Philip Mechanicus

Stof genoeg

Op het moment dat ik mijn reserve-exemplaar (Zwart Beertje 305) van het boek IK‚ het fameuze werk van Bert Schierbeek, terzijde legde kwam het avondblad, met hoed en paraplu, de kamer binnen. Goed nieuws! Eindelijk spijkers met koppen. Prominente boekenkenners hebben zichzelf (of was het de koningin?) tot jury uitgeroepen. Slechtste boek van het jaar: de gouden doerian. Was het nog maar 1951. Had ik ze mijn Boek Ik kunnen aanreiken. Dat werd in het jaar van verschijnen onder hoon en spot neergeknuppeld door de fine fleur der nationale critici. Dom van mij om alsnog een exemplaar aan Sinterklaas te vragen. Zaagsel erover. Gelukkig staan het gewicht van Zeeman, souplesse van Moll en onbevangenheid van Vullings garant voor een even waardig besluit als het verstand van destijds. Onder begeleiding van Jaeggi. Zijn PC-verleden legt hem hier geen windeieren. Die opzichtige boekverkoper is uiteraard een beginnersfoutje.

Alleen even zeuren over die doerian, want daar kom ik eigenlijk voor.

Toen ik nog op een tropisch eiland woonde had je daar (alleen niet op dezelfde tijd) ook lunchtijd. Ik stelde de jongens, onder het rieten afdak aan het strand, voor om een verse makreelachtige voor mij te roosteren en deze, samen met een ongeopende heupflacon Mekong-whisky, te serveren onder de meest nabije palmboom. Net zoals gisteren en eergisteren.

Na afloop bromde de ijverigste van hen naar het dorp en kocht, voor iets meer dan een aalmoes, de mooiste doerian die bestond. Die wij vervolgens gezamenlijk en met onze vingers leegvraten. Exquiser kreeg je het nergens niet. Laat Adriaan dat in zijn neus knopen.