Stipje

De politiek van de perceptie. Tot en met 29 oktober in Galerie d'Eendt, Spuistraat 270, Amsterdam.
Minder dan ooit is de mens ervan doordrongen dat zijn waarneming is bepaald door de cultuur waarin hij leeft. De objectief lijkende beeldenvloed doet makkelijk vergeten dat CNN en Internet bepalen wat je ziet. Maar ook een door externe factoren onbezoedelde blik is sinds de vroegste jeugd vernauwd door de waarnemingsconventies van de cultuur. De initiatie in de symbolische orde gaat gepaard met het onherroepelijke verlies van in de orde niet benoembare mogelijkheden van waarneming. Zou het geen taak voor kunstenaars kunnen zijn om de verloren waarnemingsmodi terug te zoeken? Henk Slager legde deze stelling voor aan een handvol kunstenaars die zich met verschillende vormen van waarneming en de weerslag daarvan in beelden onledig houden.

De geselecteerde werken in galerie D'Eendt zijn zeer recent, behalve dat van Thom Puckey dat als een sleutelwerk voor de expositie kan worden gezien. De installatie dateert uit 1988 en heet Treachery. Op een aan de wand gehangen altaar ligt een babypop, het hoofd naar het licht toegewend, de ogen gericht op de wereld voorbij de beschouwer. Aan weerszijden is een bolle lens opgesteld die licht doorlaat, maar reduceert tot een stipje op de wand. Treachery vertolkt zo mooi het idee van ‘de geboorte van de blik’ in de symbolische orde, dat het vermoeden rijst dat het concept van de tentoonstelling aan dit werk is ontleend.
Niek Kemps liet zijn versie van het onnoembare dat onzichtbaar blijft in de boezem van de cultuur in zilver vervaardigen door een studente aan de Schoonhovenacademie. Het geheim zit opgesloten in een forse hanger in de vorm van een tekst in relief; als de hanger wordt geopend, klapt de tekst als een stempelkussen naar binnen en rest slechts nog een afdruk in het achtergebleven zilverpoeder. Het is een conceptuele versie van Giacometti’s Objet invisible, de handen die iets beet hebben wat blijkbaar tot een andere werkelijkheid behoort, een bestaande werkelijkheid waar we geen toegang toe bezitten, maar waar we toch graag deel aan zouden willen hebben.
De meest bedrieglijke vorm van gestuurde waarneming is de fotografie, al hebben fotografen er deze eeuw alles aan gedaan om het subjectieve ervan duidelijk te maken. Het fotowerk van Eran Schaerf in D'Eendt onderstreept de 'min of meer getrouwe waarneming’ van de schilderijen van Magritte. In de laatste Sonsbeek-catalogus schrijft hij naar aanleiding van Magrittes tekening waarop een paard staat naast een schildersezel met een geschilderd paard en een man die ook nog eens 'paard’ zegt: 'Een man die men gezien had kunnen hebben, zegt paard, wat men gehoord had kunnen hebben; en een paard dat men kan lezen, maakt geluiden die men niet kan schrijven.’ Wat hier niet is afgebeeld, is het idee dat het paard vertaald is als paard en als paard, volgens de wetmatigheden van de representatie. Het is ook niet af te beelden, maar bestaat daarom nog wel degelijk.
Louise Suddell grijpt - voorbij het bedrieglijk objectieve van de fotografie - terug op zeer oude methoden om de eeuwigheid in een ogenblik te vangen. In de zestiende eeuw was dat nog mogelijk door schilderijen van de seizoenen, de leeftijden van de mens en van de wereld of door het geheugentheater van de Venetiaan Giulio Camillo, dat alle ideeen van de wereld bevatte en een dialoog met het goddelijke geheugen zou kunnen voeren. Alles wat de geest kan bedenken en niet met het stoffelijke oog waarnemen, maakte Camillo zichtbaar in tastbare tekens. Suddell probeert op soortgelijke wijze geheimen te ontsluieren. Haar installatie hier heet 29-2-92, een magische datum die als palindroom een ideaal ijkpunt op de tijdsbalk lijkt. Een internationale stapel kranten van die datum wordt ingedrukt door een loden bol waar drie voelsprieten uitsteken. Aan de muur hangt een toegift: een fotografische bewerking van eveneens in Barcelona gekochte kranten van een recenter magische datum: 5-9-95. Het is nog even wachten op 00-02-2000.