Stofzuiger; mrs. byatt, mrs. woolf & mrs. brown

A. S. Byatt, The Matisse Stories Uitgeverij Chatto & Windus, 134 blz., f35,45
Virginia Woolf dacht vooruitstrevend en stemde Labour. Ook kwam ze weleens op bijeenkomsten van de Working Women’s Guild. Wat haar daar echter niet beviel was dat de vrouwen uit de werkende klasse als enigen dachten te weten waar het op aankwam. En ze ergerde zich eraan dat sommige spreeksters het bekakte taalgebruik van de aanwezige ladies imiteerden.

Want, schreef ze in 1930, ze mogen dan wel beter dan dames in staat zijn om tragiek of humor in hun gezicht tot uitdrukking te brengen, toch is het beter om een dame te zijn: ‘Dames zijn geinteresseerd in Mozart en Cezanne en Shakespeare; en niet alleen in de aanleg van warm en koud stromend water.’
Het is een genant staaltje van klassedenken. A.S. Byatt heeft met deze kant van Woolf nog een appeltje te schillen, zo blijkt uit haar bundel The Matisse Stories. In het middelste en langste verhaal loopt een werkster te stofzuigen die niet toevallig Mrs. Brown heet. Een van de meest programmatische essays van Virginia Woolf heet 'Mr. Bennett and Mrs. Brown’ (1924). Het gaat over de veranderingen in de wereld sinds 1910. In dat jaar haalde Roger Fry -de invloedrijkste kunstcriticus van de Bloomsbury-groep - schilders als Cezanne en Matisse naar Engeland. De tentoonstelling werd door pers en publiek als de lacher van de eeuw beschouwd.
Woolf en haar Bloomsbury-vrienden waren verrukt over de nieuwe lijnen en kleuren. Door die schilders kunnen we nooit meer op dezelfde manier naar mensen kijken, wil Woolf in haar essay zeggen. Mrs. Brown is niet per definitie grijs en grauw, saai, burgerlijk en middelbaar. Mrs. Brown is niet voor eens en voor altijd door schrijvers als Arnold Bennett neergezet. Mrs. Brown kan veranderen. Is al veranderd. Kijk maar naar de positie van bedienend personeel, schreef Woolf. Vroeger leefden ze in kelders, nu lopen ze de zitkamer in en uit om onze krant te lenen. De literatuur moet veranderen zoals de schilderkunst is veranderd. De realistische traditie van Mr. Bennett voldoet niet meer. We moeten laten zien dat Mrs. Brown ongekende mogelijkheden heeft. Dat ze kan aantrekken wat ze wil, doen wat ze wil, en zeggen wat ze wil. En wat ze zegt, doet en draagt, zal ons eeuwig fascineren, want zij is natuurlijk, schrijft Woolf, het leven zelf. En zij eindigt haar essay met de oproep 'never, never to desert Mrs. Brown’.
Aanvankelijk lijkt Byatt zich alleen maar heel letterlijk aan deze oproep te houden. In het eerste verhaal, 'Medusa’s Ankles’, heet Mrs. Brown Susannah, is ze classicus en verrast ze ons op een buitengewoon onvoorspelbare manier. In het tweede verhaal trekt de letterlijke Mrs. Brown heel nadrukkelijk aan wat zij mooi vindt. De feministische boventonen van het eerste verhaal worden in 'Art Work’ nog iets dikker aangezet. Het echtpaar waar Mrs. Brown voor werkt is bijna karikaturaal. Zij, Debbie, is kostwinster, moeder van twee kinderen en de begripvolle vrouw van een kunstenaar, Robin. Zij werkt in een kamertje waar nauwelijks licht binnenkomt aan haar stukken voor een damestijdschrift, terwijl hij in een ruimte voor zichzelf over alle soorten licht beschikt. Haar hoofd loopt om door de onverzoenbaarheid van deadlines en een kind met waterpokken. Hij windt zich op over Mrs. Brown, die altijd alles verplaatst. Terwijl de dokter belt om naar het zieke zoontje te komen kijken, sommeert Robin, met een 'voice of pure male rage’, zijn vrouw om boven te komen. Mrs. Brown zet de stofzuiger af en zegt: 'Gaat u maar naar hem toe, dan laat ik de dokter wel binnen.’ In de nadruk op het persoonlijk voornaamwoord ligt al haar minachting voor de andere helft van de mensheid besloten.
Mrs. Brown is iemand die je niet over het hoofd kunt zien. Hoewel Robin dat stelselmatig probeert te doen. Zelfs als hij haar terechtwijst, doet hij dat via zijn vrouw. 'Deze schaal’, loeit hij als zijn vrouw boven is gekomen, 'is zoals iedereen met ogen in zijn hoofd kan zien, een kunstwerk.’ Mrs. Brown heeft hem volgegooid met allerlei ongeregelds: elastiekjes, paperclips, stukjes snoer, een dooie bloem, een kapotte lamp, enzovoort. De opsomming gaat een halve bladzijde door, de schaal is tot de rand met leefresten gevuld. 'Ze had kunnen zien dat ik juist die schaal aan het schilderen was.’ Daar is inderdaad geen twijfel over mogelijk, de hele studio staat vol met tekeningen van de schaal. Debbie vermoedt dat Mrs. Brown de schaal precies om die reden als vergaarbak heeft gebruikt. Ze heeft zo haar eigen uitingen van stille agressie. Ze houdt die veronderstelling voor zich. 'Robin is neither moved by nor interested in Mrs. Brown’s feelings.’
Wie eenmaal op het spoor van Virginia Woolf is gezet, weet door die zin dat Byatt niet echt van haar houdt. Het merkwaardige is nu dat zelfs als je totaal anders over Woolf denkt dan zij, 'Art Work’ toch een beter verhaal wordt door de manier waarop Byatt Woolf gebruikt. Robin vertegenwoordigt in die enorme ruimte voor zichzelf veel meer dan pure male rage. Hij geeft ook het niet-geslachtsgebonden egocentrisme van de pure kunstenaar gestalte.
Virginia Woolf heeft het leven eens vergeleken met 'een schaal die zich vult en vult tot hij overloopt’. Maar, lijkt Byatt te willen zeggen, dat was een steriele metafoor. Van de banaliteiten waar het echte leven mee vol zit, had zij, net als Robin, geen idee. Zij was een ivoren-torenschrijfster. In Mrs. Brown was zij alleen theoretisch geinteresseerd. Door Byatts omkering wordt het verhaal ver boven het schelle feministische stereotype uitgetild.
Robins toewijding aan de kunst is, net als die van Woolf dat was, totaal. Dat was precies wat hem aanvankelijk voor zijn vrouw aantrekkelijk maakte. Zij begrijpt zijn werk. Zij ziet in dat hij een antwoord zoekt op de vraag die iedere serieuze kunstenaar zich moet stellen: waarom zouden we de werkelijkheid willen representeren? Zijn werk had iets afzijdigs. Hij had oog voor dingen die niemand zag. Hij kon dingen in een licht plaatsen waardoor je het gevoel kreeg dat tijd niet meer bestond. Altijd dingen, nooit iets levends, stelt Debbie bij haar mijmering over Robins werk met enige verwondering vast.
De analogie tussen het schilderen van Robin en het schrijven van Woolf kan met tientallen voorbeelden worden aangevuld. De conclusie van Byatt lijkt vernietigend: beide zijn levenloos en te ver van de werkelijkheid verwijderd.
En hoe komt Mrs. Brown intussen bij Byatt uit de verf? Triomferend als een regenboog. Mrs. Brown is het leven zelf, 'the real thing’, om met Henry James te spreken. Want ook Henry James is in deze verhalen verborgen aanwezig. Deze bespreking had ook kunnen laten zien hoe Byatt drie variaties op diens korte verhaal 'The Real Thing’ heeft geschreven. Wat is kunst, wat is echt, wat is natuurlijk, wat onnatuurlijk? Het zijn vragen die steeds opnieuw moeten worden gesteld. En altijd zal het antwoord dubbelzinnig zijn. Want Mrs. Brown vertegenwoordigt in 'Art Work’ weliswaar het leven zelf, maar ze is natuurlijk ook het kunstwerk uit de titel.
Virginia Woolf schreef in 'Mr. Bennett and Mrs. Brown’ dat de schrijfconventies van haar voorgangers niet meer voldeden. Mr. Bennett stond voor een achterhaalde vorm van realisme. 'the tools of one generation are useless for the next’. A.S. Byatt heeft de tools die zo achteloos door Woolf werden weggesmeten, weer opgepakt. Zij hecht waarde aan een plot, aan herkenbare personages, kortom aan alles waar Woolf genoeg van had. Maar omdat de drie verhalen in elkaars staart bijten, blijkt uit het laatste en mooiste verhaal dat we ook niet om Virginia Woolf heen kunnen. Byatt smijt Woolfs werktuigen evenmin weg, haar literatuuropvatting wordt ten slotte ten dele gered.
Het feminisme van Byatt wordt in 'The Chinese Lobster’ weer een slag gedraaid. Mrs. Brown blijkt ook een man te kunnen zijn. De sterk aan Roger Fry herinnerende kunsthistoricus dreigt het slachtoffer te worden van de seksuele fantasieen van een van zijn studentes. Hij komt voor de keus te staan tussen een geruineerde carriere of een graad toekennen aan iemand die daar in zijn ogen geen recht op heeft. Het gesprek dat hij met een vrouwelijke collega over dit dilemma heeft, neemt een woolfiaanse wending: als kunst niet meer heilig is, is er niets meer. Het is onze meest waardevolle vorm van 'luxe, calme et volupte’, zoals de kunsthistoricus het met een titel van een Matisse-schilderij zegt.
Op de buitenkant van de bundel staat een afbeelding van Matisse’s Le silence habitue des maisons. Daarop is in de linker bovenkant een merkwaardig teken aan de wand te zien. A.S. Byatt bewondert dit schilderij van de late Matisse omdat de lege vorm op de muur van alles kan voorstellen, terwijl het schilderij er niet door wordt gedomineerd. Matisse heeft op latere leeftijd een volstrekt natuurlijke verzoening tussen abstract en figuratief tot stand weten te brengen, schrijft zij. Een van Woolfs meest abstracte verhalen heet 'The Mark on the Wall’. Byatt is duidelijk van mening dat Woolf in haar meest experimentele werk net te weinig liet zien. Deze verhalenbundel probeert een rijpe Matisse te zijn. Het modernisme wordt als noodzakelijke fase erkend, maar de leegte van het teken mag het beeld niet overheersen.
De drie verhalen zijn als kleurige schilderijen. Maar het is aan de lezer om uit te maken of Virginia Woolf uiteindelijk toch niet dichter bij Matisse stond. Mr. Bennett neemt in Byatts verhalen wel een erg prominente plaats in.