Philip Mechanicus

Stof genoeg

De tijd vliegt. Of zit stil. Zoals op de prentbriefkaart, die een in 1925 gemaakte foto van J.H. Herwig toont. Van twee banken in het Vondelpark.

Links leeg en op de rechter een moeder met haar zoontje. Gekleed naar de onopvallende mode van die tijd. Aan hun voeten 113 mussen die voor de foto even stil zijn blijven zitten. Heel vriendelijk van die mussen maar ze zitten niet. Ze staan. Allemaal. Zoals een ekster of Vlaamse gaai nooit op een tak zit, maar duidelijk staat. «Kijk, daar staat een Leucopsar Rothschildi.» Zal je geen enkele ornitholoog ooit horen zeggen.

Zitten heeft vaak met zien te maken. Voorbeeld: «Ik zag Apie Prins zitten bij Reinders.» Of in connectie met iets wat je niet ziet: «Volgens mij zit er een hongerige jaguar achter die cacaobonenboom.»

In Venetië hing in een al lang uitgestorven café, waar je de beste Spritz van de stad kon drinken, een oude foto van het San Marcoplein waarop 791 duiven zichtbaar zijn. Ze vormen samen, van bovenaf gezien in de richting van de Campanile en keurig staande, het woord Coca Cola. Heel knap van die domme duiven.

Trouwens, op het moment van de foto van de plek in het Vondelpark waar al die mussen stonden zag je daar geen enkele duif tussen zitten. Geen duiven.

Dat was een mooie tijd. Nu zie je bijna nergens meer een echte vrolijke mus.

Kun je nagaan in wat voor tijd wij leven.