Televisie

Stoere praatjes

Televisie De voorste linie

Op de dag dat deze krant bezorgd wordt (daarna via Uitzending gemist) is De voorste linie van Paul Cohen en Martijn van Haalen in HollandDoc (vpro) een aanrader. Over ‘onze’ Korea-gangers. Die oorlog is verdrongen en met terugwerkende kracht besmet door Vietnam, bijvoorbeeld. En voor velen destijds al besmet doordat het contingent voor een (klein) deel bestond uit SS’ers die aan het Oostfront hadden gevochten, en uit deelnemers aan wat ooit ‘politionele acties tegen onrechtmatige rebellen’ heette, maar wat meer en meer als koloniale oorlog werd gezien. Commentaarstem: ‘Eens in de zoveel tijd moet op leven en dood gevochten worden. Voor de vrijheid, de breedbeeld-tv, de verkeersdrempels en al onze andere verworvenheden.’ Eventjes vpro-ironie, business as usual.

Dus hoe moeten we die fraaie Bach-klanken interpreteren, aan de piano ontlokt door kolonel-arts buiten dienst dr. A.J. van Meurs? De documentaire begint en eindigt ermee. Verwijzing naar nazi’s die moordden en prachtig Schubert zongen? Naar het beukenbos uit Goethes Wanderers Nachtlied dat tot Buchenwald werd? Gelukkig niet. Van Meurs’ wereldbeeld, waarin het Wilhelmus tot verstikte stem leidt, mag het onze niet zijn, maar dat het ergens om ging (commentaarstem: ‘een leven in vrijheid en welvaart’), staat buiten kijf, kennelijk ook voor de makers. In die zin is De voorste linie een vorm van revisionistische geschiedschrijving. Want de tijden veranderen en daarmee de visie op vroeger tijden. Er vochten mensen met dubieuze motieven en met honorabele. Gruwelijks hebben ze allemaal meegemaakt, waaraan sommigen schuldgevoel en blijvend psychisch letsel overhielden. Zo niet majoor b.d. Van der Veer. ‘Sommige van uw mannen zijn gesneuveld, wat vond u daarvan?’ ‘Storend. Ik had er toch al te weinig.’ En dat stralend lachend. Met zulke types win je de oorlog, dat weer wel. Al maken zijn stoere praatjes weinig indruk op de Afghanistan-gangers die hij mocht helpen voorbereiden. Die lijken in de rats en met hun gedachten bij moeder, vrouw, meisje, kind – de watjes.

Verder is het verkiezingstijd. Net als bij het WK Voetbal pikt elk programma er zijn graantje van mee, met onthutsende gevolgen. Laat Rouvoet weten dat hij wel eens een poolbiljartje heeft gelegd, we kunnen er gif op innemen dat de man meermalen met de keu aan de slag moet. Is bekend dat Marijnissen een sportschool bezoekt, hij wordt daarheen geloodst om zijn kunsten te tonen en een aerobic-juf die nooit heeft gestemd tot inzicht te brengen. Gelukkig verdomt Jan het te sporten en vindt de juf hem een zo geweldige peer dat ze de parlementaire democratie omhelst en zal gaan stemmen. Wat? SP natuurlijk. Deprimerender nog de alom aanwezige ‘stem des volks’ over politici die van alles beloven maar niks doen, geen ballen hebben, louter zakken vullen of juist een mooi karakter hebben of ‘een leuke vent’ zijn. Ja, van Pim hebben we veel geleerd en zo kan het gebeuren dat al dit fraais onder meer dankzij Freek de Jonge tot ons komt (Stemmingmakerij). Zonder dat diens toch niet geringe persoonlijkheid merkbare meerwaarde oplevert.

Dan maar tips over helden van weleer. Een melancholiek portret van Hans van Mierlo door Hans Fels en Edmond Hofland, dat tegelijk een in memoriam voor d66 lijkt (16 nov., vpro). Een kundig Profiel van Jan Schaefer (Maud Keus), politicus zoals die niet meer gemaakt worden: In gelul kan je niet wonen (15 nov., Human). Gek genoeg leveren archiefbeelden daarin ook heimwee op naar verdwenen en verdwijnende televisietijden: Sonja Barend, Hanneke Groenteman, Maartje van Weegen (geridiculiseerd maar kundig). De opvolgsters zie ik niet.