Stoer, sexy en Sonic

‘Een bandje’ is al sinds de oerdagen van de Rolling Stones een jongensding. Met z’n allen in een garage, versterkers op tien. Samen in een busje dat ruikt naar zweetsokken en verschaald bier. Slappe humor. Meidenjacht. En veel boos klinkende liedjes, met af en toe een gevoelige deun. Natuurlijk, er waren bands met een zangeres, maar zelfs in de vrijgevochten punktijd waren vrouwelijke instrumentalisten nog vrij uitzonderlijk.

Medium kimgordon

Kim Gordon (1953) was zo’n anomalie. Zij speelde vanaf de oprichting in 1981 bas in Sonic Youth en nam tevens een deel van de vocalen voor haar rekening. Met als trekpleisters Gordon en haar boomlange partner Thurston Moore (gitaar en zang) zou Sonic Youth in de loop der decennia uitgroeien tot de ultieme alternatieve rockband, geworteld in noise, undergroundkunst en punk. Ontelbare malen kreeg Gordon van journalisten de vraag: hoe is het nou, als meisje in een band? Girl in a Band is haar 275 pagina’s tellende antwoord.

De rode draad in het boek is de ontspoorde relatie tussen Gordon en Moore, die na bijna dertig jaar Kim en dochter Coco verliet voor een veel jongere vrouw; einde huwelijk, einde Sonic Youth. Gordon beschrijft het verhaal van de prille liefde, de telepathische samenwerking, de baby, het verraad (ze vond zijn sms-berichten aan ‘de ander’ op zijn telefoon), de pogingen om het huwelijk te redden, Moore’s valse beloften, zijn verslaving aan de affaire en uiteindelijk de definitieve breuk zonder opsmuk of grote woorden. Maar wel met ingehouden woede. Haar ruim een kwart eeuw jongere concurrente serveert ze fijntjes af als ‘vergif’.

Kim en Thurston golden als het gouden koppel, het ultieme voorbeeld van hoe je als rockstel ook op middelbare leeftijd cool kon blijven, ook al had je een kind en had je downtown Manhattan verruild voor het landelijke Northampton. Zij en Thurston, schrijft Gordon, gaven ‘andere muzikanten hoop dat je die idiote rock-and-roll wereld kon overleven’. Gelukkig wil Gordon meer kwijt dan een clichéverhaal over een man met een midlife crisis. Net als Just Kids van Patti Smith is dit in de eerste plaats een boek over een vrouw met een ijzeren wil die met veel vallen en opstaan losbreekt uit de kleinburgerlijke traditie waarin je vooral wordt geacht te behagen.

Gordon groeide op in een academisch milieu in Californië (met intermezzo’s in Hongkong en Hawaï), waar het hippie-optimisme kopje onder ging toen de volgelingen van Charles Manson in de zomer van 1969 een reeks afschuwelijke moorden pleegden. Pa Gordon had de Depressie meegemaakt en was, zoals de meeste mannen van zijn generatie, gesloten. Ma was afstandelijk, een gefrustreerde Amerikaanse huisvrouw die haar puberende dochter bezwoer dat mannen wellicht op het uiterlijk vallen, maar dat een goed stel hersenen veel belangrijker is voor een langdurige relatie. Kim stond bovendien constant in de schaduw van haar oudere broer Keller, de golden boy: intelligent, welbespraakt, aantrekkelijk en enorm dominant. Hij liet geen gelegenheid onbenut om zijn zusje af te zeiken. Wat niemand aanvankelijk door had was dat Keller schizofreen was. Van een ideale schoonzoon veranderde hij in een angstaanjagend mens, met wie niemand raad wist en die uiteindelijk werd opgenomen in een psychiatrische inrichting. Mede als gevolg van Kellers snijdende opmerkingen worstelde Kim met haar kleding, haar lichaam en haar seksualiteit. ‘Ik heb nog steeds moeite met het feit dat hij maakte dat ik me slecht over mezelf voelde’, schrijft ze.

Kim en Thurston golden als het voorbeeld van hoe je als rockstel ook op middelbare leeftijd cool kon blijven

Ze ging naar de kunstacademie, eerst Toronto, daarna Los Angeles. Eind jaren zeventig pakte ze haar boeltje en verkaste naar New York City. De stad was nagenoeg bankroet en kende vele _no go-_gebieden, maar voor kunstenaars waren er eindeloze mogelijkheden. Al snel leerde ze Thurston Moore kennen, een slungelige wandelende punkencyclopedie, vijf jaar jonger dan zij. Het klikte, en samen met gitarist Lee Ranaldo en wat later drummer Steve Shelley vormden ze ruim dertig jaar lang de kern van Sonic Youth.

In de foto’s bij de verschillende hoofdstukken zien we Kims metamorfose, van nerdy suburban girl in door haar moeder gemaakte kleren tot blonde, kortgerokte glamoureuze vrouw met een geheel eigen stijl, ongenaakbaar op het toneel, het middelpunt van de band, van die orkaan van geluid – sexy en stoer. Ze raakte bevriend met beroemdheden als William Burroughs, Iggy Pop, Gerhard Richter, Neil Young, Kurt Cobain en Spike Jonze. Ze werd een rolmodel voor de feministische undergroundbeweging Riot Grrrl. Haar kunstessays werden gebundeld in Is It My Body?, en haar werk als beeldend kunstenaar verscheen in boekvorm als Performing/Guzzling. Ze wordt nu vertegenwoordigd door 303 Gallery in het überhippe Chelsea.

En de mannen? Ze heeft de last en de verwachtingen van haar vader, haar broer en haar ex-echtgenoot (‘Hij had me in een andere persoon veranderd: zijn moeder’) van zich afgeschud. En, meldt ze en passant, ze is nog steeds sexy. Want na een feestje in Los Angeles kreeg ze een lift van een ‘charmante’ man die ze onlangs had leren kennen, waarna een afscheidszoen uitdraaide op gretig explorerende handen. Maar Kim moest een vliegtuig halen en was niet in voor een achterbankvluggertje. ‘Ik weet het’, besluit ze haar boek, ‘het klinkt alsof ik nu een geheel nieuw mens ben. En waarschijnlijk is dat ook zo.’


Kim Gordon, Girl in a Band: A Memoir. Faber Faber, 275 blz., € 15,99


Beeld: (Mark Kuipers / HH)