International Film Festival Rotterdam

Stompen op Tokio

Op het International Film Festival Rotter dam draait de nieuwste film van de Japanse regis seur Suzuki Seijun. Tegelijkertijd ver schij nen twee van zijn beste werken op dvd: Branded to Kill en Tokyo Drifter. De meester van de yakuza pop is terug.

Suzuki Seijun zei ooit in een interview: «Waarom een film maken over iets wat je volledig begrijpt? Ik maak films over dingen die ik niet begrijp, maar graag zou willen begrijpen.» Deze benadering vormt de basis van de legende rond Suzuki. In 1967 stuurden de bazen van Nikkatsu, de oudste filmstudio in Japan, hem de laan uit, omdat zijn yakuza-film Branded to Kill «onbegrijpelijk» zou zijn. Suzuki, toen al in de veertig, was in dienst van de studio en zijn werk was B-films maken voor een groot publiek. Dat deed hij ook, jarenlang. Maar nu ging hij op zoek naar onderwerpen die hij niet begreep. Dat resulteerde in fenomenale films: Branded to Kill, Gate of Flesh (1964), Story of a Prostitute (1965) en Tokyo Drifter (1966).

Op het International Film Festival Rotterdam is Suzuki’s nieuwste film, Princess Raccoon, opgenomen in het programmaonderdeel Maestros: Kings and Aces, dat handelt over de auteurscinema. Het bleek onmogelijk deze film vooraf te zien; een kopie ervan was niet op tijd beschikbaar. Wel zijn twee van Suzuki’s beste films in Nederland uitgekomen op dvd: het beruchte Branded to Kill en Tokyo Drifter. Tevens zijn Gate of Flesh, Story of a Prostitute en Fighting Elegy (1966) sinds kort als import-dvd verkrijgbaar bij het Amerikaanse kwaliteitsmerk Criterion

«Onbegrijpelijk» zijn Suzuki’s films allerminst. De verhalen zijn juist flinterdun en ogenschijnlijk typisch B-filmachtig. Neem Branded to Kill. Jo Shishido speelt de rol van Hanada, een sluipmoordenaar die bekend staat als «Nummer Drie» op de lijst van de yakuza, de derde beste dus. Wanneer hij autopech krijgt, ontmoet hij de mysterieuze Misako, die hem inhuurt om ie mand op te ruimen. Het gaat op bizarre wijze mis. Op het moment suprème landt een vlinder op zijn geweerloop: het schot mist het doel.

Nog vreemder is de film die Suzuki een jaar eerder maakte: Tokyo Drifter, een onovertroffen mix van yakuza pop, gangsterconventies en Ja panse popmuziek, Vincente Minelli-musicals en westerns. Suzuki’s fijne gevoel voor design en exploitatie blijkt hieruit: een secretaresse van de yakuza zit giechelend een comic te lezen wanneer sluipmoordenaars binnenstormen en gaan schieten. Een kogel treft het meisje. Theatraal springt ze op en valt dood neer, maar niet dan na dat ze haar bloes heeft opengerukt. We zien haar levenloze ogen. Dan talmt de camera op haar borsten, met daarop een dun straaltje bloed.

Exploitatie is ook aanwezig in Gate of Flesh, Suzuki’s beste film. Het is 1945. Op de puinhopen van Tokio werken vrouwen in de prostitutie. Ze kleden zich ieder in een eigen kleur jurk: rood, blauw, geel, roze en wit. Groen is de kleur van Maya (Nogawa Yumiko), een meisje dat onschuldig oogt maar desondanks een voorliefde blijkt te hebben voor sm-spelletjes. Maya zoekt de liefde, maar vindt alleen seks, geweld en opoffering. Ze raakt verliefd op een Japanse soldaat. Hij blijkt een beest te zijn. Gedwongen door haar begeerte zijn hart te veroveren, geeft Maya haar laatste greintje eer op. Ze verleidt een dominee van het Amerikaanse leger. De setting van deze scène is bewust theatraal: op de achtergrond een kerk gebouw, op de voorgrond planten en bossen die fel groen gekleurd zijn, net als de jurk van Maya. Ze grijpt de dominee om zijn nek en trekt hem naar zich toe. Ze transformeert tot iets onmenselijks; schaduwen vallen over haar gezicht, en op het geluidsspoor klinkt ritmische percussie.

Ooit zei Suzuki in een interview: «Wat in onze herinnering blijft hangen, is niet het idee van het constructieve, maar juist dat van het destructieve. Wat telt is niet het maken van dingen, wat telt is de macht deze dingen af te breken.» Een verhelderende uitspraak. Zo bezien was Suzuki een van de eerste postmodernistische cineasten – het Japanse equivalent van Jean-Luc Godard in die zin dat beiden constant bezig waren filmische vormen en conventies te deconstrueren. Het machtsspel, de tragiek van het moderne leven en de onmogelijkheid van de liefde zijn constante thema’s in Suzuki’s films. Wie een Suzuki ziet, vergeet dat nooit. De filmschrijver Chuck Stephens formuleert deze ervaring het mooist: het stompen van Godzilla op Tokio is niets vergeleken met dat van Suzuki met Gate of Flesh.

Princess Raccoon is te zien op 29 en 31 januari en op 1 februari op het IFFR