Stop de koksmaatjes

De Melkert-baanmanie, het concurrentiedenken, de ondemocratische verhoudingen binnen de PvdA - ex-wethouder Paul Bordewijk gruwt ervan. En gaat er koppigtegenin. ‘De tijdgeest mag niet de norm worden. Zelfs niet als dat stemmen kost.’
Paul Bordewijk, Markt, markt en nog eens markt. Een progressief van de oude stempel over de PvdA in de jaren negentig. Uitgeverij Jan van Arkel, 224 blz., 335,-.
‘IK KON RUDING geen ongelijk geven toen hij laatst zei dat zijn beleid, waar de PvdA altijd zo tegen was, nu wordt voortgezet.’ Gelaten komt het eruit, als een samenvatting van het voorafgaande. Publicist en PvdA-lid Paul Bordewijk (53), van 1980 tot 1991 wethouder van financiën in Leiden voor de Partij van de Arbeid, vindt, om maar wat te noemen, dat de privatisering onder het huidige en vorige kabinet te ver is doorgeschoten, dat het financieringstekort inmiddels maar beter kan stijgen om zo de binnenlandse vraag te stimuleren, dat volledige werkgelegenheid onhaalbaar is en dat het nastreven daarvan zelfs niet wenselijk is omdat dit het milieu te veel schade zou berokkenen.

Talrijke vergelijkbare thema’s komen ter sprake in het vorige week verschenen Markt, markt en nog eens markt. Een progressief van de oude stempel over de PvdA in de jaren negentig. Bordewijk heeft hierin eerder verschenen werk, zoals zijn columns in Intermediair, aaneengesmeed tot één betoog tegen het ‘modieuze neo-kapitalisme’, waartoe de PvdA zich tot zijn verdriet heeft bekeerd.
De oud-wethouder maakt zich in zijn boek vrolijk over veel zaken. Zoals wanneer hij ondernemende gemeenten zichzelf het graf in laat prijzen door uit advertenties te citeren: 'Doetinchem, why not’, 'Ede, bustling centre of the Netherlands’ en, niet te vergeten: 'You too can make it in Almelo’. Ook de 'verkeerd begrepen ideeën over marktwerking’ van de Nederlandse Spoorwegen mogen niet ontbreken.
'Dat concurrentie over het spoor mogelijk zou zijn, is toch flauwekul’, licht hij toe. 'Zoiets als dat lijntje van Lovers, tussen Amsterdam en IJmuiden, zal altijd een randverschijnsel blijven. Maar de overheid moet intussen wel investeren in het stuk rails tot IJmuiden, dat is ze verplicht, terwijl er geen garantie is dat Lovers blijft.
Bij de Hoge Snelheids Lijn zie je ook iets eigenaardigs: als de overheid een nieuw station bouwt, is de HSL helemaal niet verplicht daar te stoppen. Verder beweert de HSL winst te kunnen maken, maar dat kan ze alleen doordat de overheid de aanleg van de spoorlijn betaalt. Dus dat is geen reëel beeld.’
DE PARTIJ WAAROP zijn ouders altijd al stemden - 'Ik was al van de PvdA voordat ik wist wat het inhield’ - moet het in Bordewijks boek echter het meest ontgelden.
Bijvoorbeeld als het gaat om het paradepaard van paars, de Melkert-baan. De verdringing op de arbeidsmarkt, die door de hoge werkloosheid toch al groot is, wordt er alleen maar door versterkt. 'Op een gegeven moment hebben we in Nederland de tramconducteurs afgeschaft’, schrijft Bordewijk. 'Die zitten nu achter de kassa bij Albert Heijn. De mensen die achter de kassa zaten, vullen nu de vakken in de supermarkt. En de mensen die de vakken vulden, zitten nu thuis en worden opgeroepen voor een Melkert-baan als conducteur. Niet te verwonderen dat het misgaat.’
'Mijn kritiek op de Melkert-baan is me erg kwalijk genomen’, zegt Bordewijk. 'Ruud Vreeman heeft me er vrijdag in Nieuwspoort nog op aangevallen. Hij vond het hele boek slecht, maar dit was een van de dingen waar hij het zwaarst aan tilde. Zo'n baan helpt de eigenwaarde van de betrokkenen vergroten, zei hij, en vele wethouders hadden hem verteld dat ze het zo'n prachtig instrument vonden om de werkloosheid aan te pakken.
Gezien zijn vakbondsachtergrond zou Vreeman kritischer moeten zijn: een Melkert-baner wordt heel gauw òf uitgebuit omdat hij werk doet dat normaliter veel hoger wordt beloond òf hij verricht werk dat speciaal voor hem of haar wordt gecreëerd, wat juist niet goed is voor de eigenwaarde. Hoe voelt een Melkert-straatveger zich als hij naast een normaal betaalde straatveger werkt? En wat is nog het verschil tussen beide vegers? Mag de “echte” straatveger een wagentje gebruiken en de Melkert-veger alleen een bezem? Het zou me niet verbazen als het daarop uitdraait.’
Bordewijks klacht dat onder het voorzitterschap van het duo Rottenberg-Vreeman de interne partijdemocratie om zeep is geholpen, viel ook slecht bij Vreeman. Rottenberg liet zich ooit ontvallen dat 'kommaneukers en vergadertijgers’ de dienst uitmaken in de plaatselijke partijafdelingen. Dat het aantal actieve leden terugloopt, repliceerde Bordewijk vorig jaar in het Leidse PvdA-orgaan De Partijgenoot, is niet verwonderlijk als 'ze op deze wijze vanuit het centrale partijkantoor worden geschoffeerd’. 'In de jaren dertig’, noteerde Bordewijk toen, 'werd de parlementaire democratie door veel mensen even zeer als gedateerd beschouwd als nu de interne partijdemocratie door onze voorzitter.’
Bordewijk heeft de laatste uitspraak opnieuw afgedrukt en is oprecht verbaasd dat Vreeman zich daarover opwindt. 'Vreeman vindt dat ik hem en Rottenberg uitmaak voor nazi’s. Maar het waren echt niet alleen de latere NSB'ers die voor de oorlog hun vraagtekens bij de parlementaire democratie zetten. Ook gerespecteerde politici als KVP-voorman Romme deden dat.’
Bordewijk blijft erbij dat congres van de PvdA onder Rottenberg verworden is tot een braaf, tandeloos orgaan waar de top geen rekening mee houdt. 'Neem de nota van Karin Adelmund over de sociale zekerheid. Daarin staan behartigenswaardige dingen, maar nergens verwijst ze naar het partijcongres en de uitgebreide discussie die daar over het onderwerp is gevoerd - alsof het partijcongres nooit heeft plaatsgehad. Of neem de resolutie waarin het congres verklaarde dat de aftrek van de hypotheekrente ter discussie gesteld mag worden. Rick van der Ploeg zei kort daarop in de Tweede Kamer dat daar geheel geen sprake van kon zijn. Zelfs de vergaderingen van het partijbestuur stellen weinig voor, zo heb ik begrepen.
Natuurlijk moet het congres niet dezelfde macht krijgen als in de jaren zeventig. De manier waarop het er destijds aan toeging, heeft me ook zeer geërgerd - al was het spannend en had je als congreslid tenminste het idee serieus te worden genomen en invloed uit te oefenen. Er moet een middenweg mogelijk zijn. Maar een politieke partij is een vereniging en haar leden mogen niet verworden tot een abstractie.’
HET LIJKT VOOR DE hand te liggen dat Bordewijk blij is met het vertrek van Rottenberg. 'Ik zou nooit gepleit hebben voor zijn vertrek’, zegt hij echter. 'Rottenberg is initiator geweest voor allerlei discussies buiten de bestaande partijorganisaties om. Maar wat hij allemaal heeft losgemaakt is vervolgens niet weer vastgezet: er is te weinig mee gebeurd. De inhoudelijke crisis van de partij heeft hij niet aangepakt. Deze zondag zei hij zelf in Buitenhof dat hij daar nu pas aan toe zou zijn.’
Maar wat ìs op dit moment nog het inhoudelijke probleem van de partij? 'De PvdA is slachtoffer geworden van de gewijzigde opvattingen van de spraakmakende gemeente en heeft te weinig oog voor wat de “gewone mensen” vinden. De partijtop heeft zich geconformeerd naar wat de economen in de NRC beweren, maar men kijkt niet naar de cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waaruit blijkt dat nu meer mensen vinden dat de verzorgingsstaat tekortschiet dan twintig jaar geleden.
Zoiets is overigens niet nieuw. Destijds heeft de partij het Den Uyl niet in dank afgenomen dat hij de atlanticus Van der Stoel het kabinet in heeft geloodst. Ook Duisenberg lag slecht bij het kader, terwijl beiden in het land juist erg populair waren.’
Bordewijk heeft nog altijd een zwak voor Den Uyl. 'Den Uyl is vaak bekritiseerd in de partij. Vergeten is alweer dat de wijze waarop hij het kabinet-Den Uyl tot stand bracht in de partij werd gezien als verraad. Ook is hem starheid verweten. Den Uyl verzette zich zowel tegen de linkervleugel in de partij als tegen de rechtervleugel, maar deed wel degelijk consessies.’
Bordewijk is, zo blijkt uit zijn boek, naast een bewonderaar van Den Uyl ook een overtuigd keynesiaan. Noemt hij zich daarom een 'progressief van de oude stempel’? Bordewijk: 'Die ondertitel is natuurlijk enigszins provocerend: iemand van de oude stempel kan moeilijk progressief zijn. Maar het is ook om aan te geven dat je als partij je opvattingen niet moet wijzigen alleen omdat de tijden veranderen. Het klinkt misschien moralistisch, maar ik vind dat de tijdgeest niet de norm mag worden. Zelfs niet als je dat stemmen kost.’
De vernieuwing van de Tweede-Kamerfractie, ook een initiatief van Felix Rottenberg, past daar eigenlijk wel bij. 'Als je dan je standpunten omgooit, is het beter de nieuwe ideeën te laten verdedigen door mensen die niet vijftien jaar geleden het tegenovergestelde hebben beweerd. Toch vond ik het ondankbaar tegenover de Kamerleden die tegen heug en meug het land waren ingetrokken om het WAO-besluit te verdedigen dat ze het veld moesten ruimen zodra de desastreuze gevolgen ervan duidelijk werden. Als Adelmund en Vreeman toen al in de Kamer zaten, hadden ze ook moeten vertrekken, net als Piet de Visser en Frans Mohr.’
Dè grote pleitbezorger van het WAO-besluit is overigens nooit opgestapt maar juist gepromoveerd, tot premier. Bordewijk: 'Kok heeft in 1991 de partij voor het blok gezet: het congres moest het WAO-besluit slikken of hij zou opstappen. Ik heb toen tegengestemd en het zou interessant zijn geweest om te zien of Ruud Vreeman of Karin Adelmund dat ook zouden hebben gedaan.’ Hij denkt overigens van wel. 'Adelmund is door haar vakbondstraditie toch minder springerig. Ik denk dat ze als opvolger van Rottenberg meer consistentie in de besluitvorming zal aanbrengen. Ook zal ze proberen het belang van een volwaardige sociale zekerheid hoog te houden. Of ze daarin slaagt, hangt van de fractie af.’
BORDEWIJK KOMT uit zijn boek niet bepaald naar voren als een grote fan van Kok. Dit voornamelijk vanwege de kadaverdiscipline die Kok eiste van Kamerleden en leden van het partijbestuur tijdens de WAO-discussie. Naar aanleiding daarvan schrijft hij: 'Zo werden deze koksmaatjes regeringsvertegenwoordigers in plaats van volksvertegenwoordigers.’
Hij twijfelt er ook aan of Kok wel zoveel belang hecht aan de sociale zekerheid. 'Tijdens het laatste partijcongres werd unaniem een resolutie aangenomen die tegen Nieuw Rechts leek in te gaan’, zegt hij en hij leest voor uit zijn boek: 'De liberale opvatting dat een egalitaire inkomensverdeling of een hoog niveau van sociale bescherming een gezonde economische ontwikkeling in de weg staat, wordt steeds meer door de feiten gelogenstraft.’ 'Maar op de ochtend van het congres’, vervolgt hij, 'zei Kok in een interview in Trouw zo'n beetje het tegenovergestelde, namelijk dat “de te zwaar opgetuigde verzorgingsstaat” zich “tegen een gezonde sociaal-economische ontwikkeling” keert. Niemand heeft die tegenstrijdigheid opgepikt, of hem ter verantwoording geroepen. Op mijn column in Intermediair hierover heb ik niet één reactie gekregen. Het toont weer de vrijblijvendheid van de besluitvorming in de partij. De partij stevent opnieuw op een electorale crisis af als wij op dit soort punten niet duidelijk zijn.
Ik vraag me inmiddels werkelijk af wat Kok zelf vindt. En hoe heeft hij zich opgesteld tijdens de kabinetsformatie? Waar heeft hij concessies gedaan, waar heeft hij zijn eigen overtuiging gevolgd? Misschien heeft hij de toen gemaakte afspraken meteen verinnerlijkt, misschien denkt hij: mijn standpunt moet dat van de partij worden.’
MET ZIJN BOEK sluit Bordewijk aan bij andere critici, zoals Paul Kalma. De directeur van de Wiardi Beckman Stichting hekelde vorig jaar de neoliberale koers van het kabinet in zijn rapport De wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit.
Wat voegt Bordewijks boek nu eigenlijk toe aan de kritiek van mensen als Kalma en Bart Tromp? 'Ik hoop dat het sommige mensen aanzet tot denken’, mompelt hij. 'Ik verwacht heus niet dat ik veel invloed zal hebben, zo'n bekende figuur ben ik nu ook weer niet.’
Toch lijkt Bordewijk zich vaak direct tot de partij te richten. 'De PvdA drijft in een richting waarbij de partij zichzelf niet meer onderscheidt van andere partijen’, waarschuwt hij. En: 'Wanneer de VVD heel tevreden is over Kok als minister-president, gaan VVD'ers daarom nog niet op de PvdA stemmen.’ Voelt Bordewijk zich eigenlijk nog wel thuis bij de PvdA? 'Dat heb ik me in de jaren zeventig ook afgevraagd, tijdens Nieuw Links. De ergernis die ik toen voelde, was even groot als die ik nu voel over Nieuw Rechts.
Alleen tussen 1980, mijn eerste jaar als wethouder, en het eind van de jaren tachtig voelde ik me goed thuis bij de partij. Mijn denkbeelden werden geaccepteerd, de bezuinigingen die ik voorstelde zijn uitgevoerd. Eind jaren tachtig vond ik echter dat we in Leiden genoeg hadden bezuigingd en wilde ik de gemeentebelastingen verhogen. Daar kreeg ik toen erg veel kritiek op. De omslag had zich toen reeds voltrokken. Maar uit de partij stappen zal ik niet doen. De sociaal-democratische traditie is daar te belangrijk voor.’