Ik wil niet langer een gefrustreerde schrijver zijn

Stotterende kip

Ook ik zou me graag een keer bemoeien met politiek, een beetje schrijver laat zich nu eenmaal horen. Dat ik in een forum zit en krachtige uitspraken doe over de verloedering van iets. Dat ik net als Nelleke Noordervliet op m’n dooie gemak in de Volkskrant uitleg dat ik ‘gewoon op een van de gevestigde partijen’ ga stemmen (potverdorie, je moet wel durven!), of net als Marcel Möring de aanhang van Pim Fortuyn voor de allerlaatste keer waarschuw. Ik zou maar uitkijken als ik hen was, die Marcel dat is een kwaaie, die krijg je gemakkelijk op de kast en je weet het nooit met hem. Vaak genoeg zat ik de afgelopen jaren klaar achter de computer en kwamen er verrekt aardige zinnen tevoorschijn: ‘De Amerikaanse politiek gaat alleen uit van eigen belang, net als die van ons.’ Lang niet gek, vond ik, al meende ik het al eerder ergens te hebben gelezen. Of: ‘In Kosovo is de wereld op z’n kop gezet.’ Prima zin, misschien iets te algemeen, maar toch behoorlijk kritisch, al zeg ik het zelf. Als de BVD nu maar niet bij me binnenvalt. Of eergisteren nog: ‘Pim Fortuyn, daar kon je tenminste mee lachen’, dat is dan iets minder, maar toch stond het er maar, ik durf al behoorlijk, vind ik. Wie belt me op voor een forum?

Verteerd door jaloezie heb ik naar het schrijversforum gekeken bij de uitreiking van de Librisprijs: Joost Zwagerman, Elsbeth Etty en Kristien Hemmerechts. Jaloers en ontroerd luisterde ik naar hun pleidooien voor grotere betrokkenheid van Nederlandse schrijvers. Ja, dacht ik, ja en daarna nee, en nog eens nee, nee, ben ik wel betrokken genoeg, spreek ik mijn afschuw vaak genoeg uit? Nee, dacht ik, nee. En daarna weer ja! Waarom zat ík trouwens niet in dat forum? Het gaat er natuurlijk niet om wie dit soort dingen zegt, als het maar wordt gezegd, het liefst door mooie schrijvers met fijnbesnaarde gezichten en stemmen. En ik ben lelijk en praat op de toonhoogte van een stotterende kip. Alle begrip.

Maar toch. Waarom ik niet? Ook ik ben betrokken, geëngageerd, ik ondersteun iedere oprechtheid, ja, er moet een eind komen aan de honger, vind ik. Ook ik deed mee aan demonstraties, het moet er nu maar eens uit, ook ik vind dat schrijvers veel actiever zouden moeten zijn, ik ondersteun de armen in hun strijd, ik vind in alle eerlijkheid dat we meer voor vrede moeten zijn (minder voor oorlog). Er is geweldig veel onoprechtheid, vind ik, en dan die huichelarij overal, ik ben het er vrijwel nooit mee eens, net als Jan Mulder, die durft toch maar te zeggen dat er geen oorlog meer moet komen. Zo wil ik ook zijn. Eerlijk. Gedurfd. Oprecht. En Mooi. Ik wil niet langer een gefrustreerde schrijver zijn. Maar waarom schrijf ik dan nooit stukken à la Nelleke Noordervliet, Marcel Möring, Bas Heijne, Joost Zwagerman, Salman Rushdie, John Le Carré? Ja, omdat ik laf ben, en lui, en onverschillig, en een eikel. Sla mij maar weer over bij het volgende forum.

Maar er is nog iets en het is tijd dat ik het in het openbaar beken: ik ben een te slechte schrijver. Zodra ik over politiek begin te schrijven, vergeet ik alle uitgangspunten van het ware schrijverschap. Dan schrijf ik algemeenheden op, dan schrijf ik rustig andermans meningen over en ik begin al in de eerste zin tegen de klippen op te generaliseren. Een kletsmajoor, net als alle anderen. Wel eens een artikel over politiek en literatuur van Salman Rushdie gelezen? Ik wel. Of van John Le Carré (‘het wordt nooit meer zoals vroeger’)? Het plaatsvervangende schaamrood vliegt je naar de kaken: geklets in de ruimte, ijdelheid en onzin. En wat het is, weet ik niet, maar er is iets wat ook mij aanzet om bij het horen van de woorden oorlog, vrede en democratie ijdele clichéwoorden op te gaan schrijven. Holle schreeuwwoorden. Borstklopperij. Gratuite meningen. De artikelen van Marcel Möring, Nelleke Noordervliet en noem ze maar op helemaal uitgelezen? Ik wel. Gratuite kletspraat. Waarom vergeet ook ik, net als zij, alle uitgangspunten van mijn schrijverschap? Waarom begin ik direct, net als zij, te generaliseren, waarom schrijf ik, net als zij, de ene belachelijke clichézin na de andere? Wat is het dat mij ineens tot de grootste ijdeltuit aller tijden maakt? Waarom stop ik ermee onbevreesd te zijn, waarom begin ik als een idioot van die blubberniksweetjewel zinnen te schrijven? Waarom zing ik niet meer, waarom smijt ik niet meer met beelden, beelden, beelden? Ik ben een te slechte schrijver, dat is het, dit artikel levert het bewijs. Ik schaam me er diep voor. Gooi het zo snel mogelijk weg.