Stop het krimpbeleid, om te beginnen in Nederland

Tegen de achtergrond van peilingen die duiden op een vertrouwensbreuk tussen de kiezers en de coalitiepartijen VVD en PvdA beslist het kabinet-Rutte II deze zomer over maatregelen die de economie verder zullen doen krimpen en de werkloosheid omhoog jagen. Het kabinetsbeleid van stug volgehouden bezuinigingsrondes, de ene na de andere, is niet alleen uit economisch en sociaal oogpunt onwijs.

Medium commentaar 30 2013 krimpbeleid

Ook het politieke risico van extreme reacties neemt toe, getuige de schrikwekkende peilingen waarin de rechts-extremistische partij van Geert Wilders op een recorduitslag staat.

Hoewel de cijfers verschillen per peiling is de trend duidelijk. De regeringscoalitie staat op zwaar verlies, de PVV samen met 50PLUS en D66 op winst. Het dreigende perspectief is dat Wilders straks de grootste fractie in de Tweede Kamer aanvoert.

Zo langzamerhand is de communis opinio onder economen dat het kabinetsbeleid neerkomt op het afknijpen van de economie, met nog meer werkloosheid als gevolg. Het afgelopen half jaar nam het aantal werkzoekenden met honderdduizend toe, een ongekend snelle stij­ging. Toch bereiden pvda en vvd een nieuwe negatieve impuls voor, met extra lastenverzwaringen en bezuinigingen op de publieke voor­zieningen ten bedrage van zes miljard euro. Het economische effect zal een verder uitdiepende depressie zijn, als gevolg van een ­daling van het nationaal inkomen met 1 tot 1,5 procent. De sociale prijs wordt betaald door de tienduizenden mensen, mogelijk zelfs meer dan zestigduizend, die als gevolg van deze ingreep hun baan verliezen.

Politiek gezien is het terecht dat het kabinet de Europese begro­tingseisen als een zware verplichting beschouwt. De Europese samenwerking, van historisch belang voor de vrede en de welvaart van Europa, staat of valt met de bereidheid van de lidstaten zich aan onderlinge afspraken als deze te houden. Een eenzijdige, eigenmachtige doorbreking van dat Europese engagement is daarom onwenselijk. Aan de andere kant is het altijd oppassen geblazen als een politieke doctrine een dogma wordt, zoals met de drieprocents­norm het geval lijkt. Per definitie maakt een dogma het denken lui, waardoor het blind wordt voor mogelijke ongerijmdheden die erin sluipen. Jaar in, jaar uit krijgen de Europeanen van hun leiders te horen dat het spoedig beter zal gaan en telkens weer blijkt dat niet het geval.

Daarbij komt dat internationale solidariteit óók een bindend principe van de Europese samenwerking is, naast de onderlinge monetaire en financiële regels. Voor de landen die zich dat kunnen veroorloven, schept dat principe de verplichting om de Europese economie aan te jagen met een expansief stimuleringsbeleid. Naast Duitsland komt Nederland daarvoor in aanmerking, dankzij het grote handelsoverschot, de relatief beschei­den overheidsschuld en de lage rente op staatsleningen.

Het politieke gevaar is anders dat kiezers de schuld voor de toene­mende onzekerheid van hun bestaan gaan zoeken bij die anonieme Europese macht in Brussel. Overal in Europa ruiken extreem-rechtse groeperingen nu hun kans om kiezers te winnen voor een aanval op de Europese eenwording. De Europese leiders spelen dus met vuur als hun boodschap dat goede tijden aanstaande zijn telkens weer zozeer contrasteert met de dagelijkse realiteit van de Europeanen. In de Trêveszaal kan het kabinet zich deze weken daarom beter bezinnen op een strategie om de rigiditeit in de Europese begrotingsregels ter discussie te stellen.