Hoofdcommentaar: Rekruteringspaniek

Storm in een glas koffie

Afgelopen maandag waarschuwde de AIVD voor de zoveelste maal binnen een jaar dat Nederlandse moslimjongeren in moskeeën, jeugdkampen en koffiehuizen worden gerekruteerd voor de «gewelddadige islamitische strijd». Enige tientallen jongens van de tweede en derde generatie Marokkanen zouden al zijn «gehersenspoeld» door ervaren, charismatische ronselaars uit Noord-Afrika die kunnen bogen op een verleden als moedjahedien en trainingen in Afghanis tan of Pakistan.

Demissionair minister Remkes van Binnenlandse Zaken noemt de trend «uitermate onwenselijk en verontrustend» en spreekt van een «stagnerende integratie en een ontoereikende acceptatie van moslims, een voedingsbodem voor radicalisering». Nederland moet voorkomen dat er een kloof tussen moslims en niet-moslims ontstaat, aldus Remkes, maar hij legt de verantwoordelijkheid vooral bij de Nederlandse moslimgemeenschap. Ouders, imams en organisaties moeten optreden tegen de rekruteringspogingen en het integratiebeleid van de overheid ondersteunen.

Met andere woorden: ze moeten er zelf maar voor zorgen dat ze hun kinderen in toom houden en dat ze door Nederland worden geaccepteerd. Als dat niet lukt, zo luidt de stilzwijgende conclusie, dan is dat hun eigen schuld. Volgens diverse media is het al zo ver. Zij verbonden het AIVD-bericht met beschouwingen over de «totale mislukking» van het Nederlandse integratiebeleid. De subsidie aan minderhedenorganisaties is in enkele jaren tijd verdubbeld tot anderhalf miljard euro en het meeste van dat geld zou enkel worden gebruikt om migranten te bevestigen in hun geestelijk en maatschappelijk isolement.

Geen wonder, zou je zeggen, dat een deel van die geïsoleerde jongeren zich helemaal afkeert van de westerse samenleving, zijn toevlucht zoekt in geweld en aansluiting tracht te vinden bij radicale bewegingen elders. En naarmate de segregatie doorzet, zal de trend in de richting van het terrorisme ook sterker worden. Maar juist die conclusie deugt niet. Het Nederlandse integratiebeleid mag in veel opzichten hebben gefaald, het is niet debet aan de extremistische neigingen van een kleine groep moslimjongeren. Het zijn doorgaans goed opgeleide jongeren, die het Nederlands uitstekend beheersen, vaak beter dan het Arabisch, en slechts oppervlakkige kennis van de koran en andere islamitische geloofsbronnen bezitten.

Ze zijn net niet helemaal geïntegreerd, daar wringt nu juist de schoen. Wanneer ze in hun persoonlijk leven op problemen stuiten, richt hun rancune zich op de omringende samenleving terwijl ze troost zoeken bij sektarische opvattingen die hun isolement versterken. Die reactie heeft met ons hele subsidiebeleid niets van doen. De Nederlandse jihad speelt zich niet voor niets voor driekwart af op internet, de lonely hearts club van deze tijd. Deelnemers aan islamitische websites zijn meestal stomverbaasd als blijkt dat één van hen de daad bij het woord heeft gevoegd en is afgereisd naar Afghanistan, Pakistan, de Molukken of Saoedi-Arabië.

Vanwaar dan die ophef? De AIVD-campagne rond jihad-rekrutering lijkt een poging van de dienst om niet achter te blijven bij de inlichtingendiensten in enkele buurlanden die inderdaad hun handen vol hebben aan islamitische activisten. In sommige Franse buitenwijken is het salafisme, de puriteinse en militante stroming in de Soennitische islam, gemeengoed geworden. De Britse hoofdstad heeft vanwege zijn grote aantal radicale moslimimmigranten onder buitenlandse inlichtingendiensten de bijnaam «Londonistan» verworven. Daarbij vergeleken is de Nederlandse jihad een storm in een glas koffie. Als islamisten vandaag of morgen in ons land een bom laten ontploffen, dan bewijst die bom hoogstens dat de AIVD heeft gefaald, niet het integratiebeleid.

Internationaal gezien is het islamisme trouwens in zijn geheel op de terugtocht, zoals de gezaghebbende Franse islamoloog Gilles Kepel in diverse publicaties heeft laten zien. In Iran is het experiment van de ayatollahs mislukt, terwijl de islamistische bewegingen in Soedan, Libanon, Afghanistan, Pakistan, Egypte en Algerije steeds verder geïsoleerd raken. De jihad van Osama is een achterhoedegevecht tegen de moderniteit. Dat neemt niet weg dat enkelingen uit die kring grote schade kunnen aanrichten, maar het is onzinnig om zoveel nadruk te leggen op een handvol Nederlandse jongeren die het spoor bijster zijn.

Feiten die een verhoogde paraatheid zouden rechtvaardigen, kan de AIVD alvast niet aandragen. In het stuk wordt nog maar eens herhaald dat de twee Eindhovense studenten die vorig jaar december in Kasjmir werden gedood wel degelijk wilden deelnemen aan de «gewapende strijd», maar nieuwe aanwijzingen worden niet geleverd, laat staan een bewijs. De dienst begeeft zich daarmee op het terrein van justitie zonder de bijbehorende bewijslast te aanvaarden, een vorm van bemoeizucht waarvan we na de val van de Muur mochten hopen dat hij tot het verleden behoorde.

Het zou goed zijn als de dienst eindelijk openheid van zaken zou geven over zijn eigen aandeel in de affaire, met name over de vraag of Den Haag de Indiase veiligheidsdiensten op de hoogte heeft gesteld van hun komst. De grenstroepen die de jongens doodschoten, zijn namelijk gespecialiseerd in het uitschakelen van islamitische activisten en hebben als gevolg van de sluimerende grensoorlog met Pakistan weinig scrupules. Een grondig onderzoek naar de dood van deze twee Nederlandse staatsburgers is niet alleen moreel en juridisch vereist, het zou ook een eerste, vertrouwenwekkende maatregel zijn die kan helpen om de door Remkes betreurde «kloof tussen moslims en niet-moslims in ons land» te dichten.