De export van internationaal recht

Strafhof Incorporated

Het internationaal recht is een groeibusiness, met franchises over de hele wereld. Toch neemt ook de scepsis toe: de tribunalen kosten miljarden, terwijl er nauwelijks veroordelingen zijn. ‘Het is tijd om gas terug te nemen.’

HET IS AL EVEN geleden dat Den Haag voor het eerst de ‘hoofdstad van het internationaal recht’ werd genoemd, maar de stad liep daar jarenlang niet erg mee te koop. Internationaal recht was vooral heel erg saai: landen die best een paar jaar wilden laten uitpluizen van wie enkele meeuwenrotsen waren of waar hun vissers mochten vissen. Niet iets waar toeristen nou echt opgewonden van raken. Maar de afgelopen jaren is dat spectaculair veranderd. Internationaal recht is opeens ook Europa’s meest beruchte oorlogsleider, de Servische president Milosevic, die met een nachtelijke helikopter wordt afgeleverd in Scheveningen, die van zijn proces een jarenlange farce maakt en die zijn dood uitlokt door zijn hartkwaal onbehandeld te laten. Het is supermodel Naomi Campbell en steractrice Mia Farrow die moeten getuigen tegen Charles Taylor, de wrede warlord die Liberia en Sierra Leone terroriseerde en zich liet verkiezen met de slogan: 'He killed my ma, he killed my pa, but I will vote for him.’ Het is ’s werelds langst zittende en meest excentrieke dictator, Moammar Kadhafi, die prompt naar Den Haag zal worden gevlogen als hij zijn burgeroorlog verliest.

Over de hele linie, van handel tot milieu, heeft het internationaal recht de afgelopen twintig jaar reuzenstappen gemaakt, maar niets loopt zo in het oog als het internationaal strafrecht. Begin jaren negentig bestond dat hele begrip in praktijk eigenlijk niet: er was sinds de processen van Neurenberg en Tokio in 1945 in ieder geval niets op het terrein van internationaal strafrecht gebeurd. Toen ging het opeens heel snel. Er kwamen in de jaren negentig VN-tribunalen voor misdaden in Rwanda, voormalig Joegoslavië en Sierra Leone; later voor Libanon en Cambodja. En in 2002 ging in Den Haag het Internationaal Strafhof aan het werk, dat in theorie de hele wereld bestrijkt. Amper tien jaar later onderzoekt het Strafhof misdaden in landen die het Strafhof niet eens erkennen, lopen er arrestatiebevelen tegen een zittend staatshoofd (de president van Soedan, Omar al-Bashir) en speelt het Strafhof een centrale rol in de oorlog in Libië. Toen het geweld in Libië maar net begon, kondigde hoofdaanklager Moreno Ocampo al aan dat hij 'tien tot vijftien’ Libische leiders zou gaan vervolgen; vorige week vaardigde hij arrestatiebevelen uit tegen Kadhafi en diens zoon Saif.

Nu het belang van internationaal recht toeneemt, groeien ook de controverses. Sommige landen proberen de macht te beteugelen van het Strafhof dat zij zelf in het leven hebben geroepen. Er is groeiende kritiek op de hoge kosten van internationale tribunalen en op hun magere resultaten. En binnen en buiten de juridische wereld zwelt het gemor aan over de activistische koers die hoofdaanklager Luis Moreno Ocampo van het Strafhof vaart. 'Er is overschatting van de rol die internationaal recht kan spelen bij het creëren van vrede en veiligheid in de wereld’, zegt hoogleraar André Nollkaemper, de juridisch adviseur van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. 'De aanklager van het Strafhof wil met zijn aanklachten oorlogen oplossen en voorkomen, maar dat is zijn taak helemaal niet. De ontwikkelingen gaan te snel; het is tijd om gas terug te nemen.’

Maar gas terugnemen is niet wat de meeste betrokkenen in het internationaal strafrecht - een specialisme waar vaak met veel idealisme aan wordt gewerkt - in gedachten hebben. 'De huidige controverses zijn deel van een proces dat zich moet uitkristalliseren’, zegt Christine Van Den Wyngaert, hoogleraar in België en rechter bij het Internationaal Strafhof. 'Toen er een tribunaal werd ingesteld voor voormalig Joegoslavië dachten de meeste mensen dat internationaal recht een symbolische zaak was, een doekje voor het bloeden: niet iets dat echt kon werken. Maar nu is bewezen dat het kan, dat het ideaal in praktijk mogelijk is. We staan aan het begin van een evolutie.’

WIE IN DE bedaagde tribunalen in Den Haag rondloopt, krijgt niet meteen de indruk dat het internationaal strafrecht in de residentie is neergestreken als een dynamische multinational. Toch is dat zo. In managementjargon zou je kunnen spreken van een snel uitbreidende coöperatie die toptalent trekt uit alle hoeken van de wereld, waar miljarden in worden geïnvesteerd en die in rap tempo franchises opent in groeimarkten op drie continenten. Het product: onafhankelijke rechtspraak exporteren naar landen waar een eerlijke vervolging van ernstige misdaden onmogelijk is.

Het Joegoslavië-tribunaal alleen al heeft zo'n duizend mensen in dienst van 82 nationaliteiten. Het jaarbudget is ruim honderd miljoen euro, betaald door de Verenigde Naties. Het Internationaal Strafhof is een sterke groeier, met bijna zeshonderd werknemers en ook een jaarbalans van ruim honderd miljoen euro, waarvan de Europese Unie het leeuwendeel betaalt. En dan zijn er nog kleinere tribunalen zoals het Sierra Leone-tribunaal en het Libanon-tribunaal, gevestigd in een zuurstokkleurig kantoor in Leidschendam, en de contactkantoren voor het Cambodja- en het Rwanda-tribunaal. De tribunalen hebben allemaal hun staf die vorstelijk en belastingvrij wordt betaald, rechters en advocaten die vanuit de hele wereld overkomen, onderzoekers die bewijs vergaren, getuigen die worden ingevlogen en gehuisvest, celruimte die moet worden gehuurd, beveiligingspersoneel, enzovoort.

Alle tribunalen zullen in 2015 ruim zes miljard euro hebben gekost, becijferde advocaat Geert-Jan Knoops in zijn onlangs uitgekomen boek Blufpoker: De duistere wereld van het internationaal recht. Knoops’ mening over de vraag of die investering het waard was, laat zich al raden uit de ondertitel. 'Het juridisch-economische model van internationale straftribunalen heeft niet genoeg opgeleverd om rendabel te zijn’, schrijft hij onder meer. Want de 'output’ van internationaal strafrecht is bijzonder mager: tegenover die zes miljard euro zullen een stuk of honderdvijftig veroordelingen staan. Het Cambodja-tribunaal heeft in vijf jaar één veroordeling uitgesproken, het Internationaal Strafhof in negen jaar tijd niet één.

'Je moet je afvragen of dit wel de beste besteding is van die reusachtige budgetten’, zegt Knoops tijdens een interview in zijn Amsterdamse kantoor. 'Met dat geld kan ook de lokale rechtspraak in een regio worden opgebouwd of op een andere manier aan stabiliteit worden gewerkt in een land waar oorlog is geweest.’ Maar het lage rendement van internationale strafzaken is veel meer dan een boekhoudkundige kwestie. Knoops: 'Het lage aantal veroordelingen tast de legitimiteit van internationale tribunalen aan. En acceptatie van dergelijke tribunalen is bij de lokale bevolking vaak al laag.’

Volgens rechter Christine Van Den Wyngaert zijn de internationale tribunalen 'inderdaad wellicht te veel opgetuigd’: 'Het zou met minder kunnen.’ Maar, zegt ze, 'het is dan ook iets totaal nieuws dat wordt uitgeprobeerd. Allerlei terreinen van internationaal strafrecht zijn door de tribunalen met jurisprudentie ingevuld, zoals de strafrechtelijke invulling van de ergst mogelijke misdaad - genocide. Het is fundamenteel werk waar op kan worden gebouwd. Dat moest zorgvuldig gebeuren, met beter te veel dan te weinig investering.’

Het fundamentele werk werd vooral gedaan door het Joegoslavië-tribunaal, dat veel stafleden en ervaring in het vergaren van bewijsmateriaal in onvriendelijk gebied doorgaf aan andere tribunalen en het Internationaal Strafhof. En het Joegoslavië-tribunaal zocht niet alleen naar de juiste juridische vorm voor zijn werk, maar ook naar de nuance van het opereren in een vaak vijandig geopolitiek krachtenveld, omgeven door argusogen en heel grote nationale belangen. Vooral de stijl van Carla Del Ponte viel op, de vreesloze Zwitserse die door de Cosa Nostra al La Puttana was genoemd en er vele onflatteuze Servische bijnamen bij kreeg. De hoofdaanklager van het Strafhof, Luis Moreno Ocampo, is een aanklager in Del Ponte’s stijl: een gedreven Argentijn die naam maakte in het befaamde 'Proces van de Junta’s’. Mensen met een diplomatieker stijl, zoals Del Ponte’s opvolger Serge Brammertz, zijn niet minder idealistisch.

De bevlogen juristen bij de internationale tribunalen meten het succes van hun werk niet af aan de hoeveelheid veroordelingen die ze afleveren: ze stellen dat hun werk de internationale rechtsorde versterkt en daardoor vrede bevordert. Maar de baten van die investering worden volgens Knoops veel te hoog ingeschat. 'Internationale tribunalen zijn vaak opgezet met het idee: “We maken dit land beter.” Er wordt maar voetstoots aangenomen dat internationaal strafrecht bijdraagt aan vrede en stabiliteit. Maar daar is nooit empirisch onderzoek naar gedaan’, zegt hij. 'Internationaal strafrecht hinkt op twee gedachten: enerzijds het bevorderen van vrede en stabiliteit en anderzijds het vervolgen van oorlogsmisdaden. Er wordt vaak gedaan alsof die doelen samenvallen, maar dat is niet waar: in praktijk werken die twee doelstellingen vaak tegen elkaar in. Vervolging kan namelijk in de weg staan van verzoening en amnestie in een samenleving.’

Serge Brammertz, de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, is niet onder de indruk van de kritiek. 'Sommige aanmerkingen op de speciale tribunalen en het Strafhof snijden hout, zoals de hoge kosten en de vaak trage rechtsgang. Die zaken moeten worden verbeterd’, zegt de Belgische strafpleiter tijdens een interview. 'Maar als ik en mijn collega’s niet overtuigd waren van de meerwaarde die het oplevert, zouden we niet zo veel in internationaal strafrecht hebben geïnvesteerd. Het valt niet mathematisch te berekenen tot welk punt recht nog rendabel is. Wel is zeker dat de mensen uit voormalig Joegoslavië die nu zijn veroordeeld vrijuit waren gegaan als er geen internationaal tribunaal was geweest. Daarom is het essentieel wat we doen - zodat toekomstige generaties daar niet zeggen: er is na de oorlog niets met alle misdaden gedaan.’

'Zonder die dure tribunalen met al hun tekortkomingen was de vooruitgang in de internationale rechtsorde van de afgelopen twintig jaar onmogelijk geweest’, vervolgt Brammertz. 'Tot twintig jaar geleden was het nog gewoon dat oorlogen tot een einde kwamen door vredesonderhandelingen waar de strijdende partijen met elkaar aan tafel gingen zitten en amnestie met elkaar afspraken als de oorlog afgelopen was. De grootste misdadigers van de wereld regelden zo hun eigen straffeloosheid. Dat kan niet meer.’

DE AFGELOPEN jaren zijn er een paar grote controverses geweest rond internationaal recht (zie kader). Meestal stond een machtig land centraal dat het internationaal recht opzichtig oprekte of brak, van Kosovo tot Guantánamo: controverses die voor Geert-Jan Knoops de uitspraak rechtvaardigen dat internationaal recht 'het recht van de sterkste’ is. Bij die controverses voegen zich de laatste jaren steeds vaker loten die ontspringen aan die nieuwe tak van het recht: internationaal strafrecht.

Neem de vervolging van Kadhafi: die loopt netjes synchroon met de Navo-bombardementen op diens leger. Moreno Ocampo, de hoofdaanklager van het Strafhof, loopt bepaald niet aan de leiband van de Verenigde Staten. Maar hij had tal van strafzaken kunnen uitkiezen die dat beter zouden illustreren dan deze. Bovendien verkleint deze aanklacht de kans op een vredesakkoord, omdat Kadhafi daarmee zijn eigen uitlevering aan Den Haag zou riskeren. 'Op tal van plaatsen worden de mensenrechten dagelijks achteloos geschonden. Er liggen meerdere VN-rapporten klaar waar Moreno Ocampo zó mee aan de slag kan. Waarom dan zo snel aan het werk in Libië?’ vraagt de Amerikaanse hoogleraar Mary Ellen O'Connell, auteur van een reeks boeken en artikelen over internationaal recht. 'Moreno Ocampo moet zijn activiteiten veel zorgvuldiger kiezen. Het is onbegrijpelijk dat hij dacht dat hij meer goed zou doen dan kwaad.’

Moreno Ocampo heeft namelijk zieltjes te winnen in Afrika, waar de scepsis over het Strafhof over het continent golft. Dat was aanvankelijk zeker niet zo: juist doordat zo veel Afrikaanse landen het Strafhof erkenden, kwam het zo snel in werking. En het Strafhof was en is in veel landen nog steeds zeer welkom. Drie Afrikaanse landen hebben het Strafhof zelf uitgenodigd om rechtszaken in hun land te openen: de Centraal-Afrikaanse Republiek, Oeganda en Congo. Het leidde tot rechtszaken tegen Congolese strijdheren, onder meer voor massale inzet van kindsoldaten en seksslaven, of voor de nieuwe internationale misdaad van verkrachting als oorlogswapen. Vijf jaar geleden werd de eerste verdachte aan het Strafhof overgedragen: Thomas Lubanga. Andere gevreesde namen uit de oorlog in Congo voegden zich bij hem, uit de oorlog in Darfur, die in Oeganda. Er lopen nu 26 rechtszaken bij het Strafhof - alle tegen Afrikanen.

Vriend en vijand erkennen dat dit alles een grote impact heeft gehad op de Afrikaanse politiek. 'Vervolging door het Strafhof is een van de weinige geloofwaardige bedreigingen voor Afrikaanse oorlogsleiders’, stelt de bundel Courting Conflict?: Justice, Peace, and the ICC in Africa. Sommige rebellenleiders werden door die dreiging naar de onderhandelingstafel gedreven. Maar andere hebben zich laten ontvallen dat ze maar aan de macht vasthouden om niet naar Den Haag te hoeven, zoals Robert Mugabe, de afgedreven president van Zimbabwe. Vincent Otti, de tweede man van het uiterst wrede Verzetsleger van de Heer in Oeganda, zei dat de aanklacht tegen hem en zijn leider Joseph Kony ervoor zorgde dat zij 'niet uit hun schuilplaats kwamen’ en dat daarom 'vrede niet naar Oeganda zal terugkeren’. Ook de Soedanese president Omar al-Bashir heeft, nu hij door het Strafhof gezocht wordt voor genocide in Darfur, een goede reden om niet op te stappen. Al-Bashir maakt zich nu populair met tirades dat een 'nieuw kolonialisme’ op Afrika neerdaalt in de vorm van die schoothond van de witman, het Internationaal Strafhof.

'Dat het Strafhof alleen Afrika onderzoekt, moet men met een korrel zout nemen’, zegt Strafhof-rechter Christine Van Den Wyngaert. 'In drie van de zes Afrikaanse landen waar het Strafhof onderzoek doet, was dat op uitnodiging van dat land zelf. In twee andere landen (Soedan en Libië - rvdh) was dat in opdracht van de Veiligheidsraad.’ Haar landgenoot Serge Brammertz: 'Het is te begrijpen dat Afrikanen kritiek hebben op het feit dat er alleen Afrikaanse rechtzaken lopen, maar het Strafhof kan er tegelijk weinig aan doen. Wat belangrijker is, is de realisatie dat rechtspraak door het Strafhof niet onrechtvaardig is, maar het tegenovergestelde. De daders die het Strafhof nu vervolgt zijn inderdaad Afrikanen, maar hun slachtoffers waren dat ook.’

Dat de Afrikaanse steun voor het Strafhof afbrokkelt, heeft volgens hoogleraar Mary Ellen O'Connell minder te maken met continentbescherming dan met eigenbelang. 'Veel landen vinden internationaal recht een heel mooi idee - in theorie’, zegt ze. 'Toen het Internationaal Strafhof werd opgericht in 1998, dachten veel landen meer aan een symbolische rechtbank. Als het al zou werken, zou dat pas over twintig jaar zijn, dachten veel leiders. Bij vervolging dachten ze aan rebellen of ander voetvolk, niet aan presidenten zoals zijzelf. Maar in een mum van tijd werden de benodigde zestig landen gevonden die het statuut moesten ondertekenen en ging het Strafhof in werking. Nu worden er staatshoofden aangeklaagd en is duidelijk dat mensenrechten boven de juridische status van leiders staan. Daarom krabbelen sommige regeringen terug. Dat zag je toen de Strafhof-lidstaten vorig jaar op een conferentie in Kampala de invulling van het begrip 'agressie’ moesten afspreken. Het werd zo zeer afgezwakt dat het zeker lijkt dat er nooit iemand voor zal worden veroordeeld.’

Dat het Strafhof nog geen zaken buiten Afrika heeft aangepakt, ligt in ieder geval niet aan een gebrek aan dadendrang bij de aanklager. Moreno Ocampo heeft onder meer Colombia, Afghanistan, Georgië en - het meest controversieel - de Palestijnse gebieden nadrukkelijk in zijn vizier. Als hij toestemming krijgt om een van de laatste drie zaken te onderzoeken - Moreno Ocampo moet dan toestemming krijgen van een speciale raadskamer binnen het Strafhof - dan zal hij lijnrecht tegen een grootmacht in moeten: de VS of Rusland. Een serieuze test, zeker als het de VS betreft.

Het zal niet de eerste keer zijn voor het nog piepjonge Strafhof, want de regering-Bush probeerde het Strafhof al eens te saboteren. De VS steunden het idee van een internationaal strafhof namelijk zeer, maar dan wel een strafhof dat aan de leiband liep van de VN-Veiligheidsraad: een strafhof met een Amerikaans veto, dus. Vanuit Amerikaans oogpunt is daar trouwens meer voor te zeggen dan progressieve Europeanen toegeven: de VS moeten altijd het voortouw nemen in humanitaire of militaire interventies en nemen dan ook het grootste risico van strafvervolging. Toen de andere VN-listaten voor een onafhankelijk hof kozen, stemden de VS tegen de oprichting, samen met Irak, Israël, China en Libië. Later nam het Amerikaanse Congres de beruchte 'Den Haag Invasiewet’ aan om Amerikaanse soldaten desnoods met geweld uit de klauwen van het Strafhof te bevrijden. En nog altijd zijn de VS geen lid.

Maar als het zo uitkwam, werkte de regering-Bush even makkelijk met het Strafhof samen, bijvoorbeeld in de zaak tegen Soedan. 'Dat hoeft niemand te verbazen: internationaal recht is gewoon een van de vele terreinen waar landen hun eigen belangen proberen te dienen’, zegt de Amerikaanse hoogleraar Eric Posner - het klassieke 'machtsrealistisch’ perspectief. Posner schreef The Limits of International Law, waarin hij onder meer stelde dat internationaal recht 'een speciaal soort politiek is’ en 'eigenlijk geen recht’. Het Strafhof, zegt hij, is niets meer of minder dan 'een bruikbaar instrument voor westerse druk’, dat zijn nut heeft bewezen 'als Kadhafi in Den Haag zit’.

Veel Europeanen zouden zo'n visie het toppunt van cynisme vinden: recht als vorm van politiek. Maar ook meer genuanceerde beschouwers vinden politieke bemoeienis met recht niet per se erg. 'Het is juist een probleem dat het Strafhof is losgeweekt van de politieke context waarin het gecreëerd is. Er is nauwelijks politieke inbedding van het werk dat het Strafhof doet’, zegt André Nollkaemper, de juridisch adviseur van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. 'Elk recht is een weerspiegeling van de machtsverhoudingen waar het in opereert. In landen met een goed functionerende rechtspraak heb je politieke controle op die rechtspraak en politieke checks and balances die de rechtspraak op zijn plaats houden. In het geval van het Internationaal Strafhof is er geen politieke binding met de staten die het vertegenwoordigt.’

Het is een van de aanloopproblemen waar het Strafhof zijn antwoord op moet vinden. Ben Bot, de Nederlandse oud-minister van Buitenlandse Zaken en zelf gepromoveerd op internationaal recht, heeft er wel vertrouwen in. 'Het is nog niet goed genoeg, maar het begin is gemaakt’, zegt hij. 'Het Strafhof moet zijn vorm nog vinden. Nu wordt eindeloos veel geld geïnvesteerd in aanklachten tegen een paar topfiguren die je nooit in Den Haag zult zien - reken er maar niet op dat we Al-Bashir, Mugabe of Kadhafi hier ooit zullen zien - terwijl duizenden anderen die ernstige misdaden hebben gepleegd vrijuit gaan. Zo kan het niet blijven gaan. Maar het is een hoopvolle start. Het trekt het internationaal recht in de juiste richting.’


Recente controverses in het internationaal recht

1999: De Navo bombardeert Servië om een einde van het geweld in Kosovo af te dwingen. Nog altijd houdt de Navo vol dat de aanval legaal was, maar voor de meeste juristen is dat evident niet zo. Volgens het VN-handvest moet de Veiligheidsraad namelijk toestemming geven voor ongeprovoceerd geweld tegen een land. Pogingen om de Navo veroordeeld te krijgen in de Verenigde Naties of voor het Joegoslavië-tribunaal faalden. Volgens sommige critici bewijzen de bombardementen dat internationaal recht gebroken moet worden als dit een hoger doel dient. De Kosovo-oorlog leidt ook tot een arrestatiebevel van het Joegoslavië-tribunaal tegen de Servische president Milosevic, het eerste staatshoofd dat via internationaal recht wordt aangeklaagd.

2001: De aanslagen van 11 september in de VS waren aanleiding voor de 'oorlog tegen terreur’ van de Amerikaanse regering van George W. Bush. Daarbij werden mensenrechten en oorlogsrecht ver opgerekt en waarschijnlijk overtreden, bijvoorbeeld bij het transporteren, opsluiten en martelen van mensen, of bij de oprichting van 'Guantánamo’. President Obama geeft voor die mogelijke misdrijven een amnestie af.

2003: De VS vielen Irak binnen met als juridische dekking een oude VN-resolutie met vage termen. Vele regeringen, waaronder die van Nederland, steunden de VS hierin. In 2010 concludeerde de commissie-Davids dat de inval illegaal was.

2009: Vanwege oorlogsmisdaden in Darfur vaardigt het Internationaal Strafhof een internationaal arrestatiebevel uit tegen Omar al-Bashir. Hij is president van Soedan, een land dat het Strafhof niet erkent. Veel Afrikaanse landen keurden de beslissing af.

2009: Na de Israëlisch-Palestijnse oorlog in Gaza stellen de VN de commissie-Goldstone in. De commissie concludeert dat zowel Israël als Palestijnse groepen oorlogsmisdaden en mogelijk misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd, en raadt aan dat de VN-Veiligheidsraad het Internationaal Strafhof inschakelt. De Veiligheidsraad - met de VS als grootste tegenstander van het rapport - weigert dit advies in behandeling te nemen.

2011: Vijf dagen nadat de Veiligheidsraad toestemming heeft gegeven om het geweld in Libië te bestuderen, kondigt het Strafhof een onderzoek aan tegen 'tien tot vijftien’ Libische leiders. Dat is ongekend snel, terwijl er geen bewijsvergaring mogelijk was in Libië zelf: volgens critici een bewijs van een politieke agenda. Vorige week vaardigde het Strafhof arrestatiebevelen uit tegen dictator Kadhafi en zijn zoon Saif wegens misdaden tegen de menselijkheid.


Was het doden van Bin Laden illegaal?

Nadat de leider van al-Qaeda op 2 mei was gedood bij een Amerikaanse commando-actie in Pakistan vonden de meeste commentatoren het een uitgemaakte zaak dat deze actie illegaal was. 'Hoe betreurenswaardig ook, er zijn situaties waarin de beginselen van een rechtsstaat niet de hoogste prioriteit kunnen hebben. Soms heiligt het doel de middelen’, verwoordde bijvoorbeeld NRC Handelsblad de algemene teneur. Iemand doden in een bevriend land, zonder de regering van dat land ervan op de hoogte te brengen - dat lijkt juridisch niet recht te praten. Veel juristen reageerden dan ook teleurgesteld en afkeurend. In Nederland onder anderen Geert-Jan Knoops, die zijn boek Blufpoker direct van een tweede editie voorzag om de zaak-Bin Laden mee te nemen en te betogen dat de Verenigde Staten 'met deze operatie een aantal beginselen van het internationaal recht hebben geschonden’.

Maar de zaak ligt minder helder dan op het eerste gezicht lijkt. Knoops en andere juristen reageren vooral op een suggestie die president Obama deed in zijn toespraak direct na de overval: dat de Amerikaanse commando’s een missie hadden om te doden, niet arresteren. Zo'n kill mission zou juridisch moeten worden verdedigd op grond van de Amerikaanse claim dat de VS 'in oorlog’ zijn met al-Qaeda. Volgens het internationaal recht mag een land dat in oorlog is militaire acties uitvoeren in een neutraal land als dat neutrale land niet optreedt tegen oorlogsacties die vanaf zijn grondgebied worden uitgevoerd. Maar er zijn waarschijnlijk maar weinig rechters die mee zouden gaan in zo'n oprekking van het internationaal recht.

In een latere toelichting op de commando-actie zei Het Witte Huis echter dat arrestatie wel het doel van de actie was, en dat Bin Laden door 'dreigende bewegingen’ schoten had uitgelokt. In die lezing was de commando-overval een politieactie, en dat is juridisch gezien veel beter te verdedigen. Landen hebben de verplichting om ernstige misdaden zoals terrorisme te voorkomen en een onaangekondigde politieactie in een ander land is bij zulke misdaden verdedigbaar. De VN-gezant voor Mensenrechten Navi Pillay, die rechter was bij het Internationaal Strafhof, en de voormalige VN-rapporteur voor Mensenrechten Martin Scheinin geloven daarom beiden dat de dood van Bin Laden legaal was. Zekerheid zal er nooit zijn, want het is uitgesloten dat de zaak voor een internationaal tribunaal komt: daar zou de VN-Veiligheidsraad toestemming voor moeten geven en daar hebben de Verenigde Staten een veto.