Philip Mechanicus

stof genoeg

Soms vangt een kat een mus. Meestal niet. Lopen ze gewoon weer door.

Eigenlijk doet het ze niets. Ik hou van katten omdat zij op bewonderenswaardige wijze berusten in hun venerabele domheid. Zij illustreren dit onder meer door veelvuldig, zo niet voortdurend, te slapen.

«Een kat is altijd moe», zei iemand.

Ik durf te stellen dat alle katten ter wereld samen een collectieve hersenpan hebben. Verdeeld over zoveel individuen is het logisch dat er hier en daar wel eens een «slip of the brain» optreedt. De bespeurbare bijverschijnselen daarvan worden dan als specifieke intelligentie van die ene kat gezien. Mijn familie, zo hielden zij niet op mij te vertellen, bezat eens een kat die drop at. Grapje met drop-out ligt hier voor de hand, maar het tegendeel is waar. Zij zagen het als een typische uiting van groot en uniek vernuft.

Die kat verwierf juist daardoor een soort verhevenheid. Zie in dit verband ook: «Een profeet die brood eet». Hele tijdschriften zijn volgeschreven met dat soort anomalieën. Het is dan ook veelzeggend dat de directeur van het belangrijkste periodiek op dit gebied onlangs nog verklaarde eigenlijk geheel geen kattenliefhebber te zijn. Duidelijk is dat deze man daardoor een stuk belangwekkender is dan welke kat ook. Waarmee tevens afdoende bewezen is dat het verschijnsel kat vele malen interessanter is dan het dier kat.