Strafwerk

Ook Patrick Kluivert en Arie van der Valk zullen eraan moeten geloven: de alternatieve straf, het nieuwe wondermiddel van Justitie. Maar het resultaat is lang niet altijd naar wens. En de strafbaantjes liggen niet voor het oprapen.
De namen van de betrokken jongeren zijn veranderd.
MANSA ZUCHT DIEP en plukt ongemakkelijk aan zijn zwarte krulletjes. Twee weken geleden hoorde hij de kinderrechter honderd uur dienstverlening eisen wegens mishandeling van een buschauffeur en diefstal. Honderd uur afwassen, groente snijden, vloeren dweilen… ‘Ja, zo zie je maar’, zegt Mike Ramdhani van Bureau Alternatieve Sancties opgewekt, ‘je kunt dat soort kunstjes niet flikken zonder dat er wat tegenover staat.’

Ramdhani en Mansa zitten in het kantoortje van Betty Kompier van het Amsterdamse zorgcentrum Tabitha. Kompier vertelt over de regels in haar keuken, de kleding die het tijdelijke keukenhulpje moet dragen, de hygiënische voorschriften waaraan hij moet denken. Mansa kijkt stug naar de grond, schrikt pas op als hij te horen krijgt dat hij om acht uur ’s ochtends moet beginnen. Acht uur…
Mansa is net zestien geworden en heeft meteen zijn kans gegrepen door de school te verlaten. Om te gaan werken aan iets wat verdacht veel op een criminele carrière begint te lijken. Hij kan zijn weekenden voorlopig maar beter doorbrengen in Tabitha, heeft de kinderrechter besloten. ‘School telt niet bij deze jongens, dat heeft geen status’, vertelt Ramdhani achteraf. 'Wat telt is dat ze genoeg geld verdienen om Nike-gympen en een Dieseljasje te dragen, zoals Mansa. Maar als hij nou maar een duw in de goede richting krijgt, zie ik hem vast niet meer terug.’
Het wordt zo langzamerhand dringen in de keukens van bejaardenhuizen en ziekenhuizen; het is druk in de plantsoenen en de dierenasiels. Alternatief gestraften helpen met de afwas, wieden het onkruid, ruimen de poep op. Ook Patrick Kluivert en Arie van der Valk zijn de klos. Tweehonderdveertig uur dienstbaarheid wordt er van hen verwacht. Van der Valk moet onrustige dromen hebben, dezer dagen - nachtmerries over 240 uur borden wassen in een AC-restaurant…
Alternatieve sancties zijn populair bij Justitie. Zozeer zelfs, dat het al lastig begint te worden om voor iedereen nog zo'n tijdelijk baantje te vinden. Verkeersovertreders, bijstandsfraudeurs, vandalen, jeugdige en volwassen delinquenten: zij horen veel vaker dan vroeger een alternatieve sanctie of taakstraf tegen zich eisen. En dan moeten de kandidaten voor de Melkertbanen, de werkervaringsplaatsen, banenpools en het Jeugdwerkgarantieplan ook nog aan de slag op dezelfde werkterreinen.
Werden in 1985 nog 872 minderjarige en 2814 meerderjarige ongehoorzame burgers door Justitie aan het werk gezet, in 1995 waren dat er maar liefst 4092 en 14.179. En als het aan minister Sorgdrager ligt, worden het er alleen maar meer. Begin juni zal zij in haar nota Detentiebeleid pleiten voor verdere uitbreiding van het aantal taakstraffen, vanwege het gebleken succes en de preventieve werking. En - ook niet onbelangrijk - het is een goedkopere vorm van straffen, die geen beroep doet op de zo schaarse celcapaciteit.
Wordt een mens beter van afwassen? 'Nou, vast staat dat van opsluiting nog nooit iemand beter is geworden’, zegt Anne-Marie Stordiau-van Egmond, woordvoerster van Sorgdrager. Detentie, met alle afstompings- en 'besmettingsgevaren’ van dien, kan vooral kinderen - zo is al jaren de communis opinio - maar beter bespaard blijven. In 1983 gingen - uit behoefte aan een 'nieuwe, pedagogisch verantwoorde’ straf - in zes arrondissementen experimenten van start met alternatieve sancties voor strafrechtelijk minderjarigen. Inmiddels is de taakstraf de meest opgelegde sanctie voor jongeren; nog nooit is in de geschiedenis van het Jeugdstrafrecht zo'n ingrijpende verandering in zo'n korte tijd doorgevoerd.
'Het Jeugdstrafrecht beoogt gedragsverandering’, zegt Peter van der Laan van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van Justitie (WODC). 'Dat bereik je eerder door jongeren iets te laten doen dan door ze passief een straf te laten ondergaan. Je moet een beroep doen op hun eigen verantwoordelijkheid.’ Stordiau-van Egmond: 'Een taakstraf wordt vaak als zwaarder ervaren. Delinquente jongeren hebben weinig structuur in hun leven - opeens moeten ze op tijd komen en strenge voorschriften naleven. Als ze dat volhouden, hebben ze weer wat meer kansen om normaal mee te draaien.’
Sorgdrager is voornemens het aantal taakstraffen voor jongeren voorlopig nog verder te laten stijgen, en wel met zo'n tien procent per jaar. Terwijl de medewerkers van het Bureau Alternatieve Sancties (BAS) nu al jaarlijks voor honderden jeugdige veroordeelden uit Amsterdam en omgeving werk- of leerstraffen moeten regelen. Een cursus 'slachtoffer in beeld’ voor agressieve jongens, het 'leerproject seksuele vorming’ voor de 'billen- en tietenkijpers’, maar vooral veel ongeschoold werk zoals schoonmaken, aardappels schillen, sjouwen.
'Als dit zo doorgaat, zullen we dit jaar zeker twintig procent meer zaken moeten afhandelen dan in 1995’, zegt Klaas Wits van BAS, in de volksmond ook wel 'Basje’ genoemd, omdat het om minderjarigen gaat. 'Basje’ is een onderdeel van de Amsterdamse Raad voor de Kinderbescherming. De zes medewerkers zochten vorig jaar voor vierhonderdzestig jongeren een projectplaats, waar zij een poosje hun strafwerk moesten doen. 'Werken zonder geld is een zware straf voor deze jongeren’, zegt Wits. Hij pakt een stapel dosiers en somt op wat zijn klantjes zoal op hun kerfstok hebben: 'Inbraak in woning, diefstal, ongeveer vijftig vrouwen in billen geknepen, openlijke geweldpleging in de trein, verschillende tasjesroven, joyriding, openbare vernieling, heling.’ Het zijn geen lieverds, die de werkgevers krijgen aangeboden, en het valt niet mee om projectplaatsen te werven. Wits: 'Godzijdank zijn er nog voldoende betrokken mensen die deze jongens een kans willen bieden.’
OP DE DAG dat Jasper Versteeg moet voorkomen, heeft plaatsvervangend kinderrechter Jansen al meermalen een taakstraf opgelegd. Dertig uur aan Peter (17), die inbraak en joyriding op zijn geweten heeft; veertig uur aan Erik (17), die is gedagvaard wegens diefstal en heling. Ze mogen zelf kiezen tussen zitten of werken. De advocaat van Mohammed (16) vraagt zijn cliënt of hij dienstverlening wil doen. 'Nee’, zegt Mohammed, 'daar heb ik geen zin in’, waarop hij vermoeid naar de hemel blikt. 'Daar heb je geen zin in!’ roept officier van Justitie Goes uit. 'Die jeugd van tegenwoordig toch.’
Jasper Versteeg is zeventien jaar oud. Zijn hoofd is geschoren, zijn oren zijn doorboord met ringetjes. Zijn moeder - mager, bleek en moe - zit handenwrijvend achter haar zoon, die onderuitgezakt naar de rechter staart.
Jasper heeft met een vervalste handtekening en met een pasje dat niet het zijne was, geld opgenomen bij een bank.
'Hoe kwam je aan dat bankpasje?’ vraagt kinderrechter Jansen. 'Gevonden hè’, antwoordt Jasper lachend. 'Waarom lach je?’ vraagt Jansen. 'Het maakt toch niet uit of ik zeg dat ik het gevonden heb of gestolen’, zegt Jasper. Jansen: 'Zeg dan maar de waarheid.’ Jasper: 'Ik heb het gepikt.’ En hij voegt er trots aan toe: 'Het is me mooi wel gelukt om dat geld op te nemen, maar ik ben helaas gepakt.’ Hij giechelt. 'Waarom lach je toch steeds, ben je zenuwachtig?’ vraagt Jansen. 'Ik ben gewoon een vrolijk mens’, zegt Jasper.
'Is hij altijd zo?’ vraagt de rechter aan de moeder. 'Ja, ik krijg er ook geen hoogte van’, zucht zij. Er zijn veel problemen thuis, vertelt ze; haar ex-man is weggelopen, haar ex-vriend sloeg haar het ziekenhuis in en Jasper en zijn jongere broertje maken haar bijkans gek met hun streken. Jasper staart naar het plafond. Er moet een doel bereikt worden, herneemt zijn moeder flink, Jasper moet òf gaan werken, òf de LTS afmaken.
'Hoe lang moet je nog naar school?’ vraagt de rechter aan Jasper. 'Weet ik veel’, is zijn antwoord. Jansen: 'Jij denkt: Lul maar raak - heb ik dat goed gezien?’ 'Ja’, zegt Jasper schokschouderend, 'dat klopt wel zo'n beetje.’
Als hij maar geen 'stront van beesten’ hoeft op te ruimen, wil Jasper wel werken voor zijn straf. De officier eist twintig uur en richt zich nog even tot de moeder: 'Mevrouw, houd moed. De puberteit is als koorts: het gaat vanzelf over.’ De veroordeelde hoort het gelaten aan en sloft weg uit de rechtszaal. 'Hoi hè’, zegt hij nog, tegen niemand in het bijzonder.
EEN PAAR WEKEN later zien we Erik en Jasper terug in hun woonplaats Hilversum. Hun dossiers zijn beland op de burelen van het BAS, en het is nu aan Klaas Wits om ze ergens aan het werk te zetten. Erik baalt als een stekker van zijn veertig uur werkstraf. Die diefstal en heling, zegt hij, zijn al bijna twee jaar geleden. Hij heeft daarvoor toch al op het politiebureau vastgezeten? Waarom moet hij nu dan weer werken? Nou goed, een bejaardenhuis dan maar. Volgende week beginnen, best. Erik geeft het nummer van zijn zaktelefoon en gaat zuchtend weg.
'Dit is vast niet de laatste keer’, zegt Wits: 'Hij calculeert gewoon de risico’s van wat hij doet. Als hij denkt bij een inbraak tweehonderd gulden mee te kunnen nemen en hij weet dat hij daar veertig uur werkstraf voor kan krijgen, dan berekent hij of dat de moeite waard is. Ik wil dat hij in een keuken gaat werken en niet met een technische dienst door een gebouw gaat zwerven, want dat vertrouw ik niet. Wat moet zo'n jongen met een zaktelefoon? Klusjes? Deals? Hij zal niet de eerste zijn die zich tijdens zijn dienstverlening laat oppiepen en rustig verder dealt.’
Jasper kan aan de slag bij het Hilversumse verzorgingstehuis De Egelantier. Of wil hij liever in de Botanische Tuin werken? 'Wat is dat?’ vraagt Jasper. 'Een soort park’, zegt Wits. Hm, nee. Jasper wil overigens eerst even een plannetje kwijt. Dat wijf hè, dat hem heeft aangegeven wegens de diefstal van dat bankpasje, die zou haar aanklacht intrekken toen Jasper het gejatte geld had teruggegeven. Dat heeft ze niet gedaan - nou, dat gaat ze merken. 'Zij gaat voor mij betalen’, zegt Jasper. 'Als ik die twintig uur dienstverlening heb gedaan, ga ik bij haar vijf gulden per uur halen. Da’s mooi honderd gulden’, zegt hij en leunt voldaan achterover.
De rechtszitting vond hij 'wel grappig’, zegt Jasper desgevraagd. 'Die kleren die ze aanhadden!’ Maar ach, hij is al zo vaak opgepakt, voor diefstal, geweldpleging, mishandeling. Ook voor tasjesroof? 'Nee, dat is min, dan word ik door mijn vrienden in elkaar geschopt’, is zijn antwoord. 'Ik moet gewoon werk hebben’, vervolgt hij, 'dan heb je tenminste een pak geld op zak. Dan ben je trots op jezelf en je ouders ook.’ Wil hij dat graag? 'Ja’, zegt Jasper, 'dat lijkt me wel cool, als mijn moeder trots op me is.’
We gaan meteen kennismaken bij De Egelantier, waar Ruud Post in de keuken de scepter zwaait. 'We hebben er zelf natuurlijk ook wat aan’, zegt Post. 'Deze jongens doen klusjes waar wij niet aan toe komen. Maar ik doe het ook voor hen, en voor de samenleving.’ Jasper bekijkt de ruime, schone keuken, en hoort uitdrukkingsloos aan wat er van hem verwacht wordt. Als we weer naar buiten lopen, passeren we een grote koelbox met ijsjes. In het voorbijgaan voelt Jasper terloops aan het hangslot. Dat zit goed dicht.
'Als je deze jongen in een jeugdgevangenis stopt, maak je alles kapot’, zegt Wits over Jasper. 'Dan ontmoet hij daar de echte boefjes en gaat het helemaal fout met hem.’ De meeste jongens - meisjes zijn met drie procent nog altijd ver in de minderheid - worden beter van 'Basje’, denkt Wits: 'Ze leren dat je moet werken voor je geld, dat je een ander benadeelt als je loopt te kloten, dat je een schouderklopje krijgt als je het goed doet. Voor velen is het de eerste kennismaking met het gewone leven.’
'Bij jongeren kun je in ieder geval nog de illusie hebben dat je met een taakstraf hun criminele carrière in de knop kunt breken’, zegt Stordiau-van Egmond van Justitie. En dat is niet altijd slechts een illusie. Volgens een onderzoek van het WODC recidiveren alternatief gestrafte jongeren minder vaak, minder snel en minder ernstig dan jongeren die een vrijheidsstraf hebben gekregen. 'Geconcludeerd zou kunnen worden’, schrijft onderzoeker Van der Laan, 'dat toepassing van alternatieve sancties te verkiezen is boven die van traditionele sancties.’ Maar, tekent hij daarbij aan: 'Dan moeten taakstraffen ook echt in de plaats komen van vrijheidsstraffen, die immers niet zinvol zijn gebleken.’
Helaas blijkt dat de stijging van het aantal werkstraffen niet leidt tot een evenredige afname van het aantal vrijheidsstraffen. Het grootste deel wordt zelfs, zegt Van der Laan wat verontwaardigd, opgelegd in lichte gevallen, die vroeger werden afgedaan met een geldboete, een voorwaardelijke straf of een sepot. Zodoende lijkt de mooie gedachte van de werkstraf zich in de praktijk toch weer te plooien naar de geest des tijds om meer en zwaarder te straffen. Van der Laan betwijfelt bovendien of het op den duur allemaal nog wel uitvoerbaar is. 'Er wordt wel erg makkelijk gezegd dat er meer alternatieve sancties moeten komen’, zegt ook Klaas Wits van BAS. 'Wij merken dat de markt behoorlijk verzadigd is.’
IN HET AMSTERDAMSE verzorgingstehuis Flesseman wachten de kok Hugo Zentveld en Geert Bezemer van BAS op Ahmed (15), die veertig uur moet komen werken wegens diefstallen en inbraak. 'Dit is zijn laatste kans, maar hij komt vast niet’, zegt Bezemer. 'Dat heeft hij al eerder geflikt. Het zijn heus niet allemaal succesverhalen; deze jongens hebben natuurlijk al eerder laten zien dat ze niet helemaal te vertrouwen zijn.’
'Basje’ deelt een gele kaart uit als een jongen zich niet aan de afspraken houdt, te laat komt, de kantjes ervan afloopt. Bij herhaling volgt een rode kaart, dat wil zeggen: terug naar kinderrechter. Die legt dan een andere straf op en meestal valt die een stuk zwaarder uit, omdat daarbij de rekensom gemaakt wordt: twee uur werken staat voor een dag zitten.
Zentveld zucht en kijkt op zijn horloge. 'De laatste drie, vier jongens die ik hier had waren geen succes’, vertelt hij. 'Eentje werd steeds opgepiept; dan ging hij telefoneren en allerlei vage dingen regelen. Een ander had altijd een walkman op en zat alleen maar te niksen. Die heb ik na twee waarschuwingen weggestuurd. Ik probeer ze bij ons werk te betrekken en ze dingen te leren in de keuken. Maar als iemand alleen maar wat onguur kijkt en de hele tijd loopt te zuchten, laat ik hem de afwas doen.’ De begeleiding, zegt Zentveld, kost veel tijd. 'Maar dat maakt me niet uit want ik vind het leuk.’ En het is misschien ook wel handig, zo'n gratis werkkracht? 'Nou’, zegt Bezemer, 'vooral een waar je nooit op aankunt.’
'Ze hebben altijd de verkeerde vrienden’, zegt Zentveld. 'zodra ze daar een beetje weggehouden worden, gaat het al beter. Wij bieden ze een alternatief, zetten ze aan het werk, gaan tussen de middag met ze voetballen. Minderjarigen kun je nog een beetje sturen. Soms heb ik er veel voldoening van, dan zijn het heel gemotiveerde jongens die terugkomen om hier vakantiewerk te doen.’
'Het belangrijkste voordeel van een alternatieve straf is dat die jongens eens met normale mensen in aanraking komen’, zegt Bezemer, terwijl hij tevreden op Zentveld wijst. 'Soms gaan hun ogen open en zien ze in dat werken gewoon leuk kan zijn. Als je al dertig bent en dan nog niet beseft dat je moet werken voor je geld, dan wordt het wat uitzichtloos, maar deze jongens kun je nog wel wat leren. Maar Ahmed ligt eruit, die moet terug naar de kinderrechter. Hij moet nu twintig dagen zitten! Die mafkees verknalt het gewoon door niet op te komen dagen.’
JASPERS WERKSTRAF zit er inmiddels op. Keukenchef Ruud Post van De Egelantier is tevreden over hem. 'Hij heeft zich uit de naad gewerkt’, vertelt hij. Zoals iedere jongere heeft ook Jasper een evaluatieformulier van 'Basje’ ingevuld. In hanepoten heeft hij zijn antwoorden erop gekalkt: Viel het je mee of tegen? 'Weet ik niet gewoon ’t moet wel.’ Wat vond je leuk om te doen? 'Niks! ’t is straf en dat is nooit leuk. Eigen schuld.’ Vind je een alternatieve straf beter dan een gewone straf (en waarom)? 'Nee, allebei ’t zelfde. Alleen met a-straf verveel je je niet en met cel-straf wel.’ Heb je nog opmerkingen? 'Ja, dat die twintig uur voorbij is! Mazzel!’
Een paar dagen later komt bij BAS het bericht binnen dat Jasper samen met zijn broertje is opgepakt. Ze zitten vast in een Hilversumse politiecel wegens diefstal en beroving.