Herman Brusselmans, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa

Straaljager

Herman Brusselmans

De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa

Prometheus, 134 blz., e 9,95

Herman Brusselmans lijkt op z’n best in werken van iets langere adem. De mooiste sensatie die een lezer kan overhouden aan een Brusselmans is dat hij, wanneer hij zich honderden bladzijden lang door alle kolder heen heeft gelezen en zich een breuk heeft kunnen lachen, uiteindelijk toch met een unheimisch gevoel van leegte wordt opgezadeld. Waarom het ene boek dat wel weet te bereiken en het andere niet heeft te maken met een moeilijk te benoemen balans en bovenal met het al of niet gebruiken van de juiste toon.

Medium mannetje 20met 20hersens

Brusselmans’ nieuwste boek is een novelle, De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa. (Zijn 65ste! Met recht wordt Brusselmans op de achterflap betiteld als «de Straaljager der Vlaamse Letterkunde».) De novelle vormt een opmaat voor de aanstaande boekenweek (thema: muziek). De held van het verhaal, de schrijver Herman Brusselmans, blikt terug op zijn muzikale carrière. Al op jonge leeftijd voelt hij zich geroepen tot de muziek en besluit zichzelf gitaar te leren spelen, om later voor de drums te kiezen. Hij schrijft zijn eigen songs, formeert een band (The Hidden Creators of the Sleepy Daydreams), duikt de studio in en wacht op succes. Dat succes blijft uit en de band valt uit elkaar. De held besluit zijn geluk in de schrijverij te beproeven.

Zo naverteld is het maar een dun verhaaltje, maar daar gaat het ook niet om: wie houdt van ingewikkelde verhaallijnen die op ingenieuze wijze samenvallen in een doordachte plot, of wie een boek leest om met Grote Gedachten geconfronteerd te worden, is bij Brusselmans aan het verkeerde adres: «Er zijn heel slechte boeken geschreven over de Tweede Wereldoorlog en fantastische boeken over zoiets als een fles melk. Ik behoor tot de categorie schrijvers die het laatste kan.»

Alles draait om de stijl. En in De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa valt er wat dat betreft weer genoeg te smullen. Het stikt bijvoorbeeld van de running gags, die het ritme bepalen. Puntige dialogen, slap geleuter en ellenlange uitweidingen wisselen elkaar af. Opvallend zijn ook de vele reviaanse stijlbloempjes: «Er werd opengedaan door Joeri Falderie, de man van Mieke, die er als 85 uitzag. ‹Goeiemiddag Joeri,› zei ik, ‹hoe oud ben jij?› ‹Vijfentachtig,› zei hij. De lezer merkt dat ik weinig lieg. En zo hoort het. Een schrijver moet de waarheid schrijven tot hij alternatieven vindt.» Voorts rollen de opeenvolgende passages holderdebolder over elkaar heen, resulterend in 134 bladzijden vermaak. Maar eigenlijk niet veel meer dan dat.

In De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa is de toon bij vlagen weer briljant, maar uiteindelijk maakt de novelle een onevenwichtige, te gehaaste indruk, om weer te kunnen verpletteren met die vreemde combinatie van kolder en leegte. Het is ongeveer zoals wanneer een straaljager overvliegt: soms doet het afgrijselijke geluid de wereld trillen, soms suist hij zomaar ergens in de verte voorbij. Maar hoe dan ook, je kijkt er toch even van op.