Toneel

STOERE TANTE

TONEEL Tante Patent

De openingszin van het persbericht is goud waard: ‘Op een koninginnedag kocht Rieks Swarte een stapel kranten uit 1962 en vond daarin een strip van Annie M.G. Schmidt, genaamd Tante Patent.’ Je ziet het voor je. Rieks Swarte, beeldend kunstenaar, toneelmaker, scharrelaar in gevonden voorwerpen, stuit op de vrijmarkt in Haarlem op een bron waar zijn toneelhart, zijn tekenaarsziel én zijn speelgoedbuik allemaal tegelijk van beginnen te gloeien.

Tante Patent is een voorstelling voor kijkers van 8 tot 88. Bij Rieks Swarte is dat geen reclameslogan maar een beginselverklaring. Hij neemt de fantasie van kinderen tot uitgangspunt van zijn producties. En hij streeft ernaar dat de door de kids meegebrachte volwassenen zichzelf weer leren kijken als de kinderen die ze ooit waren. Dat dubbeltalent is een geschenk van de goden. Rieks Swarte is een tovenaar die moeiteloos schakelt van de vierkante millimeter naar de strekkende meter. Hij is groots in het kleine en fantastisch eenvoudig in grote verbeeldingen.

Een voorbeeld: in een scène spreekt een zenuwachtige huisarts zichzelf geruststellend toe via zijn hond, een pop die door Rieks Swarte behendig wordt bespeeld terwijl de bespeler zich op zijn knieën bevindt. Om zijn zenuwen in bedwang te houden streelt de dokter niet de hond maar de kale kop van de poppenspeler. Kleine ontroering en gulle lach in één simpele beweging. Een ander voorbeeld: na een enerverende nacht hebben we alleen nog maar de slaapkamer op de bovenverdieping van het huis van Tante Patent gezien. In de vroege ochtend gaat zij naar beneden om een ontbijt te maken voor haar ongenode gast. Terwijl zij dit doet, wordt het huis omhoog gesjord en krijgen wij de woonkeuken te zien.

Ferdi Janssen speelt Tante Patent en dat doet hij geweldig omdat het al na een paar minuten vanzelfsprekend is dat een jongen tante ‘doet’. Geen manwijf, niks travestie – gewoon een stoere tante met een levendige fantasie en een improvisatievermogen waar niet alleen iedereen voor door de bocht gaat, maar dat ook iedereen kent: elk kind heeft zo’n tante, Annie M.G. Schmidt moet er ook zo een geweest zijn.

De overige spelers hopsen van de ene gekwadrateerde dubbelrol in de andere. Eervolle vermelding: Rogier In ’t Hout. Om zijn grote vermogen tot slapsticktoneelspelen ben ik al heel lang een groot fan van deze magistrale toneelspeler. Laten we niet vergeten dat het mooie woord slapstick afkomstig is van de buigzame lange lat van de nar en de clown uit een lang vervlogen vorm van toneel. Rogier In ’t Hout speelt zijn talloze rollen in Tante Patent als een buigzame lat, een dolende klapsigaar die permanent op ontploffen staat. Hij hopst van de huisarts-met-verborgen-driften Dokter Virus (snor, pijp) naar de wijkagent Snauwgom met een onvergetelijk tekststaccato. In werkelijk álles wat deze toneelspeler te doen krijgt, slaagt hij erin op goed gemikte momenten (kopje en profil en meteen daarna en face) het publiek aan te kijken met de wanhopige blik die wij ons herinneren van de allerbeste scènes uit de allerbeste Laurel & Hardy-films.

Alleen, dit is geen film, dit is levend toneel en dus honderd keer hilarischer. En alleen al daarom: beter! Tante Patent verdient een veel langere speelserie dan die nu gepland staat. Gaat ook wel gebeuren. Vermoed ik. Hoop ik.

Firma Rieks Swarte, Tante Patent, t/m 6 januari 2008 door het hele land