Philip Mechanicus

Stof genoeg

Ik ben geen tegenstander van aan de caféwand genagelde plaquettes waarin gebeiteld: Hier heeft die en die zich dood gedronken. Vermits met jaartal. Een wereldreis waard. Ik begon in The White Horse. Hudsonstreet, New York.

Dylan Thomas. Legendarisch drinker.

Wat mijzelf aangaat mag een zekere dinsdag niet ongenoemd blijven. We waren in China. Het gezelschapje bestond uit drie mannen, waarvan ik er één was, en een vrouw. De mannen waren er voor zaken en ik vlijde mij naar vermogen op het oorkussen der Chinese ledigheid. Dan heb je nog heel wat te doen. De Chinezen zijn een vief en lief volkje en ik had hun smaak snel te pakken.

Die mede bestond uit mao-tai. Een van droogte holstaand, hoogst alcoholisch brouwsel. Gemaakt uit sorghum: nederige graansoort ook wel kafferkoren genoemd. In elke hap rijst zag ik het excuus voor een slok.

De vrouw, die bij één van de mannen hoorde, wantrouwde de Chinese buitenwereld dusdanig dat zij haar kamer nooit verliet. Was zij wel in zicht dan spuwde ze vloedgolven aan overbodigs over elke vierkante meter die ze ooit eerder had bezocht. In de stad Nanjing kreeg mijn compassie de overhand. Snood plan was snel bedacht. Ik zei dat ik op die toevallige dinsdag de grote dichter en drinker Riekus Waskowsky wenste te herdenken, door het drinken van zo veel mogelijk mao-tai. Rijdend in een driewielig voertuig door Nanjing. Zij mocht mee, op voorwaarde dat ze haar mond hield.

Ze stemde toe. Ze moest wel. We vertrokken en ik zette de eerste literfles mao-tai aan de lippen. Heerlijk! Het stoffige stadsschoon werd er oneindig stoffiger en schoner van. Begon ze: «Toen ik in Pisa was…» of: «Wist je dat ze op de Galapagos…», fluisterde ik: «Denk aan Riekus!» Met een klap sloegen haar kaken op elkaar. Volgende slok.

Ja, over China is veel, zo niet nog meer, te vertellen.