Strak en mollig

Adam en Eva toont dat het Albrecht Dürer vooral ging om de perfecte uitbeelding van man en vrouw. Zijn navolger Lucas van Leyden bracht de choreografie aan.

IN EEN GETEKENDE voorstudie voor zijn meesterlijke gravure Adam en Eva is te zien met welke choreografische zorgvuldigheid Albrecht Dürer de twee figuren eerst frontaal in hun houding heeft neergezet. Ze staan op een smalle verhoging tegen een bijna zwarte achtergrond, zo donker als een spelonk - daarom zelf in het volle licht, compact in hun lichaamsvorm, strak en helder in hun contour. Die gesloten achtergrond is een dicht gelid van boomstammen geworden waarin het licht (vol op man en vrouw gericht) maar net genoeg doordringt om in de schemer van het woud de eerste bomen zichtbaar te maken. Ook zien we, daar bij die rustige open plek, nog een paar vreedzame dieren.
Eigenlijk is de nadruk op de twee gestalten, en hun poseren, nogal opmerkelijk. Doorgaans werden in die tijd (toen de nieuwe realistische kunst ook de natuur ontdekte) Adam en Eva bij voorkeur uitgebeeld in een ruimer landschap zodat we ook nog iets van het paradijs te zien krijgen. In bijvoorbeeld de versie uit 1529 van Dürers navolger Lucas van Leyden lijken de eerste mensen zich duidelijker in het landschap te bevinden. Dat komt doordat vanuit de voorgrond een diepe doorkijk in een landschappelijke ruimte wordt geboden maar ook omdat tussen Adam en Eva een handeling gaande is. Terwijl Eva naast de boom met haar linkerhand alweer omhoog tast (naar nog een appel die de slang klaar houdt) reikt ze de eerste vrucht aan Adam aan waarbij ze hem nadrukkelijk niet aankijkt. Zelf zit Adam op een stuk rots, zo dat hij, terwijl hij de appel aanpakt, opzij en naar boven moet kijken. De twee figuren worden ook belicht met hetzelfde egale licht dat in het landschap hangt, tussen rotsen en bomen. Ze zijn niet als bij Dürer in het bijzonder uitgelicht.
Door deze organisatie van de figuren en hun houdingen en gebaren ontstaat in het beeld, meer dan bij de statige Dürer, een kleine dramatische vertelling. Deze gravure wordt dan ook vaker met de titel Zondeval aangeduid omdat ze die ook toont. Rechtsboven in de hoek doemt slinks van achter de boom de slang op (met de kop van een fret) met een tweede vrucht terwijl Eva de andere al doorgeeft aan Adam. De lenig draaiende beweging van haar lichaam maakt haar niet alleen wulps en verleidelijk, tegelijkertijd krijgt door die houding het geven meer dynamiek. Het werd een soort doorgeven van boven naar beneden. Adam zit daar en kijkt en weet niet helemaal wat er aan het gebeuren is - wat Milton zo sonoor in de eerste regels van Paradise Lost beschrijft (vertaling Peter Verstegen): Van ’s mensen eerste opstand en de vrucht/ Van de verboden boom, fataal geproefd,/ Die dood bracht in de wereld, al ons wee. De appel is pal in het midden, wordt gegeven en wordt aangepakt. Daar voorbij reikt het vergezicht naar de landschappelijke idylle in het volle licht, maar ook onbereikbaar en al verloren.
De prent van Dürer heet altijd Adam en Eva. De boom van Goed en Kwaad staat in het midden. Over een lage tak krult zich de slang, mooi en slank als een ornament. Eva ontvangt de vrucht uit zijn bek. In de hand van haar afhangende arm houdt ze nog een vrucht. Dat moest ook omdat in de verfijnde regie van de compositie er een tak met blad nodig was om haar schaamte te bedekken. Bij Adam hangt daar bijna toevallig een tak omdat hij naast een boom staat waar hij zich met zijn rechterhand ook aan vasthoudt. Zijn linkerarm is schuin naar beneden gestrekt, nog voor hij de vrucht kan aannemen. Maar die arm en de afhangende arm van Eva zijn wel in mooi evenwicht - net zoals de buiging van hun twee andere armen vrijwel symmetrisch is. Uit zulke elegante formalismen in de vormgeving is af te leiden dat het Dürer vooral ging om de perfecte en voorbeeldige uitbeelding van man en vrouw en het verschil daartussen. Hat lichaam van de man is strakker en gespierder terwijl de vrouw er molliger uitziet, vooral als we letten op de tekening van benen en dijen. Er is op gewezen dat beide gestalten hun inspiratie vonden in wereldberoemde klassieke voorbeelden: de Apollo-Belvedere en de Medici-Venus, en dat de gravure een bijzonder voorbeeld is van niet ongebruikelijke artistieke wedijver.
Dürer ontmoette in 1506 Raphaël in Rome. Ongetwijfeld heeft hij de collega toen laten zien hoe goed en gaaf geproportioneerd (naar antiek model) hij de menselijke gestalte kon tekenen. Zo staan man en vrouw, tegen een decor van lommerrijk bos, koel en zelfbewust mooi te wezen - en van die verfijnde perfectie, ook nog oogverblindend gaaf gegraveerd, is deze prent een van de grote esthetische iconen in de kunstgeschiedenis geworden, vooral omdat Dürer, net als Mondriaan, geduldig de tijd nam. We zien een zeldzaam geduld waarvan de gravure een ontroerend voorbeeld is.

PS De gravures van Dürer en Van Leyden en vele anderen bevinden zich, vrijwel compleet, in het Rijksprentenkabinet (Rijksmuseum) en zijn daar op aanvraag te bekijken