Noami Klein in Porto Alegre

Stoute kapitalist! Geen Martini

Net als Michael Hardt was ook Naomi Klein (bekend en beroemd van haar antiglobalisme-boek NoLogo) op het World Social Forum in Porto Alegre, Brazilië.

Op de eerste dag van het World Social Forum in Porto Alegre, Brazilië, zoemde het in de wandelgangen van de geruchten dat er mensen zouden overlopen vanuit het Noorden. Hooggeplaatste onderhandelaars zouden het World Economic Forum in New York ontvluchten en in plaats daarvan naar Porto Alegre komen: een Europese minister-president, directeuren van de Wereldbank, zelfs managers uit het bedrijfsleven.

Sommigen verschenen niet, anderen wel. Maar desondanks werden er debatten gevoerd over wat het allemaal betekende. Was het een bewijs van de nieuwe kracht van het Forum (per slot van rekening trok het zo’n zestigduizend deelnemers) of een teken van naderend onheil? Het World Social Forum werd vorig jaar opgericht als alternatief voor de jaarlijkse bijeenkomst van de duizend belangrijkste bedrijven, wereldleiders en opiniemakers die normaal gesproken bij elkaar komen in Davos, Zwitserland maar dit jaar vergaderden in New York City.

Maar met die hooggeplaatste nieuwkomers liep het WSF nu het risico dat het zou veranderen van een helder alternatief in een onduidelijke fusie: groepen fotografen achtervolgden politici; marktonderzoekers van PriceWaterhouseCoopers schuimden hotellobby’s af, op zoek naar mogelijkheden voor een «dialoog»; studenten gooiden een slagroomtaart naar een Franse minister.

Het was veelal hetzelfde zooitje in New York, met non-gouvernementele organisaties (NGO’s) die zich gedroegen als bedrijven, bedrijven die zichzelf opeens bestempelen als NGO’s, en vrijwel iedereen die beweerde dat ze daar eigenlijk naartoe waren gekomen als Trojaans paard. De toon — zoniet de tijd — is absoluut veranderd. Het World Econo mic Forum was altijd een plek waar de rijken buitengewoon schaamteloos konden zijn over hun rijkdom en waar de elite uitdagend deed over haar elitarisme. Maar in de loop van slechts drie jaar is Davos getransformeerd van een festival der schaamteloosheid tot een jaarlijkse parade van openbare schaamte, een strenge kapitalistische sm-salon. In plaats van zich te verkneukelen, proberen de ultrarijken nu elkaar de loef af te steken met zelfkastijdende toespraken over de grenzen van hun hebzucht, over hoe de armen in opstand zullen komen en hen verslinden als ze zich niet anders gaan gedragen.

Keer op keer binden afgezanten zichzelf vrijwillig vast om zich te laten afranselen door hun critici, van Amnesty International tot Bono.

Dit jaar, toen de conferentie van zijn alpendomein viel en landde tussen het puin en het gespuis van New York City, bereikte de pijniging hogere toppen dan Davos zelf. «De realiteit is dat macht en welvaart in deze wereld zeer, zeer ongelijk zijn verdeeld, en dat veel te veel mensen zijn veroordeeld tot een leven van extreme armoede en neergang», zei de strenge meester van Davos, secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan. «Onder velen heerst de overtuiging dat dat de schuld is van… de mensen op deze bijeenkomst.» Ai! Zoals het spandoek van een demonstrant buiten op straat het verwoordde: «Stoute kapitalist! Geen Martini.»

Zijn deze publieke afranselingen, van het WEF tot de Enron-verhoren, een teken van werkelijke vooruitgang? Wat — om een uitdrukking te lenen die meestal wordt gericht tot diegenen van ons die in Porto Alegre bij elkaar kwamen — zijn hun alternatieven? Hebben ze duidelijke ideeën over hoe de welvaart beter verdeeld kan worden? Hebben ze concrete actieplannen om de aidscrisis te beëindigen of het broeikaseffect tegen te gaan? Jammer genoeg niet. De belangrijkste economische strategieën achter de globalisering zijn het afgelopen jaar alleen maar in een hogere versnelling gezet (nieuwe belastingverlagingen, plannen voor nieuwe oliepijpleidingen, uitgebreidere privatiseringsprogramma’s, verminderde arbeidsbescherming…).

Geen wonder dat zoveel jonge mensen hebben geconcludeerd dat niet de afzonderlijke beleidsprogramma’s of politici het probleem zijn, maar het systeem van gecentraliseerde macht zelf. Daarom komt een groot deel van de aantrekkingskracht van het World Social Forum voort uit het feit dat de gastheer, de stad Porto Alegre, een mogelijke tegenkracht tegen deze trend is gaan betekenen. De stad maakt deel uit van een groeiende politieke beweging in Brazilië die systematisch de macht terug in handen geeft van mensen op het gemeentelijke niveau in plaats van haar op te potten op de nationale en internationale niveaus. De partij die de architect is geweest van deze decentralisatie in Brazilië is de Arbeiderspartij, de PT, nu aan de macht in tweehonderd gemeenten, en waarvan de leider landelijk de verkiezingspolls aanvoert.

Veel PT-steden hebben het «participatie-budget» ingesteld, een systeem waardoor directe burgerparticipatie mogelijk is in de toewijzing van schaarse financiële middelen van de stad. Via een netwerk van buurtraden en belangengroepen stemmen inwoners direct over welke wegen worden geasfalteerd, welke gezondheidscentra worden gebouwd. In Porto Alegre heeft deze decentralisatie van de macht resultaten opgeleverd die het tegengestelde zijn van mondiale economische trends. Zo heeft de stad niet bezuinigd op de openbare voorzieningen voor de armen, maar die juist substantieel uitgebreid. En in plaats van een toenemend cynisme en het wegblijven van kiezers is elk jaar een verder groeiende democratische participatie te zien.

Het participatie-budget is verre van volmaakt, en het was slechts één «levend alternatief» dat tijdens het WSF werd geopenbaard. Maar het is onderdeel van een patroon dat afwijst wat de Portugese politicoloog Boaventura dos Santos «lage-intensiteitsdemocratie» noemt, ten faveure van democratieën met grotere impact, van onafhankelijke media-activisten die nieuwe modellen van participerende media creëren tot landloze boeren die ongebruikte grond in heel Brazilië bezetten en beplanten. Nog steeds zijn er velen die niet onder de indruk zijn en blijven wachten op een nieuwe van boven opgelegde ideologie die de koers bepaalt. Een journalist op het Forum vertelde me dat al die aandacht voor lokale politiek «een maoïstische terugkeer naar het platteland» betekende. De New York Times verklaarde in een kop: «Forum in Brazilië Meer Lokaal Dan Mondiaal».

In wezen was vorige week, met gelijktijdige massabijeenkomsten in New York en Porto Alegre, een waarlijk globaal moment voor deze beweging. Voor mijzelf kwam het kristalliserende moment laat op een avond op de jeugdcamping in Porto Alegre. Ongeveer duizend jonge mensen hadden zich verzameld voor een luidspreker. Die zond live nieuws uit van de straatdemonstraties in New York voor het Waldorf Astoria Hotel. Het nieuws kwam van een Indy (Onafhankelijk) Media Centrum-journaliste die met haar mobiele telefoon in de menigte stond. Haar stem werd live op het internet gestreamd. Hij werd opgepikt door een piepklein radiostation dat was opgezet in het kamp, waar haar woorden werden vertaald in het Portugees en vervolgens uitgezonden. Op een goed moment ging de Amerikaanse server down en werd onmiddellijk vervangen door een back-up in Italië.

Vrijwel iedereen was het erover eens dat de ziel van het World Social Forum niet echt in de officiële gebeurtenissen zat. Het zat daarentegen in niet-geprogrammeerde momenten, zoals toen mijn Italiaanse vriend Luca Casarini probeerde om tijdens het eten de top te evalueren. «Het gaat — hoe zeg je dat in het Engels? — hierom», zei hij. En gebruik makend van het Esperanto van de Forum-activisten, dat bestaat uit mishandelde tweede talen en gebarentaal, trok hij aan de mouw van zijn T-shirt en liet me de naad zien.

Precies, de naden. Misschien draait verandering niet om wat er allemaal wordt gezegd en gedaan in het midden, maar juist om de naden, de tussenliggende ruimtes met hun verborgen kracht. Vorige week in Porto Alegre gingen veel van de gesprekken over het nabijgelegen Buenos Aires, waar volgens sommigen een opstand vanuit de naden al gaande is. Straatdemonstranten roepen niet om een wisseling van de politieke wacht, maar hanteren in plaats daarvan de radicale slogan: «Dump ze allemaal».

Zij hebben de conclusie getrokken dat het niet genoeg is om één politieke partij af te zetten en te vervangen door een andere. Zij willen daarentegen iets bereiken dat oneindig ingewikkelder is: een economische orthodoxie ten val brengen die zo sterk is dat ze zelfs haar sterkste voorvechters kan weerstaan die haar van binnenuit ranselen en trappen.

De vraag is: kan ze een aanval vanuit de naden verduren?

Vertaling: Rob van Erkelens