Philip Mechanicus

Stof genoeg

Er is iets onbelangrijks mis. Niets ernstigs. Zoals daar is de koningin die zichzelf heeft ingesloten op de wc of brand in een vogelhuisje. Niets ernstigs, maar toch voel je het overal. Er ontbreekt iets. Onzichtbaar als een radiogolf van ver hangt het om je heen. Met een beetje geluk kun je ertegenaan leunen.

Je hebt net ontbeten. Koffie gedronken. Een telefoongesprek gevoerd. Twee fragmenten krant gelezen. Opeens.

Een schaduwloos vermoeden spat uiteen en er wordt niets zichtbaar. Toch. Als onderdeel van een ragfijne landbouw machine strekt zich de hand en met de kracht van een sluipwesp eisen duim en wijsvinger het lege koffiekopje op.

Maar. Het kopje is niet leeg. Er bevindt zich wel degelijk een halfduimsdikke laag koffie op de bodem. Hoera. Het koffiegeheugen heeft de wereld opnieuw niet in de steek gelaten. Voldoening glijdt als vest van velours over de ribben. Waarna. Opdrinken van de koffie slechts een formaliteit. Op druppel na leeg kopje is wat wij willen.

Opmerkingen. Duidelijk is dat de afkoelingsfactor van de koffie gelijke tred houdt met het afnemen van het koffiegeheugen. Toch opvallend dat k.g. zelfs doorwerkt nadat de inhoud beneden kamertemperatuur is gezakt. Nog niet duidelijk of na de bevrijdende slok, onmiddellijk na alarm van het k.g., er daarna sprake kan zijn van een herhaling van het «laatste-slok-signaal».

D.w.z. dat er na een onbepaald aantal seconden opnieuw een neurotransmitter wordt getriggerd die dezelfde verontrustend concrete boodschap «ik mis iets» doorgeeft.

Van waarneming van k.g. bij derden is weinig bekend. Tot in het uiterste vreemd is, dat na outbreak van koffiegeheugen er altijd koffie is. Daarom blijft het curieus dat daarvoor kortston dige vrees opdoemt dat er geen koffie is. Er is altijd koffie, na implosie van k.g. Vervelend, dat je daar nooit aan went. Zelfs door training niet op voor kunt bereiden.