Stom en kinderachtig

Met lichte verslagenheid las ik het overlijdensbericht van Andrej Sinjavski (71), die ik een belangrijke en interessante schrijver vond en die niet toevallig in 1966, toen hij nog in de Sovjetunie woonde, tot zeven jaar gevangenkamp werd veroordeeld.

‘Een Russische auteur die niet van plan is te schrijven zoals de staat hem opdraagt’, zei hij eens, 'belandt in een oneindig gevaarlijke en onwerkelijke situatie en wordt het slachtoffer van harde maatregelen, die bedoeld zijn om hem te straffen en uiteindelijk te vernietigen.’
De man die voor het vonnis verantwoordelijk was (tegen Sinjavski en tegen diens collega-schrijver Joeri Daniël) was Lev Smirnov, in die tijd president van het Hooggerechtshof van de federale sovjetrepublieken. Bekijk het protocol van de strafzitting en je weet niet wat je leest. Sinjavski werd 'een vierderangs kladschrijver’ genoemd wiens voornaamste doel was om, via buitenlandse uitgevers, tegen zijn vaderland te agiteren. Smirnov, ter zitting, tegen de beklaagde: 'Gelooft u werkelijk dat buitenlandse uitgevers uw boeken zo fraai hadden verzorgd als er geen anti-sovjetstrekking in zat? Kijkt u eens naar de kwaliteit van het papier, kijk eens naar dat boekomslag! Dan hebben we hier een uitgave van uw verhaal Het proces begint. Twee derde van het boekomslag is zwart en slechts een derde is rood. Moet hiermee worden bewezen dat in de Sovjetunie de donkere elementen een overheersende rol spelen?’
Ik heb met die Smirnov eens, toen Daniël en Sinjavski al een paar jaar in hun strafkamp zaten, een kop thee gedronken. Hij had ooit naam gemaakt als hoofdaanklager in Neurenberg. Nu had hij zich gespecialiseerd in het dwarszitten van dissidente intellectuelen. Zoals 'dubbelhartige mensen’ als Daniël en Sinjavski wiens pseudoniemen (Terts - zakkenroller, Arzjak - souteneur) hij het doorslaggevend bewijs van hun kwade trouw beschouwde. En wat was zijn mening, vroeg ik, over een man als Alexandr Ginsburg, die een vierhonderd pagina’s omvattend witboek over de zaak Daniël & Sinjavski had samengesteld en dit - onder eigen naam - naar de toenmalige president had gestuurd? De Russische topjurist haalde zijn schouders op. 'Een man van geringe educatie, die alleen maar even beroemd als Daniël en Sinjavski wilde worden’, zei hij. Ginsburg was op zijn beurt tot vijf jaar strafkamp veroordeeld.
Een dag later dronk ik mijn thee met Serguy Michalkov, de president van de Moskouse schrijversbond. Dat was niet zozeer een schurk alswel zo'n stomme bureaucraat die dacht dat ons westerlingen alles wijs te maken viel. Censuur? Hoe kwam ik erbij? Dacht ik werkelijk dat het opzet was dat in mijn hotel geen exemplaar van de Times (of een andere westerse krant) te krijgen was? 'Denkt u zich eens in onze situatie in. Wij kunnen best elke dag een exemplaar uit Engeland laten overvliegen. Dan leggen wij die krant in onze krantenkiosk en als er diezelfde dag toevallig een Engelsman in dat hotel is, zullen wij die krant ook wel kwijtraken. Maar wat moeten wij met die krant doen als er die dag toevallig géén Engelsman voorhanden is? Dan zitten wij met dat onverkochte exemplaar in onze maag.’
Het grootste bezwaar tegen de Sovjetunie was dat het zijn burgers terroriseerde. Een tweede bezwaar was dat zijn functionarissen zo enorm stom en kinderachtig waren.