Christopher Wallace (Biggie, links) met 50 Grand in de documentaire Biggie: I Got a Story to Tell © George DuBose

Wat maakt de ene rapper beter dan de andere? Het is een bijna onmogelijke vraag om te beantwoorden, deels omdat in hiphop zoveel neerkomt op stijl. Ja, rappen draait natuurlijk om de juiste stem, om een soepele tongval, om scherpe wordplay en een goed oor voor refreintjes en beats, maar de beste rappers hebben vooral de juiste houding in hun muziek. Ze zijn geloofwaardig, ze zijn eigen, ze nemen je mee in hun teksten, ook als die compleet fictioneel zijn.

Er zijn bijzonder weinig artiesten die de kunst van het rappen zo goed beheersen als The Notorious B.I.G. ooit deed. Nog altijd is het raadselachtig dat hij slechts 24 jaar was toen hij werd doodgeschoten (in 1997), terwijl hij al meerdere albums had voltooid en een overrompelende eigen stijl had ontwikkeld. Zijn stem was zwaar en tegelijk soepel, onontkoombaar en losjes, er zat een jazzy cadans in zijn flows. Als Biggie rapte, zag je zijn wereld meteen voor je: de straathoeken in Brooklyn waar hij als tiener drugs begon te dealen, de zwoegende alleenstaande moeder die hem opvoedde, de ongelezen schoolboeken die hij inruilde voor een microfoon om voor zijn eigen piepjonge kinderen te zorgen.

De Netflix-documentaire Biggie: I Got a Story to Tell vertelt het verhaal van de geboorte van de artiest The Notorious B.I.G. Het is een vrij klassieke, onderhoudend gemaakte origin story, waarin met name zijn vroegste muzikale stappen (begin jaren negentig) en de muzikale voorgeschiedenis van zijn werk worden belicht. Veel nieuws wordt er niet verteld, maar de juiste talking heads komen voorbij, afgewisseld met archiefbeelden uit tourbussen en kleedkamers, en af en toe een boeiend nieuw feitje tussendoor. Uit de categorie stoer en toch aandoenlijk: Biggie dealde vooral op een straathoek bij een kerkklok, zodat hij precies kon zien wanneer het vijf uur werd en zijn moeder dus stopte met werken, waarna hij vlug naar huis ging.

Wat verder opvalt aan Biggie is hoe sterk de flarden muziek nog altijd klinken. Sinds B.I.G.’s overlijden is hiphop uitgegroeid tot een wereldwijde miljoenenindustrie en toch zijn er nog altijd amper artiesten die rappend zijn niveau halen. Zo strak en soepel, zo beeldend en nietsontziend.

Het valt te prijzen dat er in de documentaire niet zwijmelend wordt gefantaseerd over wat The Notorious B.I.G. met die kwaliteiten allemaal nog voor moois of vernieuwends had kunnen maken. Evenmin worden de sensationalistische, nogal platgetreden paden ingeslagen omtrent Biggies rivaliteit met Tupac of hun beider onopgeloste moorden. Een fijne keuze, en het hoort ook bij die professionalisering van hiphop dat de niet-knetterende, maar artistiek intrigerende verhalen centraal komen te staan. Al ontbreekt het door deze aanpak wel aan een duidelijke climax of crux. Biggie is uiteindelijk vooral interessant voor degenen die de rapper al kennen. Of voor degenen die zich voluit willen onderdompelen in de wereld van de talentvolle buitenstaander.

Biggie: I Got a Story to Tell is nu te zien op Netflix