Biogas verbindt Amsterdam-West

Stoken op heilig brood

In een slooppand in de Amsterdamse Kolenkitbuurt wordt biogas opgewekt van oud brood. De energie is bestemd voor de Mevlana-moskee, die steeds meer bij de samenleving betrokken raakt. ‘Moslimmigranten willen taboeonderwerpen aanpakken, samen met de wijk.’

Een broodvergister die de stroom gaat leveren voor de Nederlands-Turkse Mevlana-moskee in de achterstandswijk de Kolenkit, net buiten de ring in Amsterdam-West: het is een verrassende verbinding van moderne, duurzame technologie die is ontwikkeld vanuit maatschappelijk engagement - hoe de rest van de wereld een voorbeeld kan nemen aan een wijk die als kansarm te boek staat - en de islamitische traditie dat je oud brood moet teruggeven aan de aarde.

Ahmet Sahin is een kleine, nieuwsgierige man met vrolijke ogen die gebrekkig Nederlands spreekt. Eerder dit jaar vergezelde de islamitische voorganger de kinderen van zijn Mevlana-moskee naar het tekenlab van het interdisciplinaire ontwerperscollectief Pink Pony Express. In het slooppand aan de nabijgelegen Bos en Lommerweg werd daar, te midden van een expositie van oud brood dat het collectief in de weken daarvoor had verzameld en gedroogd, het prototype vergister tentoon-gesteld. Doorzichtige plastic slangen verbinden de witte machine, waarin een bacterie aan het werk wordt gezet om het oude brood te vergisten, met blauwe vaten waarin het zo ontstane biogas wordt opgeslagen. Een enkel droog sneetje wit, of een reep oud Turks brood levert zo enkele liters biogas op. Omgerekend goed voor circa 0,064 kilowattuur.

Tijdens de tekensessie van het project ‘Supernatural: Maakt energie uit heilig brood’ legde de islamitische voorganger aan de kinderen uit waarom de koran brood weggooien niet toestaat. Een van de belangrijkste redenen dat moslims in Nederland - maar ook anderen - oud brood uitstrooien voor dieren. Met rattenplagen als gevolg. Om dat te voorkomen, zetten sommige gemeenten broodcontainers neer in wijken met veel moslims, zeggen Annemarie van den Berg en Jessica Hammarlund Bergmann, twee van de vier leden van Pink Pony Express. 'Het idee is’, zegt Hammarlund Bergmann, 'dat het brood wordt hergebruikt, maar de realiteit is dat het regelrecht naar de vuilstort gaat.’ Althans, dat was de situatie in Amsterdam-West. Het collectief streek in de deelgemeente neer, deed er vervolgonderzoek en vroeg de Turkse imam - een afspraak met de Marokkaanse voorganger van de Badr-moskee kwam maar niet tot stand - of de islam recycling van brood zou toestaan. Prima, zei hij, als het maar niet verspild wordt.

De samenwerking van het ontwerperscollectief en de Mevlana-moskee appelleert volgens Hasan Yar aan een zich voorzichtig ontwikkelende trend dat moskeeën verbindingen zoeken met hun omgeving. 'Dat gaat zeker nog niet voor elk islamitisch gebedshuis in Nederland op’, benadrukt hij, 'maar het houdt wel verband met het feit dat arbeidsmigratie nu een halve eeuw aan de gang is.’ Moslims hebben volgens hem inmiddels hier hun leven opgebouwd en zoeken aansluiting bij maatschappelijke organisaties en ontwikkelingen in hun wijk en stad: 'Meer en meer moskeeën zijn dan ook niet meer enkel genoegzaam naar binnen gekeerde gebeds-huizen.’

Yar is directeur van Stichting Ihsan, Islamitisch Instituut voor Maatschappelijke Activering. Het is een kleine, landelijke organisatie die de betrokkenheid van de islamitische gemeenschap in Nederland bij maatschappelijke kwesties stimuleert. Daarnaast is hij docent islamitische levensbeschouwing aan de hogeschool InHolland in Amsterdam en werkt hij aan een proefschrift over sociaal kapitaal in de moskee. In zijn jeugd kwam Yar vanuit Centraal-Turkije naar Nederland. Een kleine dertig jaar later ziet hij dat moskeeën in toenemende mate Nederlands in hun communicatie gebruiken. 'Het wordt steeds vaker als de voertaal ingezet bij lezingen en seminars en bij andere vormings-activiteiten.’ Bovendien signaleert hij dat moskeebesturen en islamitische jongeren en vrouwenorganisaties hun blik naar buiten richten. Ze zoeken aansluiting bij wijkactiviteiten, bezoeken bejaarden, nemen deel aan herdenkingen (4 en 5 mei), zetten zich in voor het terugdringen van armoede of obesitas of voor het vergroten van het besef onder hun achterban dat kinderen fris in de les moeten zitten. Dat ze ’s morgens uitgeslapen zijn en dat ze hebben ontbeten voor ze naar school vertrekken.

Wat hem tegelijkertijd opvalt is dat de moskee meelift, maar niet het voortouw neemt: 'De uitnodiging tot of het initiatief voor samenwerking op buurt- of stadsniveau komt nog veelal van anderen.’ Dat heeft volgens hem te maken met de seculiere cultuur in Nederland: 'Het algehele idee is dat de samenleving religie niet nodig heeft, zeker de islam niet, die nog veelal als antiwesters wordt afgeschilderd. We lossen de problemen zelf wel op.’ Dat zorgt er volgens hem voor dat islamitische gebedshuizen zich gemarginaliseerd voelen. Het brengt enige terughoudendheid bij moskeebesturen met zich mee om buiten de eigen kring te opereren. Wat is precies hun maatschappelijke rol?

Het succesverhaal van de voedselbank in Amsterdam-West, waarin de Mevlana-moskee vanaf de oprichting in 2006 een prominente rol speelt, is een kenmerkend voorbeeld van hoe een islamitisch gebedshuis tot een actieve partner uitgroeide van andere maatschappelijke organisaties. Begin deze eeuw sloten religieuze organisaties in Amsterdam-West zich aaneen met als leidende vraag: wat kan de bijdrage van godsdienst, naast spiritualiteit, zijn aan de problemen en noden van de mensen in de wijk? De toenmalige journalist Hans Krikke werd vrijgesteld om daar onderzoek naar te doen. Tal van vrijwilligers, ook via de moskee, gaven aan dat er naast armoede, sociale uitsluiting, geweld, eenzaamheid en marginaliteit veel anomie is. Dat mensen op eilandjes leven. Dat er een keur is aan clubjes rondom moskeeën, kerken en speeltuinen, maar dat de verbindingen ontbreken.

Dat leidde tot de oprichting van zowel de Stichting Samenwonen-Samenleven, waarvan Krikke nu directeur is, als het Bos en Lommer Interreligieus Beraad. Daarin zijn kerken, moskeeën en andere gebedshuizen actief. En tot de opzet van de voedselbank in Amsterdam-West, een gezamenlijk initiatief van kerk en moskee, met Marike Omta van de protestantse diaconie en Isa Seven van de Mevlana-moskee als centrale figuren. Omta: 'Pas bij de opening realiseerden we ons dat we uniek waren in Nederland. Dat geen enkele andere voedselbank door christenen en moslims werd gerund.’

De interreligieuze initiatieven in Amsterdam-West waren, aldus Yar en Krikke, aanvankelijk geïnspireerd op de presentie-theorie van bijzonder hoogleraar Andries Baart, die zowel verbonden is aan de Tilburg University als aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Zijn filosofie is een vertaalslag van humanistische en christelijke tradities, met name van het katholieke sociale denken en de moraaltheologie, naar de huidige praktijk: de hulpbehoevende mens is niet enkel kwetsbaar. De oriëntatie vormt tevens een reactie op de verzakelijkte, marktgerichte zorgverlening die Nederland aan het begin van deze eeuw steeds meer in haar greep kreeg.

De Mevlana-moskee is in 1984 opgericht door migranten van Turkse origine die de soennitische islam aanhangen. Het gebedshuis zetelt nog steeds in een oud gebouw waar al een sloopvergunning voor is afgegeven, terwijl er tegelijkertijd wordt uitgebreid. Aanvankelijk was de moskee niet gekoppeld aan een organisatie, maar in 1990 werd hij onderdeel van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs Noord-Nederland. Mevlana heeft nu 250 (betalende) Nederlands-Turkse en tachtig Arabisch sprekende leden, veelal van Marokkaanse origine.

Isa Seven is sinds een jaar voorzitter van het moskeebestuur, daarnaast is hij coördinator en penningmeester van de voedselbank. In weer en wind fietst hij, op een rijwiel dat maten te klein voor hem is, op en neer tussen de moskee en de enkele straten verderop gelegen voedselbank. Met zijn lange, zwarte winterjas is hij een markante verschijning. Vrijwel iedereen in de wijk kent hem: moslims en niet-moslims, autochtoon en allochtoon. Seven denkt dat er veel meer hulp nodig is: nu krijgen honderdtwintig gezinnen in Amsterdam-West voedselpakketten; hij schat dat het er zeker vijfhonderd zouden moeten zijn. Met name in migrantengemeenschappen rust nog een taboe op armoede. 'De kinderen willen niet dat hun ouders zich aanmelden. Of men schaamt zich voor de buurt.’ Seven, met zijn open houding en no-nonsense-uitstraling, breekt daar vaak doorheen. Je kunt hem bellen of hem op straat of in de moskee aanspreken als je een intake wilt of goederen aan de voedselbank wilt schenken.

Marike Omta, met haar lange grijze haar en fleurige kleding, is de christelijke evenknie van de islamitische Seven. Omdat ze lange tijd een boekhandel had in de wijk wilde ze aanvankelijk geen coördinator zijn van de voedselbank. 'Ik dacht: wellicht vinden klanten het niet leuk als ik ze op straat herken.’ Gaandeweg merkte ze dat mensen haar juist zonder problemen groeten. Omta is nu in dienst van Samenwonen-Samenleven. 'Kerk en moskee hebben het voortouw genomen, maar de voedselbank heeft niets met religie te maken. Wij proberen verbindingen te leggen en het welzijn in de buurt op te krikken.’ Net als Seven ziet ze zichzelf als iemand die de achterban meesleept - stapje voor stapje. Ze zegt dat in de moskee vroeger veel meer werd gecollecteerd voor arme moslims in het buitenland dan dat de blik op de eigen omgeving werd gericht. 'Dat taboe is nu wel geslecht. De Mevlana-moskee staat meer met de benen in de Nederlandse klei.’

Ook Krikke signaleert dat er een groeiend besef - hij spreekt van commitment - is bij moskeeën om zich met zaken in de wijk (veiligheid, leefbaarheid, armoede) in te laten. Bij veel moskeeën zie je volgens hem intern een proces van identiteitsvorming. 'Moslimmigranten hebben de behoefte om binnen de eigen groep en in de moskee rust te vinden en op basis van onderlinge waardering, die de buitenwereld hen vaak ontzegt, op adem te komen.’ Heel veel zaken verkeren volgens hem nog in de taboesfeer: armoede, huiselijk geweld, man-vrouwverhoudingen, overbelaste mantelzorgers. 'Maar tegelijk zie je ook dat ze de verbinding met de samenleving willen aangaan. Dat ze die taboeonderwerpen willen aanpakken, samen met de wijk.’

De gretigheid om uit de eigen-hokjesmentaliteit te breken, wordt volgens hem bij menige moskee nu nog afgeremd door een gebrek aan hoogopgeleide bestuurders. In tegenstelling tot veel eerste-generatiemigranten beschikken zij over de kennis hoe de Nederlandse samenleving functioneert. Krikke: 'De eerste generatie heeft een topprestatie geleverd door eigen gebeds-huizen op te zetten en te runnen. Tweede en opvolgende generaties moeten nu de slag maken om zowel de eigen geloofsgemeenschap te mobiliseren als empathie en solidariteit te ontwikkelen met de samenleving.’

Bovendien richten moskeebesturen, is zijn ervaring in Amsterdam-West, zich graag op concrete zaken. Minder op het gesprek, de dialoog waar niet-moslims juist op uit zijn. Dat komt, zegt hij, doordat hun achterban kwetsbaar is. Ze leven niet voor niets grotendeels in achterstandswijken. Zaken als inkomen, werk gezondheid, veiligheid en sociale uitsluiting vragen constant om aandacht. Voor veel moslims in Nederland valt er nog een wereld te winnen.

Bovendien is de oecumenische gedachte bij moskeebestuurders nog niet geïnternaliseerd. 'Dat loopt stroef’, meent Krikke. 'Ook stuit je binnen de islam op geloofsgrenzen. Enige vorm van samenwerking tussen verschillende islamitische stromingen is nog vrijwel onmogelijk.’ Samenwonen-Samenleven geeft mede daarom cursussen in moskeeën. De stichting laat zien, onder meer aan de hand van het recent uitgebrachte boekje Samen rijker, dat de islam geen grenzen stelt aan barmhartigheid en weder-kerigheid. Het put uit de islamitische ethiek, in de woorden van Yar, om aan te zetten tot inspiratie in de bestrijding van bijvoorbeeld armoede.

Stadsdeelbestuurder Hetty Welschen van Amsterdam-West (GroenLinks) is ingenomen met die initiatieven. Ook het feit dat de voedselbank sinds kort niet langer een zelfstandige organisatie is, maar onderdeel van de Voedselbank Amsterdam heeft haar instemming. 'Hierdoor staan ze sterker.’ Ze erkent als politiek bestuurder te worstelen met het onderwerp scheiding van kerk en staat. 'Ik ben het eens met de dominante opinie dat religieuze organisaties geen overheidssubsidies mogen ontvangen. Maar ik moet er ook vaak om grinniken. Alsof, als je effectief wilt werken in kleine samenlevingen, dat helemaal gescheiden kan worden.’ Ze kiest voor een meer pragmatische aanpak. 'We hebben een Manifest Armoedebestrijding voor de gehele stad. Armoede is een taboe dat opengebroken moet worden, en als daar vanuit de moskee een opening toe wordt geboden, juich ik dat toe. Een islamitisch gebedshuis kan bovendien mensen aanspreken die voor de overheid moeilijk te bereiken zijn.’

Krikke ervaart dat het beroep op wederkerigheid, het uitstijgen boven de eigen problemen, een ingrijpende mentaliteitsverandering vergt. Er is, zegt hij, in de afgelopen decennia niet geïnvesteerd in zelfredzaamheid, in collectieve verbindingen. 'Zeker migranten zijn getraind in hun consumentenrol.’ In Amsterdam-West zijn de religieus geïnspireerde verbindende initiatieven inmiddels de presentie-theorie voorbij. Krikke: 'We stimuleren kwetsbare mensen en verwachten dat zij zich ook verantwoordelijk gaan voelen voor de zorgen en noden van andere kwetsbaren in de wijk.’

Datzelfde doet het ontwerpcollectief Pink Pony Express. De Mevlana-moskee kan naar verwachting later dit jaar alleen op biogas worden gestookt dat uit oud brood wordt gewonnen, als het moskeebestuur actief meedraait in het pilotproject. 'We zijn nog niet zo ver’, zegt Hammarlund Bergmann, 'dat de vergistingsmachine de energie kan leveren voor zo'n grote moskee. Daarom doen we nu eerst een proefproject in de wijk om verdere kennis en ervaring op te doen en ervoor te zorgen dat deze techniek de komende jaren breder in de wijk dan alleen de moskee wordt ingezet.’ De bedenkers en -aanjagers van de pilot zeggen bovendien geen maatschappelijk werksters maar kunstenaars te zijn. De buurt, dus ook de moskee, is nu zelf aan zet.