlijke houding die de progressieve intellectuele elite heeft aangenomen ten opzichte van de islamitische dreiging. Decennialang zijn de problemen die gepaard gingen met de massale toestroom van moslims ontkend en werden ze toegedekt met de stinkende dweil van het ‘multiculturalisme’, de valse heilsleer die verkondigde dat onze samenleving zou worden verrijkt door de komst van vele nieuwe culturen. Aan de reële noden van de autochtone bevolking in de wijken waar deze nieuwkomers werden gehuisvest werd geen aandacht besteed, waardoor de linkse intelligentsia verbijsterd reageerde toen populisten deze onvrede gingen mobiliseren.
Het is een analyse die eenzijdig is – zijn alleen linkse intellectuelen en politici ‘schuldig’? – maar in de kern niet onjuist. Waar Brendel dit in eenvoudige bewoordingen en op basis van beperkte bronnen deed, doet Van Rooy dit met een verbijsterend vertoon van eruditie en met behulp van een jargon dat doet denken aan de juist door hem zo bestreden postmoderne lamzakken en academische praatjesmakers. Het zijn echter niet alleen de toon en de eenzijdige redeneertrant die na verloop van tijd beginnen te irriteren.
Vooral het boek van Van Rooy doet denken aan een lange aanloop naar… ja, naar wat eigenlijk? Wanneer iemand vierhonderd bladzijden tekeergaat tegen lieden die bepaald gevaar ontkennen, verwacht de lezer een heldere beschrijving en analyse van dat gevaar, en vervolgens op z’n minst een aanzet tot een strategie om dat gevaar te keren. Uit Van Rooys boek wordt echter niet duidelijk hoe groot die vermeende islamitische dreiging is. Gaat het vooral om moslimfundamentalisme in het Midden-Oosten, om het handjevol jihadisten in de westerse wereld, om de islam tout court, of om Marokkaanse tasjesdieven? Van iemand die de noodklok luidt mag toch verwacht worden dat hij het probleem in kaart brengt. Bovendien wordt niet duidelijk hoe Van Rooy denkt dergelijke fenomenen te bestrijden, en hoe hij denkt over de politieke koers van mensen als Wilders, Verdonk en Dewinter.