Philip Mechanicus

stof genoeg

Ogenblikken waarop je je realiseert dat de wereld veel onbeschrijflijker is dan je tot dusver had aangenomen. Vijfentwintig jaar geleden maakte ik het mee. Toen de, nog maar onlangs overleden, schrijver Theun de Vries mij een aantal gedichten van Rainer Maria Rilke in zijn eigen Friese vertaling liet lezen. Even niet aan gedacht dat zoiets mogelijk was.

Vergelijkbaar moment, maar toch heel anders, deed zich voor twee jaar geleden. Voor het eerst een wilde hond gezien. Twintig wilde honden. Samen achter dik gaas in Artis. Wonderen van dieren. Slapend en spelend alsof ze niets ander wilden. Krachtig en actief van voorkomen, en gehuld in de mooiste, meest dramatisch gevlekte pels denkbaar. Honderd jaar geleden moet daar een bontjas van bestaan hebben die, zo oud als hij nu is, zeker nog honderdduizend dollar opbrengt. Het meest indrukwekkend echter was hun geur.

Wat je bij andere schepsels stank zou noemen was, gebonden aan die prachtige dieren, van een helse esthetiek. Bliksemend aroma dat als pestilent gas door alles heen drong. Verdovend en hypnotiserend.

Wat in dit verband ook niet vergeten mag worden is van veel langer geleden.

Acht jaar was ik, of daaromtrent. We stonden te plassen, tegen een aan de oorlog over gehouden muur. Het kletterde zacht tegen de bakstenen. Halverwege draaide mijn vriendje zich negentig graden in mijn richting en piste mij kranig en onverhoeds geheel nat. Van onder tot boven. Verbijsterd was ik.

Weerdaad ontbrak en er zat niets anders op dan in tranen naar huis te rennen.