Terrorisme: Belgische jihadisten

Strafblad? Welkom bij IS!

Islamitische Staat heeft de jihad teruggebracht tot een spannend avontuur voor jongemannen met veel adrenaline. Lekker schieten, bommen gooien en buit veroveren. Ideaal voor criminelen met genoeg immoraliteit, nihilisme en cynisme. door Hassan Bahara

Medium 68 177105

Zes jaar geleden was de Brusselaar Ibrahim El Bakraoui een crimineel van het kaliber dat er niet voor terugdeinst om politieagenten onder vuur te nemen – hij beschoot ze met een kalasjnikov waarbij ze zwaar gewond raakten. Het gebeurde na een mislukte overval op een wisselkantoor. De schietpartij werd destijds breed uitgemeten in de pers. El Bakraoui kreeg er negen jaar gevangenisstraf voor, waarvan hij maar de helft uitzat. Vorige week op 22 maart werd El Bakraoui weer het middelpunt van de aandacht.

De geharde gangster neemt vroeg die dag samen met twee handlangers een taxi naar de luchthaven Zaventem. In hun koffers zitten zware explosieven. Het is bijna acht uur als El Bakraoui en een van de andere twee handlangers, Najim Laachraoui, de bommen tot ontploffing brengen. Ze komen allebei om en sleuren achttien mensen mee de dood in. De bom van de derde, vooralsnog onbekende, handlanger weigert af te gaan. Hij laat de explosieven achter en slaat op de vlucht.

Een uur later klinkt er weer een explosie in Brussel. Ditmaal is het Ibrahims jongere broer, Khalid El Bakraoui, die een zelfmoordaanslag pleegt. Khalid, die ook een flink strafblad opbouwde, blaast zichzelf op in een metro en doodt daarbij dertien passagiers.

Het is de tweede keer binnen een half jaar dat Europa wordt getroffen door jihadistische terreur, weer uitgevoerd door jongemannen die opgroeiden in het Westen. Een groot deel van de daders past in het profiel van de religieuze zeloot die gedreven wordt door een giftige mengeling van politieke en godsdienstige motieven. Maar het geval van de gebroeders El Bakraoui laat zien dat politiek noch religie voorwaarde voor terreur hoeft te zijn.

Vlak na de aanslagen werd in een prullenbak de laptop van Ibrahim gevonden. Daarop trof de Belgische politie een testament aan. Veel jihadistische zelfmoordenaars laten testamenten achter waarin ze zich uitputten in politieke en religieuze rechtvaardiging voor hun daden. Maar in de fragmenten die de politie vrijgaf van Ibrahims tekst lijken zulke argumenten afwezig. Ibrahim schreef dat hij zich ‘opgejaagd’ voelde door de politie en tot zijn daad overging omdat hij ‘niet meer weet wat te doen’ en bang was om weer in een gevangeniscel te eindigen. Geen gescheld op westerse interventies in het Midden-Oosten, geen religieuze verheerlijking van de martelaarsdood.

Ook van zijn broer Khalid is weinig religieuze geestdrift bekend. Hetzelfde geldt voor de Brusselaar Salah Abdeslam die op 18 maart, na een zoektocht van enkele maanden, door de politie in de kraag werd gevat. Abdeslam speelde een belangrijke rol bij de aanslagen van afgelopen november in Parijs. Daarnaast wordt hij ervan verdacht deel uit te maken van de groep die op 22 maart in Brussel toesloeg. Uit de profielen die van Abdeslam verschenen, rijst het beeld op van een weinig religieuze jongen. Het is een kleine crimineel die nog in februari 2015 door de Nederlandse politie werd beboet voor het bezit van softdrugs. Samen met zijn broer Brahim, die ook betrokken was bij de aanslagen in Parijs, runde hij een louche café (Les Béguines) waar drugs werden verhandeld en geregeld een knokpartij uitbrak. Pas zes weken voordat ze toesloegen in Parijs deden Salah en Brahim Abdeslam het café van de hand. Het lijkt het traject van veel jihadisten die een ‘zondig’ verleden proberen uit te wissen door voor religieuze radicaliteit te kiezen. Maar in Molenbeek, de wijk waar de gebroeders Abdeslam opgroeiden, kan niemand zich hen herinneren als jongens die een heftige religieuze transformatie doormaakten. Vooral Salah blijft bekend als een kruimeldief, iemand met een voorliefde voor jointjes en een biertje van tijd tot tijd.

De gebroeders Abdeslam en de gebroeders El Bakraoui maken deel uit van een groot Brussels jihadistisch netwerk met vertakkingen naar Frankrijk en Spanje. Spil hierin is Abdelhamid Abaaoud (1987-2015), een Brusselse Syrië-ganger die hoog opklom binnen de rangen van Islamitische Staat en organisatorisch een cruciale rol speelde bij de aanslagen in Parijs. Het netwerk dat rond Abaaoud groeide, vertelt veel over de verwevenheid tussen het criminele en het jihadistische milieu. Abaaoud was zelf het schoolvoorbeeld van de jihadist schuine streep crimineel. In 2010 zat hij samen met zijn jeugdvriend Salah Abdeslam nog een tijdje vast voor een inbraak. Een paar jaar later koos hij voor het jihadisme, maar dat betekende allesbehalve een breuk met de criminaliteit. Vanaf 2013 pendelde hij enkele keren heen en weer tussen België en Syrië. Tijdens een terugkeer in België zou hij met diefstal een tweede reis naar Syrië hebben gefinancierd. Ook andere jihadistische contacten van Abaaoud in Brussel kwamen op die manier aan geld. Ze hadden het gemunt op toeristen, roofden op treinstations en stalen uit winkels. Hun daden legitimeerden ze met het argument dat de gestolen waar halal was, want afkomstig van ongelovigen.

Een tweet naar het juiste IS-contact en je bent praktisch al onderdeel van de wereldwijde jihad

Wat betekent het dat een netwerk dat verantwoordelijk is voor dodelijke aanslagen zo veel jongens uit het criminele circuit telt? Allereerst wijst het op het succes van de sinds 2013 door IS gevoerde strategie om de jihad te populariseren en te democratiseren. Tot dan toe werd de jihad bepaald door stoffige jihad-ideologen die mensen verveelden met veel te lange verhandelingen. Goed voorbeeld is Ayman Al Zawahiri, de bebrilde topman van al-Qaeda. Heel lang domineerde hij het jihadistisch discours met zouteloze preken in een taai Arabisch dat onnavolgbaar is voor de westerse islamitische jeugd. IS heeft al die geleerdheid overboord gegooid en de jihad teruggebracht tot een spannend avontuur voor jongemannen met veel adrenaline. Lekker schieten, bommen gooien, en in humvees crossen – dat is de jihad. De religieuze component ervan is van ondergeschikt belang.

Daarnaast hanteert IS veel minder strenge toelatingseisen dan al-Qaeda. Wil je als westerse moslimjongen een voetsoldaat worden van Ayman Al Zawahiri, dan dien je niet alleen over voldoende religieuze kennis te beschikken, je moet ook nog eens de juiste contacten hebben. Die kun je bijvoorbeeld opdoen via webfora die beheerd worden door al-Qaeda. Probleem alleen is dat die fora afgeschermd worden alsof het bankkluizen zijn. Toegang krijg je alleen als je wordt voorgedragen door leden die kunnen instaan voor je betrouwbaarheid en ideologische rijpheid. Het is een begrijpelijke strategie; je houdt er spionnen en sensatiezoekers mee buiten de deur. Nadeel is echter dat de toevoer van rekruten een traag proces wordt dat alleen de allergeduldigsten willen doorstaan. Waarom zou je al die moeite nemen als IS je met open armen verwelkomt? Een tweet naar het juiste IS-contact en je bent praktisch al onderdeel van de wereldwijde jihad.

De jihad openstellen voor iedereen verklaart echter nog niet helemaal waarom IS zo’n bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op criminelen. Daarvoor moet ook gekeken worden naar een bepaald aspect van de jihad dat IS nadrukkelijk uitlicht, namelijk ‘ghanima’, Arabisch voor oorlogsbuit. Het concept ghanima is ook bekend bij andere jihadistische groeperingen zoals de Taliban en al-Qaeda. Zij vatten ghanima echter vooral op als wapens die buitgemaakt worden op vijanden. IS neemt ghanima veel ruimer en rekent daaronder ook vrouwen en kinderen van vijandelijke groepen die tot seks- en kindslaven gemaakt mogen worden. De bezittingen van vijanden vallen bovendien onder ghanima en archeologische schatten mogen geplunderd en verkocht worden als ghanima. In het derde nummer van het eigen orgaanblad Dabiq probeerde IS ghanima goed te praten met religieuze argumenten en door het voor te stellen als een manier om een suf kantoorbaantje te ontlopen. ‘Deze eervolle voorziening helpt ons te ontsnappen aan slavernij en hierdoor kunnen we ons wijden aan het eren van God, de jihad en de studie van het geloof. Terwijl werken voor een ongelovige werkgever slechts leidt tot vernedering en mogelijk tot het verzaken van het geloof.’

Deze voorstelling van criminaliteit als een religieuze daad trok uiteraard de aandacht van hen die al tot aan hun wenkbrauwen in de criminaliteit zaten. Iemand als de Fransman Reda Kriket bijvoorbeeld. Deze Kriket werd vorige week donderdag opgepakt in Parijs en stond volgens de politie op het punt een aanslag te plegen. Kriket – die ook tot Abaaouds Brussels netwerk behoort – is een voormalige bendeleider en Syrië-ganger die zijn criminele kennis in dienst stelde van IS. Vorig jaar juli werd hij in België bij verstek tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie. In het vonnis werd hij omschreven als iemand met een hoge positie binnen deze organisatie. Hij was de man van de financiën die het geld binnenbracht middels ‘ghanima’ dat verkregen werd door westerse ongelovigen te beroven.

In 2013/2014 maakten westerse Syrië-gangers de thuisblijvers lekker met de term ‘five star jihad’ om duidelijk te maken dat ze daar in het verre Syrië in weelde baadden. Foto’s van buitgemaakte villa’s en luxeproducten moesten als bewijs dienen. De realiteit was uiteraard grimmiger en armoediger. Maar dat weerhield IS er niet van om in dat spoor verder te gaan en iedereen via sociale media crimineel buitgemaakte ghanima te beloven. Die strategie leverde IS veel nieuwe rekruten op. Maar niet zomaar rekruten; het bracht jongens binnen als Abdelhamid Abaaoud. Iemand die half jihadist, half crimineel is, die relatief makkelijk heen en weer kan reizen tussen Syrië/Irak en Europa en die zijn criminele milieu kan aanwenden om aan mankracht, wapens en explosieven te komen. Die veelzijdigheid maakte gangster-jihadisten als Abaaoud tot de uitgelezen personen om aanslagen in het Westen te plegen. Ze werden met ghanima en de belofte van avontuur binnen gehengeld en vervolgens met een terreuropdracht weer teruggestuurd.

Het enige lichtpuntje – als je het zo kunt noemen – in al deze ellende is dat het Brussels netwerk iets duidelijker maakt van welke jihadisten we het meest te duchten hebben. Het zijn types als Abdelhamid Abaaoud, Mehdi Nemmouche (aanslag in het Joods Museum in Brussel), Ayoub Al Khazzani (aanslag in een Thalys), de gebroeders Abdeslam, de gebroeders El Bakraoui. Allemaal jongens die zichzelf een jihadistische identiteit hebben aangemeten zonder ooit te breken met hun criminele activiteiten. Sommigen waren niet eens in Syrië geweest en konden niet betrapt worden op ferme religieuze overtuigingen. Vooral deze laatste groep baart het meest zorgen. Van hen lopen er talloze rond in grote en kleine steden: jongens die al vroeg ontsporen en hun leven in de criminaliteit doorbrengen. Dat ze zich vervolgens aansluiten bij IS of bij een Brussels netwerk gebeurt niet eens vanwege een plots religieus ontwaken. Ze sluiten zich hierbij aan omdat ze het beschouwen als de ‘biggest street gang around’, zoals het Brussels netwerk vorige week in The Guardian werd omschreven.

Dit betekent een uitdijende poel van aanslagplegers, want voor terreur zijn immoraliteit, nihilisme en cynisme nodig die je in ruime mate aantreft bij criminelen. IS weet dat en daarom zet ze de deuren wagenwijd open voor iedereen met een strafblad.


Beeld: Angel Boligan / Cagle