Kijken

Straatrumoer

We blijven zien wat we ooit gezien hebben. En daarom kunnen we Giotto – strakke architectuur, compacte samenvatting – waarnemen in een werk van Damien Hirst.

Damien Hirst, Waste, 1994 © Damien Hirst and Science Ltd / Stedelijk Museum Amsterdam

Laat ik nog eens naar het fresco kijken, in Padua, met de Verdrijving van handelaren uit de tempel. In die reeks vertellingen volgde de samenvatting van dat incident onmiddellijk op Jezus’ stemmige intocht in Jeruzalem. Dat was een stille tocht, voornaam, heel bedachtzaam. In het geheel van de gebeurtenissen werd de intocht achteraf beschouwd als het begin van de Passie. Maar toen Jezus op zijn ezel bij de stad aankwam, was dat ook iets feestelijks. Zo vol van blijdschap en eerbied gedroegen zich ook de mensen die uit de smalle stadspoort naar buiten dromden om hem te begroeten. Toch was de processie zelf nauwelijks vrolijk. Het voorzichtige, langzame stappen van de ezel was heel behoedzaam. Ook Jezus leek diep in gedachten te zijn verzonken. De stemming was onbestemd, alsof hij ergens anders was. Er hing vreemd onheil in de lucht. Het had iets ongenaakbaars. Is het eigenlijk ook niet een triomfantelijke intocht, een mooie progressie daartussen tussen bomen?

Mij houdt bezig hoe anders dit fresco eruitziet dan de scène die er abrupt op volgt – de verdrijving dus van veehandelaren en geldwisselaars uit de tempel. Dat was een verhaal van onrust, een rumoerig incident op straat. Het fresco introduceerde een duidelijk andere, een dwarsere toon van vertellen. Er kwam agressie in het gedrag van personages, de stemming werd grimmiger. Dat begon met die Verdrijving. Het was ook een gebeurtenis waar serieus wat gaande was. Ik stel me voor dat Giotto, toen hij aan het werk was aan de Intocht, tegelijk ook al tekende en bezig was met de Verdrijving. Beide werken gingen gelijk op. Dat moest wel: er was tussen die schilderijen een drastische omslag nodig in toon en verloop van vertelling. De Intocht, in een landschap voor de stad, was vooral een pastorale schildering, ook zachtaardig in licht en kleur. Het was een vriendelijke voorjaarsmiddag. De Verdrijving moest zeker een hardere schildering worden. Giotto begreep dat de Verdrijving een abrupt vervolg moest worden op de Intocht, en dus een scène die zich in de stad zou afspelen. De stenen omgeving daar was smal en nauw. De plaats van handeling was compact: het licht vooral door grijze steen bepaald. In die ruimte begon Giotto een schitterend verloop van het abrupte incident in elkaar te zetten.

Giotto, Christus verdrijft de handelaren uit de tempel, ca. 1305. Fresco © Scrovegni (Arena) kapel, Padua, Italië
Door nieuwe kunst kunnen wij beter kijken naar oude verbeelding

Het verloop van de verwarring wordt, terwijl die gaande is, steeds onrustiger. Ik zie drie momenten van compacte mise-en-scène. Het begint links: daar staat Petrus met anderen van het gezelschap. Ze kwamen net de stad in. Hij staat breed bij de hoek van het stevige tempelgebouw. In de plooi van zijn mantel schuilt een jongen met een duif die hij wou offeren. Anderen kwamen om de hoek achter hem aan. Eén buigt naar beneden om een jongetje te omarmen dat tot huilens toe geschrokken is van wat het net gezien heeft. Het was net verderop gebeurd. Midden voor de hoekig hoge tempel is Jezus in een handgemeen geraakt met een stel handelaren in offerdieren. De heiligman is ongewoon groot van gestalte, zijn brede bewegingen lijken nog breder. Handelaren deinzen terug.

Voor en terzijde en achter Jezus liggen houten tafels en ander meubilair ondersteboven. Er staan hokken waaruit, her en der, schapen, bokken, kalveren aan het ontsnappen zijn. Er is van alles gaande in dit opgewonden stuk straatrumoer op de markt. Natuurlijk heeft Giotto op zulke markten rondgekeken om te zien hoe het volle leven daar toeging. Hij heeft ook zeker vechtpartijen waargenomen in de steden waarin hij verkeerde. Alles wat hij zo zag sloeg hij in zijn herinnering op. Zo dan kwamen die omvangrijke fresco’s tot stand: enkele figuren die de vertelling in beeld zetten en daaromheen een omgeving van waarnemingen in heel compacte samenvatting.

Giotto, Intocht in Jeruzalem, ca. 1305. Fresco © Scrovegni (Arena) kapel, Padua, Italië

Zoals vaak bij Giotto werd het fresco verbeeld in een ruim decor van strakke architectuur. Het is altijd de architectuur die een schildering stabieler maakt – en zo alle figuratie in het beeld nog eens extra strak trekt en, in zijn container van ruimte, alle vormen en kleuren een stevige plaats geeft. Door nieuwe kunst kunnen wij beter kijken naar oude verbeelding. Het schitterende werk Waste van Damien Hirst is een sprakeloze container waarin figuurlijke materialen compact zijn samengepakt. De compactheid ervan, samengepakt tussen hoekige ribben, is de essentiële vormgeving van zulk een constructie. Net als de Verdrijving uit de tempel zie ik ook Waste als een onverbiddelijk meesterwerk van dat soort bondigheid.

Verder dus blijven kijken: steeds zag ik Giotto weer in Damien Hirsts vitrine van hard glas. Die zit vol materiaal dat dicht op elkaar zit. Ik weet niet wat dat betekent aan verhaal. Tegelijkertijd zie ik een enorme energie in dit werk, ook een energie van verbeelding die ik niet kan vergeten. We blijven nu eenmaal zien wat we ooit eerder gezien hebben.