Hoofdcommentaar: Strafhof

Strafhof wordt splijtzwam

«We verkeren niet in een fase waarin je onze instellingen, laten we zeggen, verheven zou noemen», zei Valéry Giscard d’Estaing onlangs in een interview. De oud-president van Frankrijk leidt de Europese Conventie die nu al een halfjaar heel diep nadenkt over de toekomst van de Europese Unie. «Het is te vroeg. Het is duidelijk dat het systeem nog niet functioneert als een stabiele en heldere leidinggevende structuur», voegde hij eraan toe. De EU zal op termijn worden uitgebreid van 15 tot 25, misschien zelfs 27 landen. Hoe het toekomstige politieke raamwerk er ook uit zal zien, een federatie met een sterk centraal bestuur zit er volgens de éminence grise zeker de eerste vijftig jaar niet in. Brussel wordt geen Washington.

Ironisch genoeg spreidde Giscard d’Estaing zijn inzicht ten toon net op het moment dat er een flinke scheur in het Europese bouwwerk trok. En wel op het hoogste uitvoerende niveau, dat van de Europese Raad van Ministers. In het Deense Helsingor kwamen afgelopen zaterdag de EU-ministers van Buitenlandse Zaken bijeen. Tot veler verbijstering maakten Groot-Brittannië en Italië bekend te overwegen een bilateraal akkoord te sluiten met de Verenigde Staten over het Internationaal Strafhof (ICC).

De VS erkennen het Hof niet, uit angst dat Amerikaanse staatsburgers om politieke redenen vervolgd zullen worden. Nu duidelijk is dat anti-Amerikanisme en apocalyptisch terrorisme hand in hand gaan, wordt het Strafhof gezien als een directe bedreiging voor de Amerikaanse soevereiniteit. De EU daarentegen beschouwt het ICC als nieuwe pilaar onder een rechtvaardiger wereldorde, en verzet zich met hand en tand tegen uitholling van des hofs bevoegdheden. Tot een compromis zijn de EU-lidstaten vooralsnog niet bereid.

Een uiterst onrealistisch standpunt. Want zonder medewerking van de Verenigde Staten is een wereldwijde omgang gebaseerd op internationaal recht en respect voor mensenrechten onmogelijk. De VS hebben een niet te evenaren macht en invloed, kunnen vier oorlogen tegelijk voeren en zullen hun strijd tegen het terrorisme (of dat nu een waandenkbeeld is of niet) uitvechten op de manier die hun goeddunkt.

De Amerikaanse minister van Defensie Colin Powell past een oude truc toe. Hij speelt het front uiteen door alle staten die achter het hof staan bilaterale verdragen aan te bieden. Daarin worden (handels)privileges veiliggesteld in ruil voor de belofte dat een ondertekenend land nooit Amerikanen aan het hof zal uitleveren. Toen beoogd EU-lid Roemenië zo’n verdrag tekende, stond Brussel op de achterste benen. «Een schending van de Europese statuten én van het verdrag dat aan het ICC ten grondslag ligt», klonk het briesend. Andere kandidaat-lidstaten lieten het daarna wel uit hun hoofd met Powell in zee te gaan. Nu echter belangrijke lidstaten als Italië en Groot-Brittannië hebben aangegeven in principe Powells verdrag te willen tekenen (de beslissing daar over is uitgesteld tot 30 september), valt het front in duigen.

Het lijdt geen twijfel: Europa en de VS drijven uiteen. De kloof tussen de oude en de nieuwe wereld is breed en blijvend, betoogt Robert Kagan in deze krant (zie het essay op pagina 24). Er zijn conflicten op het gebied van de handel, milieubehoud, internationale rechtsorde en soevereiniteit. Met name het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid (steun aan Sharon, een dreigende aanval op Irak) is een bron van spanning. De situatie is ernstig. Amerika noch Europa lijkt zich te verdiepen in de consequenties van de breuk, die vooral voor de EU desastreus zal uitpakken. Het zwakke, op nationale leest geschoeide Europa van Giscard d’Estaing is geen partij voor de oppermachtige VS.

Een eenzijdige Amerikaanse aanval op Irak grenst aan waanzin. De Amerikaanse weigering met het ICC in zee te gaan is daarentegen realistisch, hoe ongewenst ook. Het Amerikaanse buitenlandbeleid is op dit moment vooral ingegeven door eigenbelang en keihard realisme: de strijd tegen het terrorisme en Homeland defense, met of zonder Navo of VN. De EU daarentegen redeneert idealistisch, en denkt in termen van conflictpreventie en mensenrechten. Maar zolang de EU geen militaire macht is en onderling verdeeld blijft, heeft dat idealisme geen realistische basis.

In plaats van het conflict te zoeken, zou de EU zich kunnen verdiepen in de Amerikaanse angsten en beweegredenen. Door het niet te winnen Strafhof-conflict op de spits te drijven, verspeelt Brussel zijn invloed in de Verenigde Staten, en wordt bovendien onenigheid binnen de eigen gelederen gezaaid. Misschien moeten Amerikaanse burgers voorlopig worden gevrijwaard van vervolging. Dat strookt niet met het ideaal, wel met de realiteit van de macht.

Al was het maar omdat het nog steeds niet tot de VS lijkt te zijn doorgedrongen dat méér nodig is dan militaire macht om antiwesterse terreur te beteugelen. Armoedebestrijding, het bieden van economisch perspectief, onderhandelen in plaats van afdwingen. Wanneer dat zou gebeuren onder de militaire paraplu van de VS, zou het de EU grote kansen bieden. De Unie kan zo invloed behouden en al te bizarre aanvalsplannen van het Pentagon overbodig maken. Bovendien zou Europa op die manier wél, op een realistische wijze, kunnen werken aan het ideaal van een betere wereld.