Strak in de schoenen

Na een avondje uit nog even met een kersverse kennis ergens heen en dan aangerand worden. Zestien procent van de Amsterdamse studentes kan erover meepraten. Was hun ‘nee’ niet duidelijk genoeg of zien jongens gewoon overal een ‘ja’ in? Het misverstand ‘date rape’ ontleed
‘DAT BLONDJE DAAR is niet op zoek naar een goed gesprek. Moet je kijken hoe ze zich beweegt. Zullen we daar eens iets aan gaan doen?’ Sander stoot zijn vriend Mohammed aan. De benedenbar van Odeon, dansgelegenheid voor jongeren en studenten in Amsterdam, is stampvol. Overal staan mensen te housen. Energiek beent het duo op de uitverkorene af. Sander slaat van achteren zijn armen om het meisje heen; Mohammed maakt uitzinnige danspasjes voor haar neus. Ze schrikt en rukt zich los.

De jongens voegen zich lachend weer bij mij aan de bar. ‘Wat is er toch met die vrouwen?’ vraagt Mohammed. 'Willen ze nou of willen ze niet?’ Sander laat zich niet uit het veld slaan: 'Je weet nooit hoe ze na sluitingstijd reageert. Ik was laatst met een bloedmooie dame op een feestje. Eerst was ze terughoudend, later ging ze toch met me naar de slaapkamer. Ze kon fantastisch zoenen, maar wilde plotseling niet verder. Ik was behoorlijk opgegeild, dus ik heb enige aandrang uitgeoefend. Uiteindelijk gaf ze wel toe.’
'Daar hebben wij geen medelijden mee, he Sander?’ zegt Mohammed stoer. 'Nee, hoezo?’ vraagt deze. 'Het wordt toch wel gezellig. Als ze uit hun bol gaan, kunnen ze niet plotseling stoppen, vind ik. Dan is het gewoon: benen wijd.’ 'En mond open’, vult Mohammed aan.
Ik vraag of daar iets aan is, als een meisje afweert. Sander stelt me gerust: 'Ze vinden het heus wel leuk, hoor. Maak je geen zorgen.’ Mohammed bestelt nog een rondje en ik besluit om het blonde meisje op te sporen. Boven tref ik haar, pratend met een groepje vriendinnen. 'Je hebt het dus gezien?’ zegt ze. 'Ik ben maar hier gaan staan, want in m'n eentje voel ik me niet meer veilig.’ 'Je moet echt voorzichtig zijn als je uitgaat’, zegt haar vriendin.
De klinisch psychologen Dhalganjansing en Raams studeerden vorig jaar af op een scriptie over 'seksueel geweld in uitgaanssituaties’. Het is een Nederlandse term voor wat in de Verenigde Staten - waar veel striktere normen en regels gelden - date rape wordt genoemd.
De 457 respondentes studeren allen aan de Universiteit van Amsterdam. Ruim tachtig procent heeft wel eens losse seksuele contacten met min of meer bekenden of met mannen die ze tijdens het uitgaan tegenkwamen. De meesten beschouwen die ontmoetingen als gewenst; ook de vrijpartijen waar de meisjes later spijt van kregen, werden onder deze term gerubriceerd. Een vijfde van de ondervraagde studentes had echter ooit te maken gekregen met een vorm van ongewenste seks tijdens het uitgaan of na afloop daarvan. Ongeveer de helft van hen (48 vrouwen) had een verkrachting of een poging daartoe meegemaakt. Acht meisjes moesten hun aanrander onder dwang pijpen. Vijfendertig verkrachtingen of pogingen daartoe werden gedaan onder psychische druk (drammen, dreigen met geweld, chantage) en in dertien gevallen gebruikte de man lichamelijk geweld (in bedwang houden, arm omdraaien, mishandelen, een wapen tonen). Partners en verwanten vielen buiten het onderzoek.
Bij de Amsterdamse politie kwamen in 1992 en 1993 in totaal 347 aangiften van verkrachting binnen. In 28 procent van de gevallen ging het om een vage bekende. Omdat de politie nog niet situatiespecifiek registreert, kan onder deze cijfers volgens Dhalganjansing en Raams een aantal gevallen van date rape schuilgaan. Van de ondervraagde studentes die van date rape melding maakten, had tot verbazing van de onderzoeksters echter niemand aangifte gedaan.
TEGENOVER MIJ in de trein zit een vrouw met de scriptie op schoot. Ze is docente aan een hogeschool in de Randstad en vervult daar de functie van vertrouwensvrouw voor studenten die zijn gedupeerd door seksueel geweld. Ze heeft nog nooit iemand op haar spreekuur ontvangen. 'Ik dacht tot op heden dat het wel meeviel’, zegt ze, 'maar door dit onderzoek ben ik daar anders over gaan denken. Kennelijk verwerken meisjes zo'n gebeurtenis in hun eigen omgeving. Het blijft op die manier een prive-probleem.’
Ze is erg geporteerd van de aanbeveling van Dhalganjansing en Raams om studenten in gemengde groepjes te laten praten over normen, waarden en waarneming van elkaars versiergedrag. 'Dat ik er zelf niet op was gekomen dat je meer kunt doen dan alleen slachtofferopvang aanbieden’, zegt ze. 'Zo'n groepsgesprek brengt de seksuele scripts aan het licht die in ieders hoofd gegrift zijn. Het kan studentes bewust maken van risico’s en hoe ze daarmee kunnen omgaan. En de jongens kunnen leren om hun percepties van het gedrag van het meisje even te toetsen alvorens erbovenop te duiken. Voor beide seksen kan het een reality check zijn. Het lijkt me erg emanciperend.’
Het onderzoek brengt haar eigen verkrachtingservaring weer boven: 'Ik was twintig, studeerde culturele antropologie en volgde een cursus Frans in Parijs. In een cafe ontmoette ik een man uit een van de Afrikaanse kolonien. “Ha, een andere cultuur!” dacht ik verheugd en, naar later bleek, een tikkeltje naief. Hij vroeg of ik mee ging naar zijn hotel, om thee te drinken en verder te praten. Daar aangekomen gebeurde het. Hij deed de deur op slot. Hij ging er volkomen vanzelfsprekend van uit dat ik wist wat de bedoeling was. Hij hoefde niet eens geweld te gebruiken. Ik zei dat ik niet wilde, maar dat hielp niet. Ik zat in de val. Ik had nog wel de tegenwoordigheid van geest om te vragen of hij een condoom wilde gebruiken. Ik heb mijn verstand op nul gezet, gehoopt dat het snel over zou zijn en me daarna snel uit de voeten gemaakt. Aangifte heb ik niet gedaan, vanuit een soort omgekeerd racisme: dat mag je zo iemand niet aandoen, want die heeft het al zo moeilijk.’ Ze lacht: 'Een klassiek jaren-zeventigverhaal, niet? Zouden meisjes nog steeds zo naief zijn?’
Volgens Sabine Raams is dat niet het geval. Aan een journaliste van Het Parool vertelde zij dat de respondenten 'juist allemaal heel pittige vrouwen waren. Geen vrouwen die over zich heen lieten lopen. Ze zeiden dat ze het ook niet van zichzelf hadden verwacht.’ In die laatste opmerking zit ’m de kneep, want is het kenmerk van naiviteit niet eerder een onrealistisch verwachtingspatroon dan een gebrek aan assertiviteit? Haar collega Shola Dhalganjansing pleit dan ook voor alert en vooral duidelijk optreden. Wat dat aangaat, kan de studentenpopulatie nog wel iets bijleren.
DHALGANJANSING en Raams hebben een originele definitie van het verschijnsel: alle denkbare vormen van seks zijn acceptabel, zo lang de deelnemers vrij zijn om te doen en laten wat ze willen. Alleen dwang of agressie en het dreigen daarmee zijn afwijkend en dus volgens de hedendaagse seksuele etiquette onaanvaardbaar. Niet alleen juridische verkrachting, ook zoenen tegen de zin van de vrouw kan een agressieve daad zijn.
De onderzoeksters wilden in kaart brengen hoe wijd verspreid het verschijnsel date rape in het studentenuitgaansleven is. Daarnaast wilden ze inzicht krijgen in de risicofactoren. Het bleek duidelijk uit te maken wie het initiatief neemt om de uitgaansnacht samen voort te zetten, of dat een thuiswedstrijd wordt voor hem of voor haar en of er vooraf over wordt gesproken, hoeveel er gedronken is en of het meisje zich weet te verzetten. Ongewenste contacten hadden vaker plaats bij hem thuis dan bij haar. Ook was hij vaker behoorlijk onder invloed en had hij meer gedronken dan zij.
Bepaalde opvattingen over hoe mannen en vrouwen zich dienen te gedragen en mythes over verkrachting beinvloeden de kans op seksueel geweld. Een voorbeeld van zo'n mythe: vrouwen verlangen er onbewust naar gepakt te worden; om die reden begeven zij zich in situaties waarin dat gebeurt. En als vrouwen zich laten zoenen en strelen, dan is het volgens diezelfde mythe hun eigen schuld als mannen hen dwingen om all the way te gaan. Ze 'vragen’ er immers om.
De interactie tussen jongens en meisjes is maar al te vaak een aaneenrijging van misverstanden. Ze hebben nogal eens de neiging om elkaars gedrag verkeerd te interpreteren. Dat kan de kans op seksueel geweld vergroten. Van jongens wordt verwacht dat ze het initiatief nemen, van meisjes dat ze zelfregulerend optreden. Jongens hebben daardoor de neiging om de wereld seksueel waar te nemen. Ze zullen gedragingen van een meisje eerder waarnemen als seksuele interesse, ongeacht haar bedoelingen.
Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat het meisje bij gewenste contacten de mogelijkheid om te vrijen ter sprake had gebracht. Doet ze dat niet, dan vergroot ze het risico dat er iets tegen haar zin gebeurt. Het komt allemaal neer op de greep die de vrouw op de situatie heeft. Ze moet niet alleen 'nee’ kunnen zeggen tegen ongewenste seks, maar ook 'ja’ tegen gewenste seks.
IN EEN AMSTERDAMS jongerencentrum spreek ik met twee Antilliaanse scholieren van wie er een onlangs op harde wijze wakker werd in de werkelijkheid. Lisa is zestien, haar vriendin June zeventien. June kende een jongen die met zijn ouders naar Suriname ging verhuizen. Hij gaf een afscheidsfeest waar hij de hele vriendenkring voor uitnodigde, maar behalve June kwam er 'om een of andere reden’ niemand opdagen. June: 'Ik voelde me niet op m'n gemak, zo alleen met hem in een kamer. Ik ging naar de wc en toen ik terugkwam, was het licht uit. Hij kwam op me liggen. Ik probeerde me los te worstelen maar dat hielp niet. Ik kon geen kant meer uit. Toen dacht ik: “Laat maar.” Hij deed wat hij wilde doen. Daarna ging hij meteen naar het vliegveld. Van die jongen had ik het echt niet verwacht; hij was stil en vriendelijk.’
June heeft geen aangifte gedaan. 'Hij was het land al uit. En ik dacht ook: als hij daar wordt opgepakt, krijgt hij een enorm lange gevangenisstraf en daar zijn de gevangenissen onmenselijk. Maar als hij hier was gebleven, had ik het zeker gedaan.’ Ze heeft er veel over gepraat met Lisa. 'Zij heeft me goed gesteund. Toch blijft het zitten. Je bent niet langer onbevangen. Je ziet ook veel op tv en hoort verhalen. Dat grijpt je.’
Lisa: 'Wat mij stoort, is dat sommige jongens er grapjes over maken. Ze zeggen een beetje lacherig: “Je wou toch zelf?” Maar geen enkel meisje zoekt dit op.’
June: 'Ook al draag je een korte broek en een topje en ook al ga je bobbelen (bubbling - bdw), dan nog hebben ze niet het recht om je tot iets te dwingen. Dwingen is slecht, dat hoort niet. Je beslist zoiets samen. Het was in elk geval een harde les. Ik heb de situatie niet goed aangevoeld.’
'Precies’, zegt Lisa, 'je moet strak in je schoenen staan.’
Wat houdt dat in? Lisa heeft een uitgewerkt verhaal over hoe zij als meisje de regie kan voeren: 'Ik ken veel jongens en ga vriendschappelijk met ze om, maar tot een limit. Ik praat en lach met ze, maar als ze aan mijn borsten of billen zitten, zeg ik: “Hee, kijk uit.” Ik ben duidelijk over alles wat ik wil en wat ik niet wil. Elk meisje moet dat leren, want anders begrijpt die jongen niet waar je grenzen liggen. Dan zien ze van alles als een aanleiding, ook al voel jij dat niet zo.’
Lisa is altijd direct. 'Je moet het niet achter zijn rug zeggen, maar in zijn gezicht. Dan kunnen de jongens iets van je leren en dan corrigeren ze elkaar: “Met dit meisje moet je niet focken, want die is strak.” Ik kan goed met jongens overweg. Ik kan me ook in hun situatie verplaatsen. Dan leer je ook van ze, hoe ze de dingen zien. Zelf zijn ze ook direct. Ze vertrouwen me en komen naar me toe om advies over hoe ze een bepaald meisje moeten benaderen. Ze zijn kwetsbaar. Ik lach ze niet uit. Ik heb wel een grote mond, maar hun geheimen zijn veilig bij mij. Beter zeg ik niets, dan krijg ik ook respect terug.’
Als Lisa uitgaat, doet ze dat met vriendinnen en vrienden: 'Dan kun je elkaar beschermen tegen opdringerige types. Ook omgekeerd. Want er zijn ook meisjes die een jongen dwingen tot seks.’ En als ze op een jongen valt? Lisa: 'Dan blijf ik normaal doen. Ik geef mezelf niet bloot. Eerst wil ik weten wat hij van mij vindt. Ik observeer hem een tijdje. Dan ga ik hem testen. Jongens denken niet na bij wat ze zeggen, dus ik kom veel te weten: hoe gaat hij om met de gemeenschap van meisjes; kan hij daar wel tegen? Accepteert hij dat ik mijn vriendinnen wil blijven zien? Laat hij altijd zijn vrienden voorgaan? Is hij zelfstandig of gaat hij op me leunen? Ik ben voor vrijheid, voor hem en voor mij. En als het goed zit, laat ik meer van mezelf zien. Maar als hij alleen met me naar bed wil, laat ik hem in de val lopen.’
Heeft ze nooit de aanvechting om halsoverkop verliefd te worden of zich aan haar lustgevoelens over te geven? Ze denkt even na en zegt dan iets buitengewoon verstandigs: 'Ik wil geen losse seks, ik doe het alleen als we iets voor elkaar voelen. Ik wil daarmee niet de meisjes die dat wel doen aanvallen, maar het is een luxe die ik me nu nog niet kan permitteren. Misschien als ik ouder ben. Een vrouw van dertig heeft al kinderen en een baan. Daardoor heeft ze meer macht. Maar als je jong bent, moet je niet boven je krachten leven.’
Had ik Lisa maar gekend toen ik zelf zestien was en avonturen aanging die mijn eigen draagkracht onevenredig op de proef stelden. De raad die vrouwen altijd krijgen - pas op, wees voorzichtig - zal niet helpen. Risico’s moet je niet uit de weg gaan, want dan tast je je eigen bewegingsvrijheid aan en ontzeg je jezelf de kans op plezier. Risico’s horen erbij, maar je kunt je ertegen wapenen. Wie jong is en uitgaat, moet inderdaad strak in haar schoenen staan. Je gaat toch ook niet op gympen de Mont Blanc beklimmen?