Bh redt leven vermiste vrouw. Onder het favorieten-knopje van mijn webbrowser heb ik een hele lijst van zulke artikeltjes verzameld, in een mapje dat ik ooit heb gedoopt tot: ‘stof voor verhalen’.
Meisje pleegt zelfmoord uit angst voor zwart gat. Mijn mapje is het moderne equivalent van wat vroeger een doos met krantenknipsels was. Ik stel me bij zo’n doos een typische schrijver voor  ik bedoel, zo eentje die op literaire voorleesavondjes altijd in een verfomfaaid, muffig jasje boven een vale spijkerbroek verschijnt  die daarin op zoek gaat naar inspiratie.
Bij mij is dat allemaal veel eigentijdser. Gewoon een verzameling hyperlinkjes, om de leegte mee te lijf te gaan.
Haagse fietsendief vrij voor bevalling. Ook zo’n aardige anekdote, die ik pas geleden, vlak voor de geboorte van mijn zoon, tegenkwam: jongeman jat fiets, wordt gepakt, moet mee naar het bureau, vraagt daar of hij naar huis mag bellen, want zijn vrouw is zwanger. Blijkt dat de weeën zijn begonnen, waarop meneer wordt vrijgelaten.
Goed, zo heb ik er nog tientallen in mijn virtuele grabbelton liggen, potentiële verhalen die slapen in de kelders van het wereldwijde web, en wachten tot er een pennenprins langs komt gesurft die ze tot leven kust en liefdevol opneemt in zijn oeuvre.
Tot zo ver de theorie. De praktijk is dat ik nog nooit iets uit die verzameling heb kunnen gebruiken. Af en toe krijg ik een verzoek om iets te schrijven voor een blad of bundel. Doorgaans ga ik daar op in, al was het maar omdat ik sinds kort een gezin heb om te onderhouden. Toen ik bij de laatste opdracht werkelijk geen idee had waarover ik kon schrijven, ben ik maar weer eens door het ‘stof-voor-verhalen’-mapje gaan bladeren.
Echtpaar slaapt jaren met dood kind onder het bed. Tja, nu niet voor in de stemming. Bemanning vliegtuig onderling op de vuist. Dat kan nog wel lachen worden. Een paar van die zongebruinde copiloten en hun blinkende gebitten, vechtend om een of ander stewardessenslettenbakje dat uiteindelijk op het toilet genomen wordt. Terwijl ze er de Marseillaise bij zingen.
Maar ja, past dat wel in het thema van het blad of de bundel? (Want zulke drukwerken hebben altijd een thema, wat me er ineens aan herinnert dat de val de Berlijnse Muur het thema van deze Groene gaat zijn…)
Berlijns hotel laat gasten in muur hakken. Echt waar, je kunt een compleet arrangement boeken waarbij je van de hoteleigenaar een pikhouweel krijgt en de tuin in mag om lekker los te gaan op een origineel stuk Muur. Als het een succes is, kan het reisbureau gaan uitbreiden: Saddam hakken in bruisend Bagdad, paintballen in tropisch Guantánamo, schoenwerpen in Londen, originele Wall Street-ruiten inslaan in New York. Kinderen halve prijs.
Jaja, grappig hoor, maar dit zijn geen verhalen, hooguit melige opmerkingen geschikt voor Twitter of een Youp van ’t Hek-column.
Het probleem is dat verhalen helemaal niet ontstaan uit opmerkelijke krantenberichten of bizarre feiten. Die bewijzen alleen maar wat Gerard Reve al schreef: dat de werkelijkheid onbruikbaar is, omdat die zo onwaarschijnlijk is en als het ware eerst moet worden afgezwakt.
Vrouw valt in een skioord in een kloof en dreigt dood te vriezen. Totdat ze ziet dat er een kabelbaan boven haar draait. Ze trekt haar bh uit en werpt die omhoog. Het noodsignaal bereikt de buitenwereld, die haar komt redden.
Dat kan natuurlijk allemaal heel spannend zijn, maar levert het ook een goed verhaal op? Misschien wel als we inzoomen op het gestrande huwelijk van die vrouw, en haar baan aan de universiteit, waar ze vreemdging met een masterstudent, maar daar hebben we dat banale skioord, die kabelbaan en die kut-bh eigenlijk helemaal niet bij nodig.
Het is een misvatting dat je uitzonderlijke gebeurtenissen nodig hebt voor een uitzonderlijk verhaal. Juist de excessen maken proza ongeloofwaardig, gekunsteld, bedacht. Man sterft na wedstrijd pittig koken. Parasol doodt man op strand.
Waar gaan de verhalen van Elsschot of Nescio over? Waarover gaan Salingers Nine Stories? Niet over anekdotes die je in de krant kunt tegenkomen. Goede verhalen gaan over mensen die het niet kunnen uitstaan dat anderen naar hun voeten kijken, over mensen die een partij kaas in de kelder hebben liggen die ze niet verkocht krijgen of over mensen die bij anderen komen klaplopen.
Hoe kom je daar op? In elk geval niet door in de kranten te bladeren, want die hebben alleen oog voor het uitzonderlijke, het actuele, het groteske, het rellerige. Weg dus met dat malle ‘stof-voor-verhalen’-mapje van je, en hup, de straat op! Ga mensen schaduwen in winkelstraten, observeer ze stiekem in cafés en wachtruimtes, begluur ze in tramhokjes.
Met een beetje geluk kom ik een gek tegen die niet wil dat ik zijn schoenen zie. Kan ik mijn gezin weer een maand te eten geven.