Kunst - Berlage

Stoelen

De Beurs van Berlage in Amsterdam is vorig jaar weer eens geheel vernieuwd, op zoek naar een nieuwe rol in het vaderlandse cultuurleven.

Medium kunst

In het souterrain is een nieuwe tentoonstellingsruimte geschapen en daar past natuurlijk mooi een expositie in over Berlage zelf. Het gebouw kent u; minder bekend is dat de zolders vol staan met het oude beursmeubilair, van de statige ameublementen voor de directiekamers tot de handige krukjes en klaptafeltjes van de beursvloer. Deze tentoonstelling, Berlage: Godfather of Dutch Design, geeft een overzicht van dat Berlage-meubilair gecombineerd met meubels van hedendaagse Nederlandse ontwerpers. De stelling van de samenstelster (de Stichting Zetel) is dat ‘het dna van Berlage’ nog altijd doorwerkt. Het initiatief is te prijzen, de zaal is mooi, de uitvoering redelijk netjes, maar inhoudelijk is het helaas een ratjetoe. Het belangrijkste probleem is dat ‘Berlage’ als man, als kunstenaar, als begrip in vormgeving en architectuur, onontkoombaar om verduidelijking vraagt. Dat ontbreekt hier, uit angst voor te veel informatie, vermoed ik, maar het betekent dat een niet-geïnformeerde bezoeker geen idee krijgt wat dat dna eigenlijk zou kunnen behelzen, en daarmee is de vergelijking met hedendaags werk eigenlijk wezenloos.

Er staat bijvoorbeeld een formidabel bureau in schitterende staat, ontworpen voor de directeur van de Vereniging voor de Effectenhandel. Berlage zag het als een bouwwerk, waarin de functionaliteit eerst kwam, daarna pas de decoratie die logisch uit de constructie moest voortvloeien. Hij liet zich verleiden tot het aanbrengen van prachtige details in houtsnijwerk van de hand van Joseph Mendes da Costa, en een fraai koperen geklonken klokstel voor bovenop. Daartegenover zet de tentoonstelling het Collage Cabinet van Joost van Bleiswijk, een grappige opstapeling van kastjes en laden die in de verte iets van een bureau of een dressoir heeft, maar in de architectuur en de afwerking – het is bedekt met tekeningen – volstrekt anders is opgevat dan dat werk van Berlage. Hier werkt het dna niet door, in de verste verte niet, en dat geldt evenmin voor de geweven structuren van Samira Boon, de glas-in-lood-panelen van Marjan van Aubel, de Not only hollow Chair van Dirk Vander Kooij of de Flax Chair van Christien Meindertsma.

Nu zitten sommige ontwerpen wel degelijk dicht tegen een berlageaanse manier van denken aan. De Table Chair van Richard Hutten staat logisch naast de sobere krukjes uit de Beurs en zijn Berlage Chair (tiens) borduurt voort op de hellende rechte rugleuning, die Berlage introduceerde in zijn stoel uit 1896, ontworpen voor de familie Fentener van Vlissingen. Het gaat daarbij om het zoeken naar een zo sober mogelijk antwoord op een technische opgave zonder je te verliezen in al te veel ‘vormgeving’; zoiets zie je ook in de bamboeconstructies van Alexander Pelikan. Ook in de relatie met vakmanschap, al of niet industrieel, zou je een interessante relatie met Berlage kunnen laten zien, zoals in de geglazuurde bakstenen van Chris Kabel. Dat blijft allemaal ondoordacht. Jammer. Volgende keer beter. Dat gebouw staat er nog wel even, denk ik.


Berlage: Godfather of Dutch Design, t/m 15 mei. Beurs van Berlage, Amsterdam; beursvanberlage.com

Beeld: Berlage: Godfather of Dutch Design, Beurs van Berlage Amsterdam (Beurs van Berlage Amsterdam)