Kan Labour ooit nog winnen in Corby?

‘Stop met die ver-van-mijn-bed-show’

Wat moet Labour doen om de achterban die bij de laatste verkiezingen Conservatief stemde terug te krijgen? In het van oorsprong rode bolwerk Corby hebben ze er een hard hoofd in.

Keir Starmer, kandidaat voor het leiderschap van Labour. Londen, 16 februari © Hollie Adams / Getty Images

Vorige zomer gaf Jeremy Corbyn een grote speech in Corby, een postindustrieel staalstadje in de Engelse Midlands met bijna dezelfde naam als hij. ‘Nieuwe verkiezingen, veroorzaakt door deze rampzalige Conservatieve Brexit, zullen een tweesprong zijn voor ons land. Het zal een kans zijn voor een koerswijziging die maar eens in een generatie voorkomt.’ De leider van de Labourpartij was het jaar daarvoor ook al naar Corby gekomen en zou vier maanden later alweer terugkeren. Al die aandacht voor een verder onopmerkelijk plaatsje had een strategisch doel. Labours pad naar een parlementaire meerderheid loopt dwars door Corby. Bovendien is Corby een zogeheten bellwether – wie Corby wint, wint de landelijke verkiezingen, al sinds 1983.

Inmiddels weten we hoe de verkiezingen hebben uitgepakt. De Conservatieven wonnen ruimschoots, Labour keerde terug in het parlement met het laagste zetelaantal sinds 1935. De Conservatieve kandidaat voor Corby, Tom Pursglove, won het kiesdistrict met een meerderheid van ruim tienduizend stemmen. Het is zo’n grote klap voor de partij dat veel linkse commentatoren vrezen dat ook de volgende verkiezingen verloren gaan worden.

Betekent dat het einde van het grote project dat Corbyn voor ogen had? In de strijd om plekken zoals Corby terug te winnen zal Labour haar strategie radicaal moeten wijzigen. Want het uitzicht is somber. ‘Woedende Beth Miller stormt uit bijeenkomst’, kopte de lokale krant op 1 februari 2020. Beth Miller, de voormalige kandidaat voor Labour in Corby, lichtte haar keuze toe op Twitter. ‘In tien jaar lidmaatschap ben ik nog nooit weggelopen.’ Maar deze keer was anders. In de vergadering bespraken de leden de dramatische verkiezingsuitslag. Een van de insprekers, die anderhalve maand eerder nog campagne had gevoerd voor Miller, wees op de beweging die onder Corbyn was opgebouwd. Hij zei dat het leiderschap van Corbyn al met al een succes was geweest. Dat was de laatste druppel voor Miller. ‘We zijn een kwart van onze zetels kwijtgeraakt. Tijd om wakker te worden.’ Ze stond op en liep weg.

Als ik op een winderige woensdagmiddag terugkeer in de Candle, de stamkroeg van de voormalige staalwerkers van Corby, hebben de meeste mannen geen zin om over de Labour-partij te praten. De muziek staat hard en pophits dreunen door de kroeg. Een van de vaste gasten wil desgevraagd wel uitweiden over zijn mening. ‘Ze beloven dit en dat, gratis wifi, gratis alles. Pie in the sky. Maar uiteindelijk moet iemand opdraaien voor de rekening.’ Anderen knikken of nemen nog een slok van hun bier. Hij voegt toe: ‘Denken ze dat we dom zijn?’ De beloftes van Labour, dat waren sigaren uit eigen doos.

‘Vroeger kenden ze ons, omdat ze deel van ons waren, maar nu niet meer’

Ook in de cafés, waar de jongeren van Corby hun tijd doorbrengen, zijn inwoners sceptisch over de campagnestrategie van Labour. Jade Williams, een kapster in opleiding, stemde zelf op Labour, maar zag weinig enthousiasme voor de partij. ‘Voor veel mensen is het haast als een muntje opgooien. Ze zijn toch allemaal even erg.’ Dat is verrassend, omdat de partij van Jeremy Corbyn bij uitstek probeerde om een echt, links alternatief te bieden. Het probleem van Labour, zegt Williams, is dat hun partijprogramma werd gezien als een stapel loze beloftes. ‘Ze beloven zoveel. Je moet laten zien dat je het kunt waarmaken.’ Dat is de paradox waar Labour mee worstelt: ze komen pas aan de macht als ze hun beloftes kunnen waarmaken, maar ze kunnen hun beloftes alleen waarmaken als ze aan de macht zijn.

Veel van dezelfde punten komen naar voren in het vernietigende rapport dat opiniepeiler Lord Ashcroft een maand na de verkiezingen publiceerde. Ashcroft had tienduizend willekeurige kiezers gepeild, evenals meer dan duizend leden van de Labour-partij. Daarbij had hij achttien focusgroepen gehouden met voormalig Labour-stemmers in kiesdistricten die Labour had verloren. Terwijl de uitslagen nog binnenkwamen zei de Labour-top al dat de verkiezingsnederlaag aan de unieke omstandigheden rond de Brexit had gelegen. Ashcroft veegde die redenering van tafel. Zijn rapport onthulde een dieper probleem. Kiezers hadden het gevoel dat Labour op ze neerkeek, volgens Ashcroft.

61 procent van de kiezers die in 2019 overstapten naar de Conservatieven geeft als reden dat de Labour-partij mensen zoals hen niet meer vertegenwoordigt. ‘Het was een backlash tegen het feit dat Labour het referendumresultaat negeerde’, zei een deelnemer aan de focusgroepen. ‘Ze zeiden: “De volwassenen nemen het nu over, ga maar weg en wij regelen het wel.”’ ‘Vroeger kenden ze ons, omdat ze deel van ons waren, maar nu niet meer’, zei een ander. Dezelfde onorthodoxe, oprechte stijl die Jeremy Corbyn geliefd maakte bij jongere stemmers, interpreteerden deze kiezers als minachting. ‘Hij wilde het volkslied niet zingen’, hoorde Ashcroft in de focusgroepen. En: ‘Hij neemt niet eens de moeite om zich fatsoenlijk aan te kleden. De helft van de tijd heeft hij niet eens een stropdas om.’

Komen deze stemmers ooit nog terug naar Labour? Zeven van de tien leden van de partij denken dat kiezers die Labour in 2019 verlieten ‘vanzelf’ terugkomen, ofwel omdat ze alleen op een andere partij stemden vanwege de Brexit, ofwel omdat Boris Johnson er zo’n potje van zal maken dat mensen inzien dat ze zich in hem hebben vergist. Dit komt niet overeen met wat de overstappers zelf zeggen. Zij geven aan dat Labour ingrijpend moet veranderen voordat ze de partij überhaupt weer zullen overwegen. Vooralsnog is Labour enigszins beschermd door het meerderheidsstelsel. Historici wijzen echter op de Liberals, die ooit de dominante politieke partij waren in de Britse politiek. Maar door honderd jaar geleden lijnrecht tegenover hun achterban te staan op een belangrijk thema – deelname aan de Eerste Wereldoorlog – verloren de Liberals dusdanig veel kiezers dat het meerderheidsstelsel tegen hen begon te werken. Tussen 1918 en 1924 verloor de partij haar hoofdrol in de Britse politiek en kreeg die nooit meer terug.

Alle ontslagen staalwerkers in Corby zouden door het pret-park een baan krijgen

Het afgelopen half jaar heb ik meer dan 25 lange interviews gehouden met bewoners over hun leven, hun woonplaats en de politiek, waaronder met veel mensen die in de staalfabriek hadden gewerkt. Heel het stadje draaide vroeger om de staalfabriek en de staalfabriek eiste dat werknemers bij de vakbond zaten. Veel van hen vertelden me dezelfde grap. Mensen in Corby, zeggen ze, zijn zo trouw aan de Labour-partij dat ze zouden stemmen op een ezel/aap/schoen als dat moest van de vakbond. ‘Labour en de vakbond runden deze stad’, zei een van de vaste gasten in de Candle.

De kracht van de vakbonden is rap verminderd sinds hun piek in de late jaren zeventig. De genationaliseerde industrieën, waaronder kolen en staal, waren Margaret Thatcher een doorn in het oog. De vakbonden hadden laten zien dat ze regeringen konden breken. Daarom begonnen Thatcher en haar bondgenoten zich al in de oppositiebanken voor te bereiden op een onvermijdelijke krachtmeting met de bonden. In 1977 verscheen een rapport van de Conservatieve MP Nicholas Ridley. Ridley was een fel voorstander van privatisering. Zijn eigen familie had veel geld verloren toen de kolen- en staalindustrieën werden genationaliseerd. In een vertrouwelijk plan (dat inmiddels openbaar is gemaakt) zette Ridley stap voor stap een aanvalsplan uiteen om de nationale industrieën te privatiseren. ‘We zouden een gevecht kunnen aangaan in een industrie waar we niet kwetsbaar zijn en waar we kunnen winnen. (…) Een overwinning in zo’n industrie zou helpen om andere aanvallen op terreinen waar we kwetsbaar zijn bij voorbaat af te schrikken.’ Ridley schatte in dat een industrieel dispuut bij uitstek te winnen zou zijn in de staalindustrie. Toen Corby in 1979 in staking ging tegen aangekondigde ontslagen, gaf Thatcher geen krimp. Ze vocht en ze won. Binnen twee jaar was de staalindustrie bijna geheel verdwenen uit Corby en verschrompelden de vakbonden.

Voor hen in de plaats rolden een reeks projectontwikkelaars en durfkapitalisten het stadje binnen. Vaak gingen ze failliet of pakten ze binnen enkele jaren alweer hun biezen. Het meest spectaculaire project was een pretpark. Iedereen in Corby kent het verhaal van Wonderworld, het pretpark dat alle ontslagen staalwerkers weer aan een baan moest helpen. In 1981, vlak na de sluiting van de fabriek, kondigde een projectontwikkelaar aan dat ze in Corby een Engelse versie van Disneyland gingen bouwen. Prominente politici en beroemdheden waren betrokken bij het project. De plannen spraken van vijftienduizend parkeerplaatsen, tweeduizend hotelkamers en een stadion met tienduizend zitplaatsen.

Veel inwoners zagen een nieuwe carrière voor zich weggelegd. De projectleiders hadden tenslotte beloofd dat Wonderworld 23.000 banen zou scheppen. Sommigen kochten van hun spaargeld huizen of restaurants om de toekomstige bezoekers van Wonderworld van dienst te kunnen zijn. Maar het wachten duurde lang. In 1984 verscheen er een bord met ‘Wonderworld’ op het enorme braakliggende terrein. In 1987 kwam daar nog een schuurtje bij. Later bleek dat het schuurtje geen enkel doel diende, behalve investeerders overtuigen dat het project nog levensvatbaar was. Het stadsbestuur, gerund door Labour, bleef het plan verdedigen, ook nadat de geplande openingsdatum meermaals was opgeschoven. Uiteindelijk had één inwoner er genoeg van. Hij of zij kalkte ‘Wonder When?’ over het Wonderworld-bord. Mensen in Corby vinden dit een erg goede grap. In 1998, zeventien jaar na de aankondiging, gaf de projectontwikkelaar toe dat het pretpark er niet ging komen. Sommige inwoners denken dat de betrokken politici altijd al wisten dat het plan er niet ging komen – een complot om de werkloze bevolking van Corby zoet te houden.

Kunnen een scherpere communicatiestrategie en een leider in pak het verschil maken?

Veel van de prominente stemmen aan de linkerzijde van de Labour-partij pleiten voor een idealistische, utopische politiek. ‘Het falende politiek-economische systeem wordt vaak in stand gehouden door een gebrek aan verbeeldingskracht voor fundamentele verandering – voor het feit dat er echte, haalbare mogelijkheden zijn om iets anders en beters te organiseren’, schrijven Christine Berry en Joe Guinan in People Get Ready. De taak van links is om een werkelijk andere wereld voorstelbaar te maken. Het probleem is dat ‘een werkelijk andere politiek’ voor mensen in Corby klinkt als een luchtkasteel. Grote beloftes en mooie plannen van politici, die hebben ze vaker gehoord – zie Wonderworld.

Vanuit het kantoor van Tom Beattie kun je het hele stadje zien. Grote ramen bieden zicht op de uitzendbureaus in de hoofdstraat, de ruim opgezette woonwijken en de bossen daaromheen. In de verte zie je de lichtblauwe loods van de Weetabix-fabriek, waar ontbijtgranen worden gemaakt. Beattie is door en door Corby. Op zijn zestiende kwam hij uit Ierland om in de staalfabriek te werken, zoals bijna iedereen in Corby, of anders hun vaders of grootvaders wel. Hij ging aan de slag in de hete, luide, stoffige staalfabriek. Na een aantal jaren op de werkvloer werd hij verkozen als vakbondsleider en uiteindelijk als gemeenteraadslid. Hij lacht. ‘Ik was zeker radicaal!’

Tegenwoordig is hij vooral pragmatisch. Hij is trots op wat de gemeenteraad heeft bereikt. Het oude treinstation is heropend, nieuwe werkgevers zijn neergestreken en er wordt volop gebouwd.

Als ik hem vraag naar de aanstaande leiderschapsverkiezing, begint hij druk te knikken. ‘Ik was nooit een fan van Corbyn.’ Beattie en de andere leiders van de lokale Labour-partij hebben zich geschaard achter Keir Starmer, Labours woordvoerder over de Brexit. Starmer, de huidige voorloper in de leiderschapsrace, belooft een einde te maken aan de oorlog tussen de verschillende flanken van de partij. Dat staat Beattie aan. Er is leiderschap nodig. ‘Labour moet weer de verbinding zoeken met haar traditionele achterban. De Brexit is klaar. Bovenal moeten we begrijpen dat mensen in de arbeidersklasse ambitieus zijn. Ze willen een huis, een auto.’ Starmer heeft een aura van bekwaamheid dankzij zijn succesvolle carrière als advocaat. Hij draagt een pak en een stropdas.

Lokale projecten zijn een manier om te bewijzen dat het wel degelijk anders kan

Zou iemand als Starmer de juiste noot aanslaan voor mensen in Corby? Hij klinkt elitair, vertegenwoordigt een district in Londen en wordt sterk geassocieerd met de remain-kant van de Brexit-discussie. In een stad als Corby, waar de haat jegens remain groot is en de haat jegens Londen soms nog groter, lijkt dat niet direct een winnende strategie. Beattie wuift mijn bezwaren weg. Het gaat erom dat Labour weer focust op de hoofdzaken. ‘Waarom zijn er zo veel Palestijnse vlaggen op de Labour-conferentie? Stop met die ver-van-mijn-bed-show en hamer op de essentiële onderwerpen: zorg, onderwijs.’

Starmers aanhangers zeggen graag dat hij eruitziet als Tony Blair, de filosofie heeft van Ed Miliband en beleid zal maken als Jeremy Corbyn. Dat is de gok: dat een scherpere communicatiestrategie en een leider in pak het verschil kunnen maken. De andere twee overgebleven kandidaten zijn Rebecca Long-Bailey en Lisa Nandy. Veel van de partijleden in Corby geven de voorkeur aan Long-Bailey, de kandidaat van de linkerflank van de partij, bij wie de nalatenschap van Corbyn veilig zou zijn. Haar critici zeggen echter dat ze meer van hetzelfde zou zijn. Als Corbyn niet kon winnen, waarom zij dan wel? Daarom geeft Beth Miller, de voormalige Labour-kandidaat voor Corby, de voorkeur aan Lisa Nandy. Nandy is veel meer dan de andere kandidaten bereid om het leiderschap van Corbyn te bekritiseren. Ze hamert er constant op dat Labour weer aantrekkelijk moet worden voor mensen buiten de grote steden als de partij wil overleven. ‘Het gaat er niet om of je radicaal bent’, zegt Nandy, ‘maar of je relevant bent.’

Hoe kun je stemmers motiveren als ze niet meer geloven in verandering? Hoe kan een partij zichzelf weer opbouwen als alle lokale organisaties waar ze op steunde zijn afgebrokkeld?

In stilte is een aantal van de denkers rond de Labour-partij teruggekeerd naar kleinere, lokale projecten van waaruit ze kunnen beginnen om de kracht van links te herbouwen. Joe Guinan is Senior Fellow bij Democracy Collaborative. Hij was ook betrokken bij Jeremy Corbyns Community Wealth Building Unit. ‘We begonnen op het niveau van een wijk. Toen het niveau van een stad. En toen hoopten we dat we in een keer konden overspringen naar het nationale niveau. We waren op zoek naar een shortcut. Maar die bestaat niet.’ Het fundamentele principe van Guinan is dat herverdelen niet genoeg is. De strategie van Tony Blair, om de financiële industrie grotendeels ongemoeid te laten en de baten te herverdelen, levert hooguit vluchtige politieke overwinningen op. De kunst is om niet tegen de motor van de economie in te werken, maar om de motor zo bij te stellen dat de economie de juiste kant op draait.

Democracy Collaborative heeft als missie om nieuwe modellen van eigenaarschap te stimuleren voor de hedendaagse economie. Haar eerste grote overwinning vond plaats in Cleveland, in de VS. Democracy Collaborative identificeerde een aantal ‘ankerinstituties’ die een belangrijke rol speelden in de stad en niet zomaar zouden vertrekken. Onderwijsinstellingen, zorginstel-lingen en de gemeente zelf zijn goede voorbeelden. Deze organisaties beloofden om meer goederen en diensten lokaal in te kopen, zodat welvaart behouden bleef voor de stad. Als er geen lokale leverancier bestond, dan zetten ze er een op. Evergreen Laundry Cooperative werd opgericht als een coöperatie in handen van haar medewerkers. De denkers achter Community Wealth Building hopen dat lokale inwoners op deze manier stukje bij beetje meer grip krijgen op de economische systemen om hen heen.

In Engeland werd de filosofie in de praktijk gebracht in het stadje Preston, nabij Manchester. De pilot wordt gezien als een groot succes. Op plekken zoals Corby, waar het politieke vertrouwen extreem laag is, zijn zulke lokale projecten een manier om te bewijzen dat het wel degelijk anders kan, zegt Guinan. ‘De enige manier waarop we mensen kunnen overtuigen dat er alternatieven zijn voor het huidige economische stelsel is door het gewoon te laten zien. Het mooie aan community wealth building is dat mensen het zelf doen. Ze hoeven geen vertrouwen te investeren in een redder die komt ingevlogen om hen te redden. Het is een praktische strategie. Mensen zien het nieuwe taxibedrijf, ze gaan aan de slag bij de nieuwe wasserij. Dat plaatst economische kennis weer in de handen van gewone mensen, in plaats van in de handen van experts die er baat bij hebben om het zo ingewikkeld mogelijk te maken.’ Het enorme ledental van Labour – met meer dan een half miljoen leden is Labour veruit de grootste ledenpartij in Europa – moet worden aangewend om praktische, democratische alternatieven te bouwen. ‘We hebben tientallen Prestons nodig’, zegt Guinan. ‘En als we blijven bouwen komt er uiteindelijk een doorbraak.’

De coalitie waar Labour altijd op kon vertrouwen in Corby valt langzaam uit elkaar. In de grotere steden kan Labour de verliezen opvangen dankzij steun van jonge mensen, huurders in de vrije sector en hoogopgeleiden. Maar in Corby zijn al die groepen ondervertegenwoordigd. De traditionele achterban van Labour voelt zich door de partij verlaten en zal niet zomaar terugkeren. Misschien kan een nieuwe leider, met een scherpere boodschap en een aura van bekwaamheid, genoeg inwoners overtuigen om de Labour-partij nog een kans te geven. Maar het wordt niet makkelijk. In 1977 zat de Conservatieve Partij in een vergelijkbare positie. Ze was verslagen, vermoeid en pessimistisch. Datzelfde jaar produceerde de Conservatieve Partij de plannen die de toekomst van Corby zouden bepalen en over een periode van tientallen jaren langzaam de steun voor Labour zouden uithollen. Nu Labour weer is teruggestuurd naar de oppositiebanken, wacht alleen de vraag: wie kan een Ridley-plan schrijven voor links?