Mechanicus

Stof genoeg

Ze waren er uit alle macht mee bezig een knap jonge tje van mij maken. Daarom kreeg ik, nog voor de schooldeur ooit gepasseerd te zijn, een rekenboekje. Dun en op dun papier. Binnenin veel gewriemel. Belangrijk gewriemel, zeiden ze. Geheimtaal voor mij, en ook de titel buitenop kon ik niet lezen. Dat kwam pas veel later.

Het moet in de winter van 1941 zijn geweest. Ik zie mijzelf nog door de sneeuw stappen die kniehoog op de brug bij de diamantslijperij in de Uilenburgerstraat lag. Een plaatje van Rie Cramer gelijk.

Het waren historische dagen. De meesters en juffrouwen staakten. Daarom kregen we een paar velletjes tekenpapier mee naar huis. Oude kleine potloodjes ook.

Weer terug door die hoge sneeuw. Thuis had ik veel mooiere potloden. En mijn nieuwe aanwinst. Vol raadsels. Toen ik kon lezen wat er op het omslag stond en inmiddels ook op school rekenles kreeg, begon het mys terie pas goed. «Fundamenteel rekenen», dat stond er. Waarin verschilde de inhoud van mijn boekje met datgene wat juffrouw Korthals ons bijbracht? Hoewel ik de woordbetekenis van fundamenteel niet kon doorgronden was haar rekenles dat beslist niet, want ze zei het er nooit bij. Dat mysterie groeide en is eigenlijk altijd blijven hangen.

Decennialang kwam er niets anders fundamenteels opdraven.

Problemen met de islam? Kijk in je rekenboekje.