Stoeptegel-plus

Wat Diederik Samsom zal aanspreken in Lodewijk Asscher is wat de nieuwe minister van Sociale Zaken het stoeptegel-plus-niveau noemt: beleid dicht bij huis.

Medium denhaag milo stoeptegel

Najaar 2011 hield de Amsterdamse pvda-­wethouder Lodewijk Asscher een toespraak in het Paard van Troje in Den Haag. Zonder papier, ontspannen over het podium lopend, nam hij de zaal mee in zijn ideeën over verheffing. Want dat was het thema van die avond, georganiseerd door het wetenschappelijk bureau van de pvda, de Wiardi Beckman Stichting. Verheffing is een traditioneel pvda-thema, maar wat betekent dat anno nu? Daar was de pvda naar op zoek. Asscher deed die avond in zijn toespraak wat hij zich had voorgenomen toen hij in 2005, toen nog maar net 31 jaar oud, lijsttrekker werd voor de pvda in Amsterdam. In een interview met De Groene Amsterdammerzei hij toen: ‘Ik moet concreter worden. De kiezers moeten denken: hé, dat gaat over mij.’ In het Paard lukte dat. Twee pvda’ers verzuchtten na afloop van Asschers toespraak: ‘Hadden wij maar zo’n wethouder in Den Haag.’

Nu komt Asscher naar hun stad. Niet als wethouder, maar als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid én als vice-premier in het tweede kabinet-Rutte. Asschers benoeming is de meest opvallende binnen de nieuwe ministersploeg. Opvallender nog dan die van de vvd’er Jeanine Hennis-Plasschaert tot de eerste vrouwelijke minister van Defensie. Asschers komst naar het Binnenhof appelleert aan de behoefte aan nieuwe gezichten in Den Haag, aan nieuw politiek elan, aan een trendbreuk met het vorige kabinet. Bij wie die behoefte bestaat? De media vinden nieuwe gezichten altijd leuk, zeker als ze hoog komen binnenvliegen. Asschers benoeming is daarom interessanter dan die van de Haagse vvd-wethouder Sander Dekker die staatssecretaris van Onderwijs wordt.

Maar dat de media het zo leuk vinden, is niet de reden dat partijleider Diederik Samsom aan Asscher heeft gevraagd zijn wethouderspost in Amsterdam te verruilen voor het vice-premierschap. Samsom, die zelf fractievoorzitter blijft, heeft van het begin van zijn partijleiderschap gezegd dat hij wil dat zijn generatie revanche gaat nemen op wat er de afgelopen tien jaar in de politiek is gebeurd, dat waren tien jaar van alleen maar gevallen kabinetten, onderling wantrouwen en het vooruitschuiven van problemen. Bij dat streven van de 42-jarige Samsom hoort ook een gezicht van die generatie. Maar dan had Jeroen Dijsselbloem, Samsoms 46-jarige secondant tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord, naast minister van Financiën toch ook vice-premier kunnen worden? Rondom de lijsttrekkersstrijd binnen de pvda, dit voorjaar, heeft Dijsselbloem eens gezegd de functie van partijleider niet te ambiëren. Hij zei het liefst vakminister van Onderwijs te worden.

Dat laatste zit er nu niet in. Er is geen pvda’er te vinden, behalve de betrokkene zelf, die Ronald Plasterk op Financiën wilde. Met Dijsselbloem krijgt Samsom nu op dat belangrijke ministerie niet alleen ook een generatiegenoot, maar bovendien een vertrouweling. Daarnaast kent Dijsselbloem als medeonderhandelaar alle details van het regeerakkoord, inclusief de achterliggende redeneringen bij de ingrijpende maatregelen en de pijn die ze soms kosten bij zijn eigen partij, dan wel bij de vvd. Dijsselbloem mag dan niet naar het departement van zijn voorkeur gaan, verder blijft hij zijn ambities echter trouw: een goede vakminister willen zijn.

Asscher overigens ook. In datzelfde interview van zeven jaar geleden zei hij het leven te kort te vinden om te gaan zitten wachten. ‘Ik ben veel te ongeduldig om langzaam naar het topje van de politieke apenheul te klimmen.’

Er zijn er al die zeggen dat Samsom de Amsterdamse wethouder naar Den Haag haalt omdat hij dan een grote concurrent voor het leiderschap van zijn partij medeplichtig maakt aan pijnlijke ingrepen waardoor deze niet meer vanaf de zijlijn op hem kan schieten. Maar Asscher mag dan grote politieke ambities hebben, hij wordt gedreven door idealisme. Praktisch idealisme. Dat benoemt hij niet alleen zelf zo, dat heeft hij in Amsterdam ook laten zien, bij het tegenhouden van de verkoop van aandelen Schiphol, bij zijn aanpak van de Wallen, van scholen of van ouders. Daarmee maakte hij duidelijk dat hij niks heeft met de ‘kleermakerszitgeneratie’ voor hem ‘die op de grond uren kon debatteren over de ideale samenleving’.

Dat Samsom Asscher niet ziet als concurrent komt mogelijk ook doordat hij ook nog andere woorden van Asscher in zijn oren heeft geknoopt. Zeven jaar geleden was Wouter Bos nog pvda-leider. Over Bos zei Asscher destijds dat ‘hij te weinig mensen om hem heen in beeld laat komen… hij moet meer anderen toelaten’. Als Asscher daar niet naar leeft, kan Samsom hem daar altijd nog op wijzen, mits de partij­leider hem zelf natuurlijk ook speelruimte gunt.

Dan zijn er nog twee redenen waarom Asscher goed in Samsoms team past. Asscher schuwt paternalisme en een daarmee gepaard gaand moralisme niet, net zoals de partijleider en Dijsselbloem hebben laten zien dat niet te schuwen. Dat laatstgenoemde een paar jaar geleden bloot op televisie ter discussie stelde, kwam hem in progressieve kringen op hoon te staan, maar bezorgde hem juist een prijs van de jongeren van de ChristenUnie. Asscher wilde als wethouder kunnen ingrijpen in gezinnen als ouders hun kinderen niet kunnen opvoeden: ‘We zijn het als overheid verplicht, anders laten we een hele generatie zakken.’

Wat Samsom ook zal aanspreken in Asscher is wat de nieuwe minister van Sociale Zaken het stoeptegel-plus-niveau noemt: concrete maatregelen, niet groots en meeslepend, maar dicht bij huis, lokaal, daar waar de problemen zich afspelen. Dat stoeptegel-plusniveau heeft Samsom zelf leren kennen én waarderen toen hij als straatcoach actief was in Amsterdam en meewerkte op de sociale dienst in Rotterdam. Dat stoeptegel-plus-niveau is ook meteen de reden waarom Rutte II taken wil overhevelen naar gemeenten. Dat mag Plasterk als minister van Binnenlandse Zaken nu gaan regelen.